Stichting voor handel met Russen in grote problemen

DEN HAAG, 2 FEBR. De Stichting Nederlands-Russische Kamer van Koophandel is in een ernstige crisis geraakt, nu vier schuldeisers het vertrek hebben geëist van de oprichter van de stichting, G.P.M. Louwerens. De vier beschuldigen Louwerens onder meer van wanbeheer.

De grootste vordering is van de Stichting Euro Management Consortium van de Haagse zakenman J.A.M. Hendriks, die in december vorig jaar werd ontslagen als vrijwilliger bij de Kamer. Hij zegt 150.000 gulden, exclusief BTW, tegoed te hebben voor zijn werkzaamheden. Volgens Louwerens betekent toewijzing van de vorderingen, die in totaal bijna drie ton belopen, het einde van zijn Stichting.

De schuldeisers hebben de Haagse rechtbank gevraagd voorzieningen te treffen om in de plaats van Louwerens een drietal bestuursleden te benoemen.

Volgens Louwerens hebben zich het afgelopen jaar zo'n tweehonderd bedrijven aangesloten bij zijn Stichting, die het mogelijk maakt handelscontacten te leggen in de voormalige Sovjet-Unie. In totaal zouden rond tweeduizend Nederlandse bedrijven belangstelling hebben getoond voor bemiddeling door de Stichting, waaronder een aantal multi-nationals.

Louwerens nam het inititatief tot oprichting van de Stichting in december 1991, enkele maanden na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en vlak na de totstandkoming van het GOS. Met een beginkapitaal van vierduizend gulden wendde hij zich tot een bureau dat leegstaande kantoorruimte aanbiedt aan studenten en beginnende bedrijven om kraken te voorkomen. Louwerens werd verwezen naar een voormalig kantoorpand van het ministerie van Marine aan het Haagse Lange Voorhout, waar Hendriks -toen nog in persoon failliet- ook huisde.

Hendriks stond bij het bureau te boek als een Ruslandkenner bij uitstek. Hij was immers initiatiefnemer van het project Europolis, dat voorzag in de bouw van een stad aan de voet van de berg Ararat in Armenië, op 7 december 1988 getroffen door een aardbeving. Op 14 maart 1989 werd de Stichting Europolis Foundation opgericht door Hendriks' oude vriend R.J. Nieland, maar spoedig daarna werd besloten dat Hendriks zich “low profile” zou moeten opstellen, in verband met de consequenties van zijn privé faillissement. Zonder paspoort kon hij onmogelijk naar het buitenland kon reizen en Europolis representeren.

Hendriks, die eerdere forse zakelijke debâcles had meegemaak ging op eigen gezag verder met Europolis en zamelde onder andere geld in via een wijnflessenactie. Op 23 december 1992 heeft de Haagse rechtbank, na een langdurige procedure geoordeeld dat Hendriks “wordt verboden op enigerlei wijze de suggestie te wekken betrokken te zijn bij of gelieerd te zijn aan de Stichting Europolis op straffe van tienduizend gulden per overtreding.”

Per 2 januari 1992 werd Hendriks vrijwilliger bij de elders in het pand ingetrokken Stichting Nederlans-Russische Kamer van Koophandel van Louwerens. Tegenover dat vrijwilligerswerk stond slechts een reiskostenvergoeding. Louwerens meent nu dat Hendriks in de loop van het jaar al initiatieven nam, die voor de jong opgerichte Stichting financieel absoluut niet te dragen waren.

Toen Louwerens in oktober van het vorig jaar ziek werd had Hendriks het mandaat om namens de Stichting uitgaven te doen, die nodig waren om de zaak lopend te houden. Naar Louwerens zegt is achteraf gebleken dat die gelden goeddeels zijn besteed aan projecten van Hendriks zelf, maar de bewijzen daarvoor zouden inmiddels met gebruikmaking van de koevoet uit het kantoor van de Stichting zijn verdwenen. Begin december was de zaak dermate onhoudbaar geworden dat Hendriks als vrijwilliger de wacht werd aangezegd. Hendriks' stichting Euro Management Consortium stelt nu voor 150.000 gulden werk te hebben verzet voor Louwerens.

De andere schuldeisers zijn een Rus, die stelt in dienst van de Stichting te moeten blijven, wil hij zijn verblijfsvergunning niet mislopen, een éénmans-communicatie-BV, die speciale agenda's voor de Kamer heeft vervaardigd en een éénmans-ontwerpersbureau in Maastricht dat logo's en een huisstijl voor de Stichting heeft ontworpen. De vormgever wist, blijkens de correspondentie, dat voor zijn werk vooralsnog geen geld was, maar heeft nu een claim neergelegd als “achtergestelde lening” van 45.000 gulden, iets meer dan de maker van de agenda's uit De Bilt.

Louwerens zegt dat de Stichting door het ruime uitgavenpatroon van Hendriks gedurende zijn afwezigheid nu niet eens meer in staat is een advocaat in te schakelen voor de zitting van morgen voor de rechtbank. Evenmin is hij in staat de Stichting langer op poten te houden, mocht de rechtbank enige tijd nemen voor een beslissing omdat de bank de rekening heeft geblokkeerd. Hij kan naar zijn zeggen op dit ogenblik geen kant uit door de ongeloofwaardigheid als resultaat van de actie van Hendriks en de andere schuldeisers.

Of de rechtbank kan instemmen met de bestuursleden die de schuldeisers hebben voorgedragen blijft een vraag. Ten minste één van de kandidaten heeft al te kennen gegeven er weinig voor te voelen om te fungeren als “onbetaalde motor om Hendriks' incassoproblemen op te lossen.”