Trainingsopzet hockey-selectie kort en krachtig

ROTTERDAM, 2 FEBR. Kort en krachtig, dat is de nieuwe trainingsopzet van het Nederlands hockeyteam. Voor de Olympische Spelen nam de selectie drie maanden de tijd om de conditie op peil te brengen en de spelpatronen uit te zetten. De afgelopen maand experimenteerde bondscoach Roelant Oltmans met een veel kortere trainingsperiode. Hij probeerde het spelpeil van zijn spelers binnen drie weken te verheffen van een nationaal tot een internationaal niveau. Daarvoor oefenden de spelers acht keer per week, ofwel 24 uur per week. Of het voldoende is, moet volgende week blijken als de zestien geselecteerden twee weken lang in Pakistan spelen.

De eerste resultaten in Nederland zijn bevredigend, zegt Oltmans. Hij is met name tevreden over verbetering van de fysieke conditie bij de spelers. Ze wonnen, zo bleek uit testen, in drie weken voldoende aan snelheid, kracht en uithoudingsvermogen. In de serie oefenwedstrijden speelde Nederland steeds beter. Het team won achtereenvolgens van Jong Oranje, Schaerweijde en Tilburg. Vanavond om 19.00 uur speelt het elftal in het Wagener-stadion een laatste duel tegen Amsterdam.

“Voor de Olympische Spelen hebben de spelers drie maanden vrij moeten nemen van hun studie of zijn ze door de bond vrijgekocht van hun werkgever”, zegt Oltmans. “Dat was een prachtig systeem, maar het kan niet voor ieder groot toernooi. We wilden ook naar andere mogelijkheden kijken. Als dit systeem werkt, en dat zal volgende week blijken, kunnen we het eventueel voor de Champions Trophy en het wereldkampioenschap hanteren.”

Fysiek zijn de spelers snel in orde te brengen, en hun basisconditie houden ze volgens aanvoerder Marc Delissen ook de rest van het jaar wel bij. Drie clubtrainingen, een wekelijkse training met het nationale team, competitiewedstrijden en voor veel internationals nog Europa-Cupverplichtingen. Maar in Pakistan moet blijken of het elftal ook technisch, tactisch en mentaal goed in elkaar steekt.

De volgende zestien spelers vertrekken donderdag naar Pakistan: Drenth (Amsterdam), Jazet, Smolenaars, Van Amerongen en Van Wijk (Bloemendaal), Lemaire, Van Pelt, Koen Pijpers en Van Waveren (HDM), Marc Delissen, Looije, Poortenaar en Veen (HGC), Jacques Brinkman en Pierie (Kampong), Westbroek (KZ). Slechts vijf van de zestien speelden ook in Barcelona. Vier spelers die in Spanje een basisplaats hadden, hebben een pauze ingelast en zullen vanaf maart weer bechikbaar zijn voor Oranje. Met name Taco van de Honert en Floris-Jan Bovenlander zullen zich dan waarschijnlijk ten koste van twee van de huidige geselecteerden in het elftal spelen. Oltmans heeft daar met zijn groep over gepraat. “Ik heb duidelijk gemaakt dat ik iedereen als een volwaardige international beschouw en niet al zit te denken wie er in de toekomst weer uit moet. Degenen die nu spelen hebben de kans te bewijzen dat ze in het team thuishoren.”

In Pakistan komt Nederland drie maal uit tegen Jong Pakistan, dat zich net als Jong Oranje voorbereidt op het WK in september, drie keer tegen Pakistan en speelt het een maal tegen een aantal Pakistaanse internationals, een soort afscheidswedstrijd voor die Aziaten. “Het Nederlands elftal moet op het wereldkampioenschap in 1994 weer aan de wereldtop staan. Maar we gaan zeker niet naar Pakistan om te verliezen omdat het nog geen 1994 is.”

Delissen, die het in december tegen Frankrijk nog probeerde als schaduwspits, speelde de afgelopen week als middenvelder. “Ik blijf overtuigd van zijn kwaliteiten als spits”, zegt Oltmans, “maar het duurde te lang voordat hij de bal kreeg. De balans op het middenveld ontbrak.” Door de terugkeer van Delissen als spelverdeler verschoof Jacques Brinkman naar de vleugel. In de spits staat Rochus Westbroek.