Ministers niet tevreden over vergaderen voor de televisie

BRUSSEL, 2 FEBR. Volgens de Nederlandse minister van buitenlandse zaken Kooijmans was geen van zijn collega's na afloop erg enthousiast over "EG-TV', het eerste experiment gisteren met een live-registratie van een EG-ministerraad. Hij zelf kon zich in ieder geval niet voorstellen dat de twee uur durende uitzending van voorlezende ministers tegemoet komt “aan wat de burger onder transparantie verstaat”.

De Britse minister Hurd zei bij aanvang van zijn vijf minuten spreektijd te vrezen dat de vertoning “niet het meest dramatische theater van de eeuw” beloofde te worden. Minister Claes (België), die als laatste het woord kreeg, concludeerde dat er van “discussie geen sprake was; ieder hield zijn eigen betoog”. Van begin af aan was België met Portugal de grootste tegenstander van het tv-experiment, waarmee de Denen gevolg gaven aan de afspraak van "Edinburgh' om de burger meer bij de EG te "betrekken”. Claes zei het bewaren van de besluitvaardigheid van de EG belangrijker te vinden “dan een mediagebeuren”. De houding van Claes valt te verklaren uit de eigenaardigheden van de Belgische politieke cultuur, zo meenden EG-diplomaten na afloop. In België heeft immers al het parlement niet eens deel aan de politieke besluitvorming, die doorgaans geheel wordt beheerst door onderonsjes tussen partijvoorzitters en het kabinet.

Kooijmans zei na afloop dat tv-uitzendingen vanuit de Raad “beter getimed moeten worden”. Alleen als de Raad met een bepaald onderwerp “tot over de helft van de besluitvorming is gevorderd” kan een tv-uitzending voor de burger “een probleem begrijpelijker maken”.