Aan de Côte d'Azur verdringt het weer de politiek; De citroenboomgrens

Wanneer er uit Nederland gebeld wordt is het hele jaar door de eerste vraag niet “Maak je het goed?”, maar: “Wat voor weer is het bij jullie?” En mijn nu automatische antwoord: “De zon schijnt, de zee is blauw, we lunchen onder onder de citroenbomen.”

Want zo is het in het bevoorrechte gedeelte van de C^ote d'Azur dat binnen de citroenboomgrens ligt. Dat wil zeggen tussen Cannes en Menton en niet meer dan vijftien kilometer van zee. Daar vriest het nooit, de zachte herfst gaat over in de lieve lente en de mimosa bloeit er alle jaargetijden.

Toch blijkt het verkeerd dit aan het begin van ieder gesprek met Nederland te bevestigen. Wie echt rijk is vertelt ook niet steeds weer hoe goed hij het heeft. Wij zijn hier rijk aan zon. Elf maanden plus nog heel wat dagen per jaar. Dat wekt afgunst op, het irriteert de bleken van huid. Hier klopt iets niet met het idee van gelijkheid en rechtvaardigheid waar men in de Lage Landen al zoveel generaties met succes naar streeft.

Wanneer het 's zomers mooi weer is in Nederland lijkt de meteorologische ongelijkheid minder schrijnend. Begin ik dan met “De zon schijnt, de zee...” dan is onmiddellijk de vaak pinnige (ik moet me niets verbeelden) reactie: “Hier ook!” Maar in herfst, winter en voorjaar zijn de verschillen te groot. Zo asociaal groot dat er eigenlijk iets aan gedaan moet worden. De klimaatverschillen moeten, net als de standsverschillen genivelleerd worden.

In afwachting daarvan moet ik vooral leren tactischer te telefoneren. Niet meteen zo zonnig doen terwijl elders de gure regenslierten tegen de ruiten slaan. Meer begrip tonen voor de zonarme medemens. Vraag, voor ze nog iets kunnen zeggen, wat voor weer het is in Amsterdam, in Meppel. Regent het daar, klaag dan meteen dat je onder je citroenen zit te snakken naar een gul buitje en dat de palmen kreunen van de dorst.

Nu zijn er vrienden die speciaal opbellen wanneer ze op de Europese weerkaart gezien hebben dat het regent tussen Cannes en Menton. Boven Amsterdam of Meppel schijnt de zon. “Wat voor weer is het bij jullie?” klinkt het uitdagend. “Het regent”, moet ik toegeven. Dat is geen schande, maar het irriteert me wel. Vooral wanneer ze dan zo pittoresk gaan uitwijden over de pure hemel boven de polders bij Purmerend, de gouden zonneglans op de Urker botters. Het gebeurt weinig. Maar wanneer het hier een zeldzame keer eens regent, heb ik de neiging de telefoon niet op te nemen.

Nu is het verkeerd te denken dat de zon aan de Côte een luxe is voor mensen die van hun geld leven. Het is de enige broodwinning die deze streek heeft. Wat de kaas is voor Alkmaar en de jenever voor Schiedam, is de zon voor de Zuidkust. En beweer nu niet meteen dat die gratis is, terwijl er voor de kaas en de jenever hard gesappeld moet worden. Je hoeft hier inderdaad niet voor de zon te werken, maar in de zon. En dat is zo energie-ondermijnend dat het zijn stempel heeft gedrukt op de plaatselijke bevolking. Heeft de jenever de Schiedammers meetbaar beïnvloed? Worden er in Alkmaar meer kaaskoppen geboren? De zon heeft de mensen hier in ieder geval wel geleerd dat spreekwoorden als “arbeid adelt”, “le Travail c'est la santé” en “ledigheid is des duivels oorkussen”, opnieuw door een zonnebril moeten worden bekeken.

