Sofia en Boekarest bezorgd over Servische sanctiebrekers

In Roemenië en Bulgarije groeit de bezorgdheid over de brutale manier waarop de Joegoslaven via de Donau de VN-sancties tegen Joegoslavië ontduiken: de handelwijze van de Joegoslavische kapiteins op de Donau brengt niet slechts het gevaar van een enorme milieuramp met zich mee, maar kan ook, zo vreest men in Boekarest en Sofia, leiden tot een gewapend conflict met Joegoslavië.

Zowel de Roemeense als de Bulgaarse regering heeft zich de afgelopen week beklaagd over de brutaliteit van de Joegoslavische "sanctiebrekers' en gevraagd om internationale assistentie in de vorm van internationale waarnemers en een verduidelijking van de bevoegdheden van de Roemeense en Bulgaarse autoriteiten bij hun optreden in internationale wateren.

In mei vorig jaar kondigde de Veiligheidsraad ver gaande sancties tegen Joegoslavië (Servië en Montenegro) af; later werden die sancties nog aanzienlijk aangescherpt. De sancties verbieden de levering aan Joegoslavië, van onder andere olie en olieprodukten, kolen, energie-apparatuur, ijzer, staal, andere metalen, chemische produkten, rubber, banden, auto's, vliegtuigen en machines. Zowel Roemenië als Bulgarije heeft na de afkondiging van de sancties wettelijke maatregelen genomen om de naleving van de sancties af te dwingen.

En dat was nodig. De Donau is vanouds een belangrijke levensader voor de Servische economie. Het belang van de grensrivier is nog toegenomen nadat de de controle langs de Servische buitengrenzen werd verscherpt en de invoer van grondstoffen - vooral olie - via de Montenegrijnse haven Bar werd bemoeilijkt door Westerse marine-eenheden, die al sinds enkele maanden op de Adriatische Zee patrouilleren. De afgelopen maanden hebben de Joegoslaven tienduizenden tonnen olie ingevoerd via de Donau. De olie - afkomstig uit het gebied rond Oefa in Rusland - werd ingeladen in de Oekraïense omslaghaven Reni, tegenover de Roemeense stad Galati gelegen aan de benedenloop van de Donau. In Reni werd de olie ingeladen op basis van valse papieren, die bestemmingen in Oostenrijk, Hongarije en Slowakije aangeven.

Sinds de verscherping van de sancties - door niet alleen de export van belangrijke grondstoffen naar Joegoslavië maar ook de transit van zulke goederen via Joegoslavië te verbieden - gaat die vlieger niet meer op. Het heeft de Joegoslaven er echter niet van weerhouden het toch te blijven proberen. En met succes: in Reni worden nog elke dag Joegoslavische schepen van "verboden' olie en benzine voorzien. Gisteren lagen er tien Joegoslavische schepen in Reni aan de rede. De Oekraïeners wassen hun handen in onschuld, want de papieren, met de bestemmingen buiten Joegoslavië, zijn in orde.

De Roemenen en de Bulgaren komen als gevolg van dat optreden in de problemen, want hun komt de taak toe de lading van de Joegoslavische konvooien op de Donau te controleren, en dat lukt niet erg. Op 18 januari bijvoorbeeld meldde de kapitein van de Joegoslavische duwboot Bihac in de Roemeense haven Braila zijn vertrek naar Reni aan; hij kreeg toestemming te vertrekken, maar wendde, eenmaal op de rivier, de steven in de andere richting en sloot zich aan bij een konvooi dat werd gesleept door een ander Joegoslavisch schip, de Kumanovo. De Bihac nam op de rivier de zes schuiten met olie en benzine van de Kumanovo over en duwde die stroomopwaarts, richting Joegoslavië. De Kumanovo keerde naar Reni terug om een nieuw konvooi op te halen.

Sindsdien zijn zeker zeven Joegoslavische duw- en sleepboten erin geslaagd schuiten met ten minste 50.000 ton olie en benzine uit Reni naar de Joegoslavische Donau-haven Prahovo te brengen. Van tijd tot tijd komt het daarbij tot wildwest-taferelen op de statige grensrivier: Roemeense helikopters volgen de konvooien als ze de Roemeense havens Oltenita, Giurgiu en Calafat passeren, de Bulgaren komen in actie bij Roese en Vidin; de grenspolitie tracht de kapiteins tijdens achtervolgingen die tot dertig kilometer kunnen duren via mobilofoons en de radio en met internationale signalen tot stoppen te dwingen, die kapiteins doen alsof hun neus bloedt en dreigen, als ze werkelijk geen alternatief hebben, hun lading in brand te steken of in de Donau te laten stromen - met alle gevolgen voor het milieu en de andere scheepvaart vandien. Pogingen van de Bulgaarse en Roemeense grenspolitie om aan boord te gaan worden afgeweerd.

Pas één keer zijn de Roemenen erin geslaagd een Joegoslavisch vrachtschip te dwingen in te binden: door de IJzeren Poort - de stuwdam in de Donau tussen Joegoslavië en Roemenië - te sluiten voor (opnieuw) de Bihac. Dat schip was er eerder in geslaagd met vijf schuiten met olie de Servische Donauhaven Prahovo te bereiken; omdat in Prahovo geen losfaciliteiten zijn, moest de olie - opnieuw over de Donau - naar Smederevo om te worden gelost. Bij de IJzeren Poort was de Joegoslavische kapitein afhankelijk van de medewerking van de Roemenen, die die medewerkiung prompt weigerden door de Bihac de doorgang langs de stuwdam te weigeren. De Bihac was gedwongen de lading in Prahovo achter te laten.

De Roemeense en de Bulgaarse autoriteiten worden door de internationale gemeenschap - vooral de Amerikanen, die Bulgarije inmiddels hebben voorzien van moderne communicatie-apparatuur - onder druk gezet om harder op te treden. Boekarest en Sofia voeren echter aan dat op grond van de huidige rechtsregels - de Donau is een internationale waterweg - niet te kunnen en willen dat de Veiligheidsraad hun daartoe eerst machtigt. Tegelijkertijd vrezen ze echter juist zo'n machtiging, omdat krachtiger actie het gevaar van een gewapend conflict met de Serviërs en dat van een omvangrijke milieuramp aanzienlijk vergroot. Het is daarom beter, zo zei de Bulgaarse premier Ljoeben Berov eind vorige week, om eens te kijken waar de olie eigenlijk vandaan komt - de Oekraïne - en de druk op dat land te vergroten.