Inspirerende hoofdzonden Kursbuch 110, Die sieben ...

Inspirerende hoofdzonden Kursbuch 110, Die sieben Todsünden. Rowohlt, 187 blz.DM 10

Flink vleugje Afrikaans Soho Square V. Bloomsbury (Nilsson & Lamm), 287 blz.ƒ60,85

Cactussen in de woestijn The Paris Review 125. 45-39 171 Place, Flushing NY 11358 USA. 312 blz.$7

Inspirerende hoofdzonden

Hovaardigheid, gierigheid, onkuisheid, nijd, gulzigheid, gramschap en traagheid. Het Duitse kwartaalblad Kursbuch wijdt een groot geadverteerde aflevering aan de "Todsünden', waarmee de zeven hoofdzonden bedoeld zijn. Erich Honecker zal het thema zijn van het volgende nummer - Duitse literaire tijdschriften zijn niet wars van de (politieke) actualiteit, ook al kunnen ze die natuurlijk bij lange na niet bijbenen.

"Wollust' of onkuisheid kreeg in dit nummer de meeste bijdragen. Irene Dische (Berlijn 1952) van Vrome leugens opent met "De vreetheks', een lekker dik-realistisch en mediakritisch verhaal waarin een vraatzuchtige moeder veroordeeld wordt omdat ze haar babytje heeft laten verhongeren. Allerlei preoccupaties van het Duitse (boulevardblad)publiek trekt Dische in het belachelijke: anorexia, onbekende virusziekten, zinkgebrek, stralingsgevaar van huishoudelijke apparaten, schildklierafwijkingen door bevolkingsdichtheid en geluidshinder, overgevoeligheid voor conserveringsmiddelen. Dische is buitengewoon schaars met haar metaforen, zodat de weinige die ze schenkt opvallen. Ze zoekt een harde en cynische toon, maar moet het op dat punt afleggen tegen een kampioene als bijvoorbeeld Elfriede Jelinek. “Es war ihr Will zu überleben, der hinter dem Eifer stand, mit dem sie ihre Garderobe auswählte und das Make-up auflegte.” Dische's literaire behandeling van MES (Morbide Ernährungs-Störung) is ondanks haar bedoelingen net niet cru en niet grappig genoeg. Verslaafden aan de eetdogma's uit damesbladen kunnen "Die Frehexe' wel ter harte nemen.

Heel wat harder is "Ich werde ein Engel' van de Hongaarse Zsuzsa Szemes, een schokkend verhaal over drankzucht, klaplopen, hoereren en moord binnen een gezin, beleefd en verteld door een zesjarig meisje.

Kursbuch beperkte zich niet tot Duitse auteurs maar keek dus ook achter het voormalige IJzeren Gordijn. De Sloween Paul Parin schreef een fraai verhaal over onderdrukte wellust en fantastische dorpsroddels over het seksleven van alleenwonende dames. De Roemeens-Duitse Herta Müller staat in de afdeling "gramschap' met een voorpublikatie uit Eine warme Kartoffel ist ein warmes Bett, schitterend sober maar evocatief proza over een intens eenzame vrouw die in een strafkamp heeft gezeten en daarna haar man nooit meer gezien heeft. “Sie sagte, mein Magen war geschrumpft, eine dicke Kartoffel machte mich satt. Doch wenn der geschrumpfte Magen satt war, kam langsam das Weinen über mich, und ich weinte Sand.”

Een erg mooie aflevering van Kursbuch, hoewel het frappant is dat in deze verhalen aan vrijwel alle hoofdpersonen een steekje los is. Of een oorlog bepaalt hun gedrag. Hoofdzonden komen toch ook in gewone tijden onder gewone mensen wel voor?

Kursbuch 110, Die sieben Todsünden. Rowohlt, 187 blz.DM 10

Flink vleugje Afrikaans

Weer buitengewoon indrukwekkend is Bloomsbury's jaarlijkse tijdschrift Soho Square. De redacteuren voor deze vijfde aflevering, Kromberg en Ogude, zochten werk van het Afrikaanse continent, vorig jaar werd het uit de Pacific gehaald. De Zuidafrikaan Steve Kromberg (schrijver) en de Keniaan James Ogude (criticus) werken beiden aan de faculteit voor Afrikaanse letteren van de universiteit van Witwatersrand. Juist de Zuidafrikaanse literatuur is daardoor oververtegenwoordigd, met 18 van de 32 bijdragen, terwijl er vijf uit Kenia afkomstig zijn. De overige 9 uit Mozambique, Zimbabwe, Egypte, Nigeria en "Afro-USA'.