Maar wie nu denkt dat men aan de Middellandse zee minder werkt dan in het nijvere noorden vergist zich. Dit beledigende sprookje wordt in stand gehouden door de toeristen die in de zon leven, terwijl de lokale mensen hun arbeid in de schaduw verrichten. Zij ontmoeten elkaar dus zelden. Er wordt hier evenveel gewerkt, maar de organisatie van de arbeid is anders. Aan de Noordzee wordt het werk geregeld door de bonden en de bazen. Hier door de zon. Haastige spoed is hier zelden goed. De eersten zullen de laatsten zijn. Belooft een metselaar je dat hij morgen komt, verwacht hem dan niet voor de volgende week en dat betekent voorlopig niet. Dat is geen leugen, maar een zonniger taalgebruik. Alleen onbuigzame Batavieren (in de Franse kranten worden we steeds meer les Bataves genoemd) zijn niet gevoelig voor deze zuidelijke charme. Die wil dat je niet boud zegt hoe het is, maar hoe je graag zou willen dat het was.

Nederland wordt geregeerd door de gematigde Lubbers, hier heerst een dictatoriale zon. De meteorologie heeft de politiek vervangen. Het weerbericht is het hoofdartikel in Nice Matin. Het nieuws op Radio Monte Carlo wordt geopend door de weerman. Die met steeds weer andere bewoordingen zon voorspelt. Terwijl men in Lille het huis niet zonder winterjas kan verlaten. Mocht Mitterrand die dag zijn eerste minister ontslagen hebben, dan komt dat op de tweede plaats. Politiek is bijzaak. Met een nieuwe premier verandert er weinig. Maar wanneer het twee dagen achter elkaar regent wordt dat aan de Côte gezien als een regionale ramp. De weerman verslikt zich in zijn excuses.

De toeristen komen hier het hele jaar door voor de zon. De rijke buitenlanders wonen hier voor de zon. Staakt die twee dagen dan krijgt dat de vorm van een weerzinwekkende oplichterij. De autochtonen verstoppen zich om niet te hoeven antwoorden op het verwijt: waar blijft die zon van jullie nu?

De Nederlander die, zoals ik, is opgegroeid in de drassige polders van West-Friesland moet aan deze zonnehegemonie wennen. Niet jij deelt je dag in, maar de stralende heerser boven je hoofd. Die het leven van één tot drie 's middags verlamt. Waardoor je verplicht bent een siësta te houden. Dat is geen luiheid, maar wijze traditie. Onmiddellijk na de lunch weer aan het werk gaan is volstrekt onverantwoordelijk.

Het zonnige bestaan aan de Côte d'Azur is dus niet alleen rozegeur en maneschijn. En dat letterlijk. De rozen bloeien hier heviger maar wel veel korter dan in de gebieden waar niet de zon maar de mist en de mest het landschap bepalen. En in de wolkeloze avondluchten straalt er zoveel maneschijn dat je er soms wat lunatiek van dreigt te worden.

Het is een te simpel antwoord: de zon schijnt, de zee is blauw, we eten geroosterde sardientjes onder de citroenen. Maar het wordt wat kostbaar om bij internationale telefoongesprekken steeds ook de nadelen van het zonnige leven gedetailleerd op te noemen. Daarom doe ik dat hier. Ons inspirerende, maar transpirerende leven kent ook zijn (figuurlijke) schaduw. We houden onze geraniums in leven met badwater dat door heel het gezin is gebruikt. Maandenlang kunnen we ons zwembad alleen bijvullen, onze auto pas wassen wanneer het geheel donker is. Omdat de inspecterende helikopters van de gendarmerie het dan niet kunnen zien.

De mens wikt en de zon beschikt. Die trekt zich zelfs niets aan van een voor het agrarische kerkvolk georganiseerde bedevaart voor de regen.

Wat voor weer is het bij jullie?

De zon schijnt, blauwe zee, bouillabaisse onder de mimosa.

Voor de rest: zie het bovenstaande.