In Ramaer worden mensen gek van elkaar

De Ramaerkliniek in Den Haag is een gebouw dat al kort na de opening in 1926 ongeschikt was voor de opvang van chronische psychiatrische patiënten. Directie en familieleden van de bewoners strijden al jaren voor een betere behuizing. De kliniek kwam dit weekeinde in opspraak.

DEN HAAG, 2 FEBR. Een depressieve dominee deelt de kamer met een schrizofene jongen, met een man die niet kan slapen en met een jongen die de hele dag in bed ligt. In de piepkleine kamer staan vier bedden, drie kasten (nummer vier staat op de gang) en een enkele persoonlijk bezitting. Deze mensen worden gek van elkaar.

De schrizofene jongen wil gitaar spelen, dat kan niet op de kamer want dan wordt de man met slaapstoornissen boos. Misschien op de holle gang waar eigenlijk geen licht is, maar ook dat mag niet, want dan loopt hij gevaar aangevallen te worden door agressieve medepatiënten.

De Ramaer is een kliniek van het psychiatrisch ziekenhuis Rosenburg in Den Haag die dit weekeinde in opspraak kwam na een bezoek van het Tweede-Kamerlid E. Terpstra (VVD), die sprak van "vooroorlogse wantoestanden'. De chronisch psychiatrische patiënten hebben geen plek voor zichzelf. Heel soms vragen zij zelfs of ze in de separeercel mogen. Dat wordt een gewilde ruimte.

Als opvolger van het Haagse Pest- en Dolhuis aan het Slijkeinde werd in het begin van deze eeuw op het landgoed Rosenburg een nieuw psychiatrisch ziekenhuis gebouwd. In de Ramaerkliniek werden de patiënten in bed ("bed aan bed') verpleegd. Deze "bedverpleging' werd in de loop der jaren afgeschaft, er kwamen chronisch psychiatrische patiënten die niet bedlegerig waren. Van enige bewegingsvrijheid was echter nauwelijks sprake - zij liepen heen en weer tussen bed en kast.

Ze zijn ziek, dat staat buiten kijf, maar mag je deze mensen opsluiten in een inrichting die nog erger is dan een middeleeuwse gevangenis. Kan dat in onze moderne verzorgingsstaat? “Natuurlijk niet”, zegt de psychiater H.R. Kraus, inspecteur van de Geestelijke Gezondheidszorg. “We zijn het allemaal met elkaar eens dat dit gebouw moet worden afgebroken, liever vandaag dan morgen.”

De directie van Rosenburg heeft vanaf 1984 wederom - vanaf de jaren zestig wordt al gesproken over De Nieuwe Ramaer - bij diverse overheden gevraagd om nieuwe huisvesting. In 1987 stelde het rijk geld beschikbaar voor nieuwbouw voor veertig bedden, ervan uitgaande dat daarmee aan de behoefte van Den Haag was voldaan. Acceptatie van deze norm zou betekenen dat meer dan vijftig patiënten aan hun lot zouden worden overgelaten.

Pas vanaf 1990 is door een verandering van het beleid bij de overheid het totale huisvestingsprobleem van de Ramaer bespreekbaar. De nieuwbouw, met veertig bedden, wordt gereserveerd voor de meest agressieve patiënten. De overige bewoners komen in de oude laagbouw. Binnen vijf jaar moet dit nieuwe plan gerealiseerd zijn. Maar er wordt nog steeds gediscussieerd over de plannen.

“Als bouwplannen maar lang genoeg worden besproken en niet worden uitgevoerd, dan willen de mensen uiteindelijk geen carré meer maar een modern atrium. In de eindfase van jarenlang touwtrekken over het aantal bedden en over de inrichting wordt dit dan een bijna onoverkomelijk probleem. Dat is frustrerend en tegelijkertijd onnodig”, meent psychiater J. Börger. “De moderne behandeling die wij sinds 1988 toepassen stuit letterlijk op de muren van de Ramaer. De patiënten moeten alleen kunnen zijn omdat ze niet alle prikkels aankunnen om hen heen. Dus ik wil een binnentuin, een carré of hoe men het maar wil noemen. Maar de uitvoering mag niet door zulk gesteggel verhinderd worden.”

Mensen ondergaan dagelijks veel prikkels. Een patiënt vindt het prettig om alleen op een bankje te zitten, niet uit depressiviteit, maar omdat hij die prikkels wil ontlopen. Een volle gang met mensen en pilaren kan hij niet aan, een tafel met medepatiënten wil hij ontlopen en van geschreeuw van anderen raakt hij in alle staten. Prikkelvrije ruimten bestaan niet in de Ramaer. De mensen worden steeds gekker van elkaar, aldus Börger.

In de kliniek wonen 104 patiënten in de leeftijd van 17 tot 65 jaar. Zij hebben last van wanen en hallucinaties, zijn manisch depressief of vertonen ernstige gedragsstoornissen. Vroeger werden deze mensen totaal gedrogeerd. Onder de medicijnen leefden zij als "zombies' van dag tot dag. Toen was de Ramaer echt een eindstation. In 1988 is daar verandering in gekomen. De medicatie werd verminderd om de "restcapaciteit' van de patiënten naar boven te krijgen.

Börger: “Dat wil zeggen dat je een patiënt enige zelfwaarde teruggeeft. Laat het maar zien wat er niet goed gaat en behandel dat eventueel met medicijnen, maar haal eruit wat er nog inzit en leer ze daar mee omgaan. De patiënten zullen hun geestelijke invaliditeit nooit voor honderd procent kwijtraken en nooit geheel zonder medicijnen kunnen, maar zij hebben altijd nog andere capaciteiten.” De verzorging speelt hierbij volgens hem een belangrijke rol. Die is dagelijks bezig een evenwicht te vinden voor de patënten. Hoeveel structuur moet ik aanbieden, wanneer moet ik ingrijpen, wanneer word ik voor de gek gehouden? Het mobilisatieplan wordt steeds aangepast en daar worden de patiënten bij betrokken. Opstaan, baden, rusten op de kamer, aandacht van het personeel, theedrinken, rondlopen, aandacht van het personeel, rusten op de kamer, eten, afruimen, praten met arts, rondlopen, het valt allemaal binnen het plan waarmee een patiënt leeft. Doodmoe is hij aan het einde van de dag, maar als hij het een tijd volhoudt is hij daarna ook in staat door te gaan en misschien weer eens een paar maanden naar huis te gaan.

Volgens Börger gebeurt dat nog wel. “We bouwen een vertrouwensrelatie op en als patiënten hun medicijnen beloven te nemen mogen ze, in overleg met de artsen en de verpleging, ook naar huis. Vaak bellen ze ons daarna weer op om te zeggen dat het niet goed gaat en worden ze vrijwillig weer opgenomen. Vorige week belde een man mij over de WAO - hij werd daar erg somber van.”

Maar voor de meeste mensen geldt dat ze moeilijk weg zullen komen uit de Ramaer. Vlak voor de kliniek staat bijvoorbeeld een vrouw met haar billen bloot tegen de ijskoude wind in te plassen. Zij lijdt aan ernstige gedragsstoornissen maar iemand die de miezerige wc's binnