Twijfel van financiers dreef Daf naar surséance; Reconstructie van de besprekingen

ROTTERDAM, 2 FEBR. Vanochtend volgde voor truckfabrikant Daf de anticlimax. Wat velen hadden gevreesd en sommigen al langer voorspelden is nu een feit. Daf heeft uitstel van betaling moeten aanvragen. De wekenlange besprekingen over een reddingsplan zijn definitief mislukt.

Die mislukking begon zich de afgelopen weken steeds duidelijker af tekenen. Ruim twee weken terug lag bij alle betrokken een plan op tafel dat uit twee delen bestond: een, door Daf zelf opgesteld, ingrijpend saneringsplan en daarnaast een herfinancieringsoperatie, bedoeld om het vrachtwagenbedrijf binnen een aantal jaren weer aan gezonde balansverhoudingen te helpen. Vooral dat herfinancieringsvoorstel - op papier gezet door ABN Amro als Dafs huisbankier en leider van het internationale bankenconsortium - bevatte voor sommige van de betrokken partijen enkele verrassingen. Zo was tot schrik van de Vlaamse deelregering voorzien dat een aantal zekerheden die de Vlaamse ontwikkelingsbank NMKN hield als onderpand voor bestaande leningen aan Daf zouden toevallen aan de betrokken commerciële banken. De Belgen vonden dat onaanvaardbaar. Door die controverse ontstond begin vorige week de eerste confrontatie over het reddingsplan. Daf moest op het laatste moment mededelingen erover uitstellen.

Het bleek lang niet het enige verschil van inzicht tussen de betrokken partijen. Later vorig week bleek een aantal buitenlandse - vooral Britse -leden van het bankenconsortium toch te veel twijfels te hebben over de uiteindelijke overlevingskansen van een gesaneerd Daf-concern. Zij eisten nadere analyse van de cijfers en prognoses over de toekomstmogelijkheden, aanvullend op de onderzoeken die de externe adviesbureaus Arthur D. Little en Coopers $ Lybrand, op verzoek van de banken, hadden verricht.

ABN Amro was - als veruit de belangrijkste schuldeiser van Daf binnen het consortium - wel bereid akkoord te gaan met de lange termijn-reddingsoperatie. Een rol daarbij speelde ook dat het om een belangrijke Nederlandse onderneming gaat. Voor de Britse banken lag dat anders; in de saneringsplannen was vrijwel de complete sluiting voorzien van Dafs activiteiten in het Verenigd Koninkrijk. Met name de verliesgevende bestelwagenfabricage zou moeten worden gesloten of afgestoten.

Op haar beurt voelde ABN Amro en de andere betrokken Nederlandse bankiers er niets voor in te gaan op verzoeken van de buitenlandse partners zich te laten uitkopen. ABN was, zo verluidt in bankkringen, bevreesd voor een precedent.

De laatste dagen spitsten de problemen rondom de herfinanciering van Daf zich toe op de tegenstellingen tussen de groep banken en de betrokken overheden. Minister Andriessen (economische zaken) en ook de Vlaamse regering en de banken verklaarden zich afgelopen donderdag al bereid mee te werken aan een overbruggingsfinanciering die nodig zou zijn om de nadere studie over de definitieve reddingsoperatie van Daf te kunnen afronden. Op dat moment ging Andriessen er van uit dat daarvoor 4 tot 5 weken nodig zouden zijn.

Gisteren evenwel bleken de standpunten van de partijen over het verstrekken van deze tijdelijke financiële hulp zich echter zodanig verhard te hebben dat een akkoord onmogelijk was. Het ging volgens de lezing van ABN Amro om 150 miljoen gulden om het vrachtwagenbedrijf voorlopig draaiende te houden. De banken boden 50 miljoen aan, de Nederlandse staat en de Vlaamse overheid zouden elk eenzelfde bedrag moeten bijdragen.

Een ultimatum van de raad van bestuur van Daf verliep gisteren om vijf uur zonder akkoord en voor Daf was het inmiddels te laat.