Voorstel: Bovenwinden "Departement Overzee'

DEN HAAG, 2 FEBR. De Bovenwindse Antilliaanse eilanden Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba zouden in de toekomst een “soort provincie” van Nederland kunnen worden.

Dit is een van de mogelijkheden voor nieuwe verhoudingen binnen het koninkrijk die minister Hirsch Ballin van Antilliaanse en Arubaanse zaken oppert in een nota aan het kabinet en de partnerlanden in de West. De nota dient ter voorbereiding van de zogenoemde Toekomstconferentie die volgende maand op de Antillen wordt gehouden.

Minister Hirsch Ballin heeft eerder voorgesteld de Antillen op te splitsen in twee landen. De Benedenwindse eilanden Curaçao en Bonaire zouden samen één land moeten vormen, en de "Bovenwinden' Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba het tweede land, waarbij Sint Maarten als bestuurscentrum zou moeten fungeren. Vorige zomer stelde de Koninkrijksregering het bestuur van dit eiland echter onder curatele omdat bleek dat Sint Maarten onbestuurbaar was geworden door een chaos in de administratie en de financiëlke controle.

De minister denkt nu aan een nieuwe variant, waarbij de Bovenwindse eilanden net als het Franse deel van Sint Maarten, een "Departement d'Outre Mer' (Departement Overzee) onder Nederlands bestuur zou komen. Dat zou betekenen dat de autonomie van bestuur voor een langere periode wordt beperkt. Sint Maarten zou, evenals andere Antilliaanse eilanden, onder streng financieel toezicht van Den Haag komen.

Hirsch Ballin heeft ook een andere variant uitgewerkt: een licht federatief verband tussen de Benedenwindse en de Bovenwindse eilanden. Hij is voor deze wijzigingen afhankelijk van medewerking van de Antilliaanse regering en de eilandbesturen, die volgens het Statuut voor het Koninkrijk een verregaande autonomie bezitten.