Zelfs voor de gezonde delen van Daf is de toekomst onzeker

ROTTERDAM, 2 FEBR. Daf bestaat vanaf vandaag niet meer in de oude vorm. Het werk van Daf-president Cor Baan die in korte tijd de top van het concern saneerde en de vrachtwagendivisie renderend maakte, lijkt voor niets te zijn geweest. Vandaag moest uitstel van betaling worden aangevraagd. Dat is nog geen faillissement, maar de betrokkenen twijfelen niet dat dit voor grote delen van het bedrijf, de leaseactiviteiten en de bestelwagendivisie, snel zal volgen.

Vandaag is het een zwarte dag voor Eindhoven. Niet, omdat getreurd moet worden over de teloorgang van de lease-activiteiten en de bestelwagens, maar omdat de kernactiviteit, waar zoveel werk voor is verzet, ongelooflijk veel schade oploopt. De vrachtwagendivisie was winstgevend gemaakt, maar met een deuk als vandaag is het speculeren of dat nu nog het geval is.

Daf schaart zich met het uitstel van betaling in het rijtje van grote Nederlandse déconfitures: Nederhorst, Ogem, RSV, Bredero en HCS. Dit lijstje leert dat uitstel van betaling meestal wordt gevolgd door een opdeling van de goede en slechte activiteiten. Daarvoor zijn allerlei poëtische namen bedacht, variërend van sterfhuis-, uitvaart-, tot ziekenhuisconstructie.

Meestal komen de constructies er op neer dat de activa van de gezonde delen worden verzelfstandigd en de rommel in de beursvennootschap achterblijft. De nieuwe vennootschap krijgt financiering en na verloop van tijd wordt het gezonde deel verkocht en vloeit (een deel) van de opbrengst naar de (failliete) beursvennootschap.

Op zichzelf hoeft een harde ingreep niet altijd slecht te zijn voor een bedrijf. Bij Daf wezen de toekomstscenario's er allemaal op dat de vrachtwagenfabrikant zich zo snel mogelijk zou moeten ontdoen van de leasing en van de bestelwagens. Uitstel van betaling kan dat proces bespoedigen. De curator kan als harde heelmeester optreden en dat kan een stinkende wond voorkomen.

Dit voordeel valt weg tegen de gevolgen voor de rest van Daf. Het lag namelijk in de bedoeling Daf te koppelen aan een grote partner, omdat de schaalgrootte van Daf te klein is. Baan werkte daaraan, maar moest van de banken tijd krijgen. Tegelijk kon hij Dafs toekomst niet garanderen. Over vijf jaar staat Daf namelijk voor het vervangen van de belangrijkste modellen. Het is ondenkbaar dat de truckfabrikant de problemen van het moment had kunnen overwinnen en tegelijk het miljardenbedrag voor nieuwe modellen zou kunnen genereren.

Baans besprekingen met Daimler Benz waren in ver gevorderd stadium, maar de Duitsers moesten afhaken wegens interne problemen. Andere oplossingen zoals het Japanse Hino en de Duitse MAN leverden ook na intensieve besprekingen met Baan niets op.

Daarmee verloor Daf de zelfbeschikking. De afgelopen maanden werden beheerst door de banken onder leiding van ABN Amro en de Vlaamse en Nederlandse overheid met hun kredietinstellingen. Zij beslisten en zij beslisten negatief: de onzekerheden waren te groot. De vraag of minister Andriessen van Economische Zaken en ABN Amro als voornaamste partijen de anderen niet meer hadden moeten overhalen, dringt zich op. Hebben zij zich teveel laten dicteren door de cijfers van Coopers & Lybrand die steeds meer onzekerheden vertoonden?

Door het op uitstel van betaling te laten aankomen, worden de leveranciers maar vooral de afnemers kopschuw. Deze schade nemen de financiers kennelijk liever dan een nieuw overbruggingskrediet. De financiers weten ook dat zij bij gedwongen verkoop van de gezonde vrachtwagenactiviteiten veel minder krijgen dan wanneer Daf de tijd had gekregen. Ook die verliespost nemen de financiers voor lief. Dat ingewijden dit oordeel vellen geeft een indicatie over de problematiek van het in wezen gezonde deel van Daf.

Door het uitstel van betaling verplaatst de schijnwerper zich van de banken naar andere betrokkenen bij Daf, zoals de leveranciers en het personeel. De vanochtend benoemde bewindvoerder van Daf, mr.A.A.M. Deterink, heeft hier in eerder verband op gewezen. De wetgever bepaalt dat een bewindvoerder en een curator de belangen van crediteuren behartigt. Deterink toen: “Wij hebben ook verantwoordelijkheden tegenover werknemers. In zekere zin zijn zij ook crediteuren.”

Hij moet zich inzetten om de werknemers de komende tijd te betalen. Of Daf kan doordraaien hangt af van de leveranciers. Zij hebben tot het laatste moment op leverancierskrediet geleverd. De meeste leveranciers zullen zich vandaag naar de fabrieksvestigingen spoeden. Wanneer de leveranciers namelijk kunnen bewijzen dat de goederen hun eigendom zijn en in het leveringscontract een eigendomsvoorbehoud is gemaakt, moet Daf de onderdelen teruggeven. Dat zal het produktieproces danig stagneren.

Pas na het tumult bij de fabriekspoort zal blijken in hoeverre de afnemers nog vertrouwen hebben in het produkt Daf. Het ligt voor de hand dat zij dat vertrouwen pas zullen hebben, wanneer Daf verbonden is aan een sterke partner. Als die er niet komt ziet het ook voor het gezonde deel van Daf er somber uit. Het gunstigste dat Daf kan overkomen is dat Daimler Benz zich alsnog over de Nederlandse concurrent ontfermt.