Tekenend is dat de enige bekende naam, die van Nadine Gordimer, pas helemaal aan het slot van de verzameling te vinden is. Het is het Engelse Soho Square er niet om begonnen indruk te maken met gevestigd talent, maar integendeel met nieuwe namen die het waard lijken in een luxe uitgevoerd westers tijdschrift gepromoot te worden. Kromberg en Ogude hebben geprobeerd geen samenhangnde anthologie te maken met bijvoorbeeld een nationalistische, romantische of kolonialistische strekking. "An African flavour' was genoeg, en dat werd bereikt met een tamelijk willekeurige selectie van uiteenlopende verhalen en gedichten. Evengoed hopen de redacteuren daarmee wel te bewerkstelligen dat de kloof tussen noord en zuid minder diep wordt.

Afrika kent minder geschreven literatuur dan orale, waarvan wij hier nauwelijks kennis kunnen nemen. Een lofzang op Nelson Mandela werd voor dit nummer op de band opgenomen, vertaald en geredigeerd: “They said, what kind of viper is this, men? / When it beats its wings America shivers / The Soviets shiver / The Hollanders shiver / Britain shivers (-) Power! To the people!”

Krijgen we eindelijk eens zo'n schaars stukje orale literatuur aangeboden, is het politieke propaganda in dichtvorm en staat het dus nog steeds ver van ons af. Zakes Mda is kritisch over Mandela: “He has won / So he becomes cocky / And arrogant / He wears a blanket woven / From the wings of butterflies”.

De politiek, het zal niemand verbazen, valt te proeven in elk verhaal en gedicht. Argeloze liefde, privé-verdriet, vrijblijvende jeugdherinneringen of zomaar verzinsels zijn echter ook te vinden in deze Afrikaanse verzameling. De recente geschiedenis overheerst maar smoort niet alle andere literaire thema's. Dichter Dennis Brutus, gevangen op Robbeneiland en later langdurig in ballingschap, wil met zijn poëzie het gevoelsleven van de zwarte Afrikanen openbreken. Op het slaveneiland Gorée: “Gorée, Gorée, send back the chains / that our hearts may break / and our tears be unfrozen / and that the healing may at last begin.”

Behalve een turbulente geschiedenis hebben de auteurs in deze Soho Square ook een hoog literair niveau met elkaar gemeen - de meeste bijdragen zijn práchtig. Nobelprijswinnaar Nadine Gordimer: “"Engagement' hoeft schoonheid van taal niet uit te sluiten, noch complexiteit van menselijke gevoelens; integendeel”.

Soho Square V. Bloomsbury (Nilsson & Lamm), 287 blz.ƒ60,85

Cactussen in de woestijn

The Paris Review publiceert al sinds jaar en dag zijn grote schrijversinterviews in de serie boeken "Writers at Work'. Uit die reeks heeft redacteur George Plimpton voor Penguin ook weer een Chapbook gedistilleerd, met uitspraken van schrijvers gerangeerd naar onderwerpen als "eerste pogingen', "critici', "symbolen', "het writer's block', "stimulerende middelen', allerlei genres (óók schnabbels, en bij voorbeeld filmscripts), collega-auteurs, enzovoorts. Geen enkele opmerking over interviews, trouwens. Als schrijver moet je wel beseffen waar je aan begint, met een interview voor The Paris Review. In het nieuwe nummer zijn de twee geïnterviewden afkomstig uit de theaterwereld: John Guare ("If you can't be arrogant in drama school, where can you be?') en Neil Simon (28 toneelstukken).

In doelbewust lompe en lome spreektaal vertelt Dan Leone via de mond van een spinazie-inblikker het openingsverhaal "Spinach', een krankzinnige gedeelde liefdesgeschiedenis waarin twee mannen liever als cactussen in de woestijn rondhangen dan bij hun vrouw te blijven. "Spinach' is niet voor niets het openingsverhaal, de rest van het proza in dit nummer stelt minder voor. Paul West goochelt wat met Albertine en Prousts echte geliefde Alfred Agostinelli, en Rick Bass vist eindeloos op zalm in "Platte River'. Afgezien van John Barth's uitleg van het kinderrijmpje "Jack and Jill' als incest tussen broer en zus bevat dit nummer, als een afscheidsgroet aan schrijfster-uitgeefster Deborah Pease en de onlangs overleden oprichter-hippie Harold Humes ("a wayward genius'), werk van meer dan twintig dichters.

The Paris Review 125. 45-39 171 Place, Flushing NY 11358 USA. 312 blz.$7