Begemann in problemen door Bredero Price; Koersdaling bedreigt bedrijvennetwerk Joep van den Nieuwenhuyzen

ROTTERDAM, 3 FEBR. DAF doet de problemen bij een ander industrieel bedrijf in het zuiden des lands vergeten: de Koninklijke Begemann Groep, het conglomeraat van 130 bedrijven met 8000 werknemers.

Begemann maakte voortijdig een verkoop van Begemann-dochter Bredero Price bekend en moest, gedwongen door de beurs, bekennen dat de verkoop 60 miljoen minder had opgeleverd dan was aangekondigd. Vervolgens bleek dat ook de prognoses niet zijn uitgekomen. Deze negatieve berichten plus de wetenschap dat de koersen op de beurs reageerden ruim voordat het bedrijf zelf met berichten kwam is een reden om de resterende beleggers kopschuw te maken.

De grote koersdaling heeft voor Begemann nog andere consequenties: grootaandeelhouder-president J.A.J. van den Nieuwenhuyzen gebruikt zijn bezit van Begemann-aandelen als onderpand bij banken om nieuwe aankopen te doen. Dit onderpand is in anderhalf jaar tijd 200 miljoen gulden minder waard geworden. In het afgelopen jaar bleek Begemann zonder de transactiewinsten van de door Van den Nieuwenhuyzen verzamelde bedrijven het winstniveau niet te kunnen vasthouden.

Tot juni 1991 werd Van den Nieuwenhuyzen bewierookt op wat jaloerse muurbloemen in de financiële wereld na. Met prachtige netto winststijgingen had hij de beurswaarde van Begemann doen stijgen van 150 miljoen eind 1988 tot 725 miljoen gulden in de zomer van 1991.

Sinds de zomer 1991 is het imperium in een vrije val gekomen en nu nog maar 244 miljoen gulden waard. Eind 1991, toen de beleggers nog 117 gulden per aandeel of 510 miljoen gulden overhadden voor Begemann, was dat reden voor Van den Nieuwenhuyzen zich te verdedigen. Hij vond dat hij onterecht werd gestraft voor een privé-belegging in HCS die hem met Justitie in aanraking bracht wegens vermeende handel met voorkennis in aandelen HCS.

De financiële man van het concern en broer van Joep, Jeroen van den Nieuwenhuyzen zei toen dat als de koersen niet zouden aantrekken hij een bod overwoog op aandelen van derden. Hij repte zelfs van een bod van 175 à 180 gulden per aandeel. Begemann verstuurde daarna een fax aan het beursbestuur dat het bestuur inkoop van eigen aandelen overwoog.

Daar is verder niets van gekomen. Wel maakte het duidelijk dat de bestuurders van Begemann gebaat zijn met een hoge koers aan het eind van het jaar, net als afgelopen jaar bij de voortijdige aankondiging van Bredero Price.

In december 1991 werd er getwijfeld aan de liquiditeit van Van den Nieuwenhuyzen. Zijn 45-procents belang in Begemann was toen gedaald van 325 miljoen gulden tot 230 miljoen gulden in een halfjaar tijd. Nu is dat belang nog 110 miljoen gulden waard.

Toen zijn belang nog 230 miljoen waard was heeft Van den Nieuwenhuyzen inzicht gegeven in zijn privé-situatie. Van den Nieuwenhuyzen vertelde toen dat de koersdaling hem niet deerde omdat slechts de helft van zijn belang van 45 procent in Begemann bij de banken in onderpand gegeven en daarvoor vier tot vijfjarige financieringen waren afgesloten.

Volgens Van den Nieuwenhuyzen hoeft hij bij een tussentijdse waardedaling van hun Begemann-belang de banken geen extra bezittingen in onderpand te geven.Toch is het logisch dat een bank die financieringen heeft afgesloten op een moment dat Begemann 325 miljoen gulden waard was nu zenuwachtig wordt. De banken mogen dan wel voorzichtig zijn geweest en slechts de helft van de aandelen te hebben meegeteld, dan nog kan het zijn dat Van den Nieuwenhuyzen op dit moment is overgefinancierd. Van den Nieuwenhuyzen zou uitgaande van zijn eigen mededelingen 160 miljoen gulden aan krediet kunnen hebben gekregen, terwijl de waarde van zijn huidige aandelenpakket op de beurs nu nog 110 miljoen gulden bedraagt. Het is natuurlijk mogelijk dat er tussentijdse wijzigingen hebben voorgedaan, maar Van den Nieuwenhuyzen geeft sedert vorig jaar geen inzicht meer in zijn financiële situatie.

Hoe nijpend de situatie bij Begemann is geweest rond de jaarwisseling, blijkt pas nu. Begemann leek juist eind vorig jaar op het nippertje goed voor de dag te komen: de prognose kwam uit. De netto-winst zou hoger uitkomen dan de 85 miljoen gulden over 1991. Dat kwam omdat op de valreep Bredero Price (buizenbekleding voor de olie- en gasindustrie) was verkocht voor 360 miljoen gulden.

De koers van Begemann begon ondanks deze redding in januari op mysterieuze wijze af te kalven. Vorige week eiste het bestuur van de Amsterdamse effectenbeurs opheldering en haalde het fonds uit de notering.

Uiteindelijk bleek dat van de in december gesloten verkoop geen sprake was geweest. Kennelijk had Begemann de mislukte verkoop willen verzwijgen tot er een nieuwe koper was gevonden. Die was er ook, maar wel één die 70 miljoen gulden minder neertelde voor Bredero Price.

Zeventig miljoen gulden is een bedrag dat niet onder de tafel gewerkt kan worden. Begemann maakte ijlings bekend dat de netto winst over 1992 "beduidend lager zal uitvallen dan het jaar daarvoor'. Op zich is het geen schande wanneer in de moeilijke staal- en metaalbranche een jaar de resultaten tegenzitten, maar beleggers houden niet van plotseling teruggedraaide prognoses.