Redding mislukt, DAF in surséance

ROTTERDAM, 2 FEBR. De reddingspoging voor vrachtwagenfabrikant DAF is mislukt. Vanochtend heeft DAF bij de rechtbank in Den Bosch uitstel van betaling aangevraagd en gekregen.

De Nederlandse en de Vlaamse overheid en het betrokken bankenconsortium onder leiding van ABN Amro waren er gisteren niet in geslaagd het eens te worden over een overbruggingsfinanciering. Dat krediet was nodig om betrokkenen tijd te geven het definitieve reddingsplan voor het bedrijf nader te kunnen uitwerken.

DAF had de financiers een ultimatum gesteld dat gistermiddag om vijf uur afliep. Toen geen akkoord over de korte-termijnfinanciering mogelijk bleek, kon de Eindhovense truckfabriek volgens de raad van bestuur vandaag de normale bedrijfsvoering niet langer voortzetten. De banken waren niet bereid de bevriezing van de kredietlijnen op te heffen. Het bedrijf kon daardoor geen enkele betaling meer doen.

Bij DAF werken ongeveer 12.500 mensen, waarvan ruim 5.000 in Eindhoven.

De surséance van betaling geldt voor DAF NV, Van Doorne's bedrijfswagenfabriek (DAF Trucks) en DAF Finance. Als bewindvoerders bij DAF zijn aangesteld mr. A.A.M. Deterink van het Eindhovense advocatenkantoor Banning van Kemenade & Holland en mr. F. Meeter van Loeff Claeys Verbeke. Beide bewindvoerders waren vanmorgen niet bereikbaar voor commentaar. Deterink bevond zich al bij DAF.

Het betalingsuitstel voor DAF kwam vanochtend als een harde klap aan bij bonden en werknemers. Alle betrokken partijen, Nederlandse en Vlaamse overheid en ABN Amro namens de banken, betreuren de mislukte reddingspoging.

In Nederlandse financiële kringen wordt de directe oorzaak voor de surséance van DAF met name gezocht in de terughoudendheid van de drie Britse banken in het concortium voor DAF. De Nederlandse en de Vlaamse overheid lieten de raad van bestuur van DAF na het vastgelopen overleg over de korte-termijnfinanciering weten dat zij verder uitstel van een definitief besluit van de herstructurerings- en lange-termijnfinancieringsvoorstellen onacceptabel achten, vooral wegens de daardoor voortdurende onzekerheid voor het bedrijf. Daardoor stond DAF met de rug tegen de muur.

Meteen nadat het personeel was ingelicht gingen de poorten van DAF op slot en werd de bewakingsdienst verdubbeld om te voorkomen dat de boedel zou worden leeggehaald. Het personeel reageerde zeer verbitterd op het nieuws en sommigen maakten de directie verwijten.