Beursbestuur stelt ultimatum aan 20 beursfondsen

Het bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs heeft twintig beursgenoteerde ondernemingen gesommeerd vóór 15 februari de regeling tegen overmatige beschermingsconstructies te ondertekenen. Doen zij dit niet, dan volgen niet nader toegelichte maatregelen.

Dit heeft een woordvoerder van de beurs desgevraagd verklaard. In het voorjaar van 1992 sloten de effectenbeurs en de Vereniging van Effecten Uitgevende Ondernemingen (VEUO) na jarenlang touwtrekken een akkoord over de beperking van de beschermingsconstructies tegen vijandige overnames.

Volgens deze overeenkomst zouden genoteerde ondernemingen nog maar hooguit twee beschermingsconstructies mogen hebben, uit een rijtje van vijf (preferente aandelen, prioriteitsaandelen, gemeenschappelijke bezitsconstructies, certificering en stemrechtbeperking). Deze regeling zou ingaan op het moment dat de beursfondsen het aandelenkapitaal met meer dan vijf procent uitbreiden of de statuten wijzigen.

Het fondsenreglement werd aangepast en op 1 oktober kregen alle beursgenoteerde ondernemingen een brief met het verzoek vóór 15 november akkoord te gaan. Weigeraars kregen nog enkele maanden uitstel, maar voor het beursbestuur is de maat nu vol. Of verstokte weigeraars een ontbinding van de noteringsovereenkomst boven het hoofd hangt dan wel verbanning naar de "strafbank' van de beurs te wachten staat, wil de beurswoordvoerder niet zeggen.

Bij de weigeraars zitten gerenommeerde bedrijven zoals Hoogovens, Nutricia en CSM. Enkele jaren geleden werden onder andere deze fondsen "gestraft' met een wybertje voor hun naam in de Prijscourant, maar van dit "brandmerk' trokken de bedrijven zich weinig aan. Na enige tijd werd de toevoeging overigens ongedaan gemaakt.