Bijlmermeer ongelukkig met "zwart-wit' verhaal korpschef; "Van Thijn heeft de dealers hier zelf naartoe gedirigeerd'

AMSTERDAM, 3 FEBR. Een verlopen dealer. Jongens in de weer met vuurtjes en zilverpapier. Vrouwen met boodschappentassen. Het is het vaste beeld in het tochtige onderaardse van winkelcentrum Ganzenhoef in de Amsterdamse Bijlmermeer.

Tegen een pilaar staat een groepje jongens, hun base-ballpetten omgekeerd op het hoofd. “Wij zijn de criminelen van Nordholt”, antwoorden de jongens grijnzend op de vraag waar ze vandaan komen. Ze komen uit de Antillen. Sinds een aantal jaar wonen ze in Nederland. “Nee, natuurlijk hebben we geen baan. We leven van de misdaad, toch?” De jongens lachen. “Lekker de hele dag crimineel.”

In de Bijlmermeer zijn de uitspraken van de Amsterdamse hoofdcommissaris E. Nordholt hard aangekomen. Voor de NOS-microfoon zei de politiechef zondag dat de kleine criminaliteit in de hoofdstad het afgelopen jaar is gestegen. De verantwoordelijkheid hiervoor zou liggen bij criminele Surinaamse en Antilliaanse jongeren. De helft van de straatroof en de overvallen wordt door jongeren uit deze twee bevolkingsgroepen gepleegd. Cellentekort en gebrek aan begeleiding zijn de oorzaak van deze toename van de "zwarte' criminaliteit, aldus Nordholt. Hij pleitte voor meer cellen, meer begeleiding en maatregelen van zowel de Nederlandse als de Antilliaanse overheid om de toestroom van jongeren uit met name Curaçao te beperken. “Amsterdam groeit naar een situatie zoals in Los Angeles, waar zich vorig jaar rassenrellen voordeden”, was het alarmerende beeld dat de hoofdcommissaris schetste. Met name in Bijlmermeer zou er een "explosieve situatie' heersen waarvoor men de ogen niet mag sluiten.

“Ik weet niet wat Nordholt met zijn uitpraken wil bereiken”, zegt G. Bakboord. Hij is directeur van het Surinaams cultureel centrum Kwakoe in de Bijlmermeer. “Als hij hiermee probeert een discussie aan te wakkeren, ben ik met zo'n zwart-wit verhaal absoluut niet gelukkig.”

Volgens Bakboord valt niet te ontkennen dat er in de Bijlmer problemen zijn met criminele jongeren. “Veel mensen leven hier van een uitkering. Veel alleenstaande moeders hebben vier of vijf kinderen te verzorgen. Veel jongeren komen thuis niet aan hun trekken en proberen op een andere manier bij te verdienen.” Op de scholen wordt weinig tot niets gedaan aan de begeleiding en opvang van kinderen die problemen hebben met leren, aldus Bakboord.

Zijn er voor Surinaamse jongeren in de Bijlmer nog plekken zoals Kwakoe of het jongerencentrum Godo waar ze 's avonds en overdag worden opgevangen, voor Antilliaanse jongeren was er de afgelopen jaren helemaal niets. Hun jongerencentrum in Kraaienest werd in 1990 door de politie gesloten, omdat er vechtpartijen waren uitgebroken. “Een centrum van tien bij tien voor de duizenden Antilliaanse jongeren die hier in de Bijlmer leven. Dat raakt gauw vol”, zegt Bakboord. Volgens hem zijn dit grote problemen voor de Bijlmer, maar je lost ze niet op met verhalen over "explosieve situaties' of dreigende rassenrellen.

Dit is ook de opvatting van C. Warning, raadslid voor de PvdA in de deelraad Zuidoost. Hij wordt wel de "zwarte burgemeester van de Bijlmer' genoemd. “Dat er iets gaande is, staat buiten kijf”, zegt hij. Zeker na de Bijlmerramp en het daaropvolgende illegalendebat. Maar als er rassenrellen in Nederland ontstaan, dan zal dat niet in de Bijlmer zijn en ook niet in Amsterdam. Rassenrellen komen niet van bovenaf, zegt Warning: Ze broeien van onderen. In de Bijlmer zijn er problemen met criminaliteit. Er zijn conflicten tussen zwart en wit. “Ook zwarten ergeren zich wel eens”, zegt Warning. “Maar de Bijlmer wordt bevolkt door genoeg mensen - Surinaamse, Antilliaanse en Nederlandse mensen - die zich zodanig één voelen met de buurt dat ze hem door niemand laten afbranden.”

“Gevaarlijk”, zegt ook L. Hamidi van het Landelijk Bureau Racismebestrijding over de uitspraken van Nordholt. “Rauwe cijfers zeggen niets. En als je die ongenuanceerd naar buiten brengt, dan werkt dat racisme in hand.”

Bij het jongerencentrum Godo hangen jongens aan de bar. De poster van Rambo is onlangs vervangen door politiedrukwerk: "Drugs of een gezond leven. De keus is aan jou'. “Het zijn de dealers hier, die de zaak onleefbaar maken”, zegt een wat oudere man met een zonnebril op. “Van Thijn heeft die gasten hiernaartoe gedirigeerd. Als je van de bijstand leeft, dan wordt je gek met die lui de hele dag om je heen.” Maar Amerikaanse toestanden? Nee, daar kan je in de Bijlmer toch niet van spreken. “In Amerika mogen zwarten nergens binnen, en hier mag je overal binnengaan”, zegt een jongen met een uitbundige bos vlechten op zijn hoofd. Er is wel discriminatie, vinden de jongens. “Ik ging laatst solliciteren bij de groenvoorziening, maar daar willen ze toch geen zwarte in de tuin stoppen. Als ze zeggen dat de Bijlmer vies en onleefbaar is, dan kletsen ze uit hun nek. Wie maakt hier elke ochtend de straten schoon? De zwarten.” Ooit hadden ze ook wel blanke vrienden. Maar die zijn verhuisd. “En weet u hoe dat komt? Omdat ze altijd alleen maar negatieve berichten over de Bijlmer verspreiden.”