Andriessen gelooft in voortbestaan van Daf

DEN HAAG, 3 FEBR. Minister J. Andriessen (economische zaken) is optimistisch over de kans dat uit de surséance van betaling voor DAF een levensvatbaar, zij het sterk afgeslankt vrachtwagenbedrijf tevoorschijn komt.

De minister zei dit gisteren in een toelichting op de mislukte reddingspoging voor DAF. Economische Zaken zal bij de bewindvoerder aandringen op zeer grote spoed. De surséance-periode mag niet te lang duren opdat het vertrouwen van leveranciers en afnemers snel kan worden hersteld.

Andriessen is bereid de gisteren benoemde bewindvoerders van het truckconcern met advies en geld terzijde te staan om te komen tot een overlevingsplan voor Dafs kernactiviteiten, de fabricage van zware trucks. De circa 200 miljoen gulden die de Nederlandse staat al voor de redding van DAF had gereserveerd blijven voor dat doel beschikbaar. Ook is Andriessen van plan “de schoenendoos met technische kennis” die Economische Zaken als onderpand heeft verkregen voor de in december aan DAF verstrekte lening van 67 miljoen gulden, in het DAF-nieuwe-stijl in te brengen.

“DAF is door de surséance niet verdwenen”, benadrukte Andriessen. Wel zal er nu volgens hem sprake zijn van een veel hardere sanering dan was voorzien. De grootste klap zal daarbij naar zijn mening in Engeland vallen. Welke oplossing gekozen zal worden laat de minister aan de bewindvoerders over. Maar volgens de minister ligt voor DAF een zogenoemde doorzak-constructie voor de hand. Daarbij zal de kern van DAF - de levensvatbare truckdivisie die afgelopen jaar weer praktisch quitte speelde - uit de bestaande NV worden gelicht. De rest - DAF Special Products (defensieprodukten), de financiering- en leasemaatschappij DAF Finance en de (Britse) bestelwagenactiviteiten - wordt òf geliquideerd òf verkocht.

De reddingspoging liep volgens Andriessen stuk op de de weigering van het bankenconsortium zich nu al vast te leggen op de voorgestelde eindoplossing voor DAF. “De banken wilden opnieuw alle cijfers bestuderen, en daarna nog eens gaan onderhandelen over wat ze zouden doen. Alleen al voor die studie dachten ze 8 tot 10 weken nodig te hebben (de banken noemden half april als einddatum, red.) en daarna zou er nog een week of vijf nodig zijn geweest voor overleg. Directie en commissarissen van DAF en wij waren het erover eens dat niet kon. De onzekerheid en daardoor de negatieve invloed op de verkopen van DAF en dus ook op de liquiditeitspositie zouden nog langer voortduren.”

Het was voor de Nederlandse staat ook onaanvaardbaar dat er steeds meer geld bij zou moeten, zegt Andriessen: “Er ontstond een onvoorzienbaar gat. Dan ben je bezig met verliesfinanciering en daar hebben we in het verleden lesjes mee geleerd.”

Het ging in de kritieke laatste fase van de onderhandelingen tussen EZ, de Vlaamse regering en de banken om een overbruggingsfinanciering voor de duur van de nadere analyse waarom de banken hadden gevraagd. ABN Amro bood namens het consortium 50 miljoen gulden aan en stelde voor dat de Belgische en de Nederlandse overheid ieder eenzelfde bedrag op tafel zouden leggen. Volgens A. Verberk, plaatsvervangend secretaris-generaal van EZ, was dit onhaalbaar. “De Vlamingen hadden vanaf het begin gezegd dat ze geen overbruggingkrediet wilden geven zonder dat alle partijen ja gezegd hadden tegen het uiteindelijke reddingsplan. De banken limiteerden hun bijdrage tot 50 miljoen en eisten bovendien wèl zekerheden”.

Vooral de buitenlandse banken in het 9 leden tellende bankenconsortium waren niet bereid zich nu al te binden aan een eindoplossing voor DAF. De dwarsliggers waren met name de drie Britse banken Lloyds, Barclays en NatWest. Minister Andriessen vindt de houding van de Britse banken "wel verklaarbaar maar ondragelijk'. Andriessen: “Zij wilden niet alleen een onderzoek naar de levensvatbaarheid van een gesaneerd Daf maar ook naar de liquidatiebalans. Britse banken kijken veel minder naar de werkgelegenheid die met een bedrijf gemoeid is. Zij letten veel meer op wat hun eigen risico's zijn wanneer een bedrijf doorgaat of geliquideerd wordt.

Uitkopen van de buitenlandse banken - samen hebben zij circa 200 miljoen aan vorderingen op Daf - was zowel volgens Andriessen als naar de mening van ABN Amro geen optie. “Dat zijn nu eenmaal de spelregels in een consortium, dat doet men nooit”.

De Nederlandse en de Vlaamse overheid waren vorige week donderdag door de uitspraak van de banken dat zij een nadere studie wilden over onderdelen van het reddingsplan voor DAF volstrekt verrast, onthulde ambtenaar Verberk. “Er was een akkoord en twee uur later ging het niet door. De banken wilden heel diepgaand nader onderzoek, plus ook nog eens allerlei scenario's inclusief taxaties van onroerend goed en fabrieksterreinen. De twee betrokken overheden hebben toen gezegd: hier doen wij niet aan mee”.

De banken schoven gisteren al de Zwarte Piet in de richting van de betrokken overheden. “Er is te weinig en laat gedaan, alleen niet door de banken”, aldus een woordvoerder van ABN Amro.