Rabin grote verliezer in uitwijzingszaak

TEL AVIV, 2 FEBR. De Israelische premier, Yitzhak Rabin, is ernstig verzwakt te voorschijn gekomen uit zijn op een mislukking uitgelopen experiment met de uitwijzing van 415 Palestijnen naar Libanon.

Met zijn knieval voor de zware Amerikaanse druk is zijn geloofwaardigheid aangetast, wat Israels onderhandelingspositie in het vredesproces alleen maar kan schaden. Het helpt hem niet dat hij nog steeds trots is op het uitwijzingsbesluit en weigert zich door de kritische Israelische pers, die hem voortdurend in deze affaire op de huid heeft gezeten, de les te laten lezen. Toen 91 procent van de Israelische bevolking Rabin bewonderde om zijn vastberaden beslissing van 17 december vorig jaar om het hek van de Israelische politiek voor massa-deportatie open te zetten, was de pers al bijna volledig tegen.

Duidelijk is in ieder geval dat Rabin ondoordacht en misschien zelfs in paniek handelde toen hij, zonder overleg met zijn ministers, besloot het Hamas-terrorisme, dat tegen militairen en burgers successen boekte, af te straffen. De "man in de straat' schreeuwde bij de aanhoudende begrafenissen van burgers en soldaten om wraak. Rabin moest iets doen om zijn gezag als regeringsleider, die in de verkiezingscampagne “vrede en veiligheid” had beloofd, te bewaren.

Zonder voldoende te letten op de internationale verhoudingen en beslist zonder inzicht in Palestijnse gevoeligheden sloeg Rabin onder de druk van het moment door. Toen hij het uitwijzingsbesluit nam meende hij er zeker van te kunnen zijn dat dit geen negatieve gevolgen zou hebben voor het vredesproces en dat het ook wel door het Westen als een voldongen feit zou worden geslikt.

Na het compromis met de VS van gisteravond is hij er nog steeds van overtuigd dat het allemaal wel zou zijn meegevallen indien de uitwijzingsprocedure zo snel was gelopen dat het Hooggerechtshof er niet aan te pas zou zijn gekomen. Het nieuws over de uitwijzing lekte in dit land, waar vrijwel niets lang geheim blijft, uit. Het Hooggerechtshof gelastte daarop een tijdelijke stopzetting van de uitwijzing, waardoor Libanon de gelegenheid kreeg zich te verzetten tegen de opname van de uit te wijzen Palestijnen.

Sindsdien knaagden de dagelijkse televisie-beelden van de verkommerende Palestijnen in Libanon aan Israels goede naam en begon de militaire zege op Hamas en de Islamistische Jihad de vorm van een politieke nederlaag aan te nemen. Zelfs de voor Rabin gunstige uitspraak van het Hooggerechtshof van vorige week kon hem, ondanks zijn vreugde, niet van een diplomatiek debâcle redden. Wat voor Rabin een juridische kwestie was geworden, lag in de Veiligheidsraad als een politiek probleem op tafel.

Het meest verbazingwekkende van deze affaire is dat Rabin, de in het Kissinger-tijdperk bejubelde gezant in Washington, zich zo radicaal op de Amerikaanse diplomatie en het karakter van de nieuwe Amerikaanse regering heeft verkeken. Of zou hij gedacht hebben dat de uitwijzing van 415 van de 1.600 gearresteerde Palestijnen in de doorgaans zwakke overgangsperiode van het Amerikaanse presidentschap, van George Bush naar Bill Clinton, onopgemerkt zou blijven of althans geen consequenties zou hebben? Wist hij niet dat Clinton omgeven wordt door politici en raadgevers die juist zwaar aan de mensenrechten tillen? En kon Rabin niet voorzien dat zijn optreden tegen de Palestijnen ook gevolgen zou hebben voor de Amerikaanse coalitie met verscheidene Arabische landen?

De minister van buitenlandse zaken, Shimon Peres, had daar wel oog voor maar werd door Rabin volledig buiten het beslissingsproces gehouden dat tot het ongelukkige uitwijzingsbesluit leidde.

Het gisteren bereikte Israelisch-Amerikaanse compromis, waaraan de Palestijnen wellicht geen boodschap hebben, is het gevolg van het feit dat de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, en Rabin het met elkaar eens werden dat de Veiligheidsraad na de eerste veroordeling van Israel buiten deze zaak moest worden gehouden. Christopher wil in de nieuwe wereldorde na de val van de Sovjet-Unie geen gebruik maken van het Amerikaanse vetorecht om Israel in het ergste geval tegen sancties te beschermen, terwijl Rabin er alles aan is gelegen om met een zo goed mogelijke verhouding met president Clinton te beginnen, wat wil zeggen dat hij het moeilijke vredespad verder dient te bewandelen.

Voor een ieder die het zien wil is opnieuw gebleken dat Israels vrijheid van handelen in hoge mate in Washington en niet in Jeruzalem wordt bepaald. Rabin heeft de kardinale fout gemaakt deze realiteit in het brandpunt van de Amerikaans-Israelische betrekkingen te plaatsen en zich daardoor kwetsbaarder gemaakt dan voor Israels positie in het vredesproces goed is. Rabin is, na een ongelukkig begin met Clinton, gisteravond weer hardhandig door Christopher in de Amerikaanse pas gedwongen.

Vanzelfsprekend is Rabin nu het doelwit van de nationalistische oppositie. In Israel zelf heeft Rabin echter nog zoveel prestige wegens zijn strijd tegen het islamitische terrorisme dat zijn positie als regeringsleider niet in gevaar is. Meer troost kan hij uit het uitwijzingsdrama niet putten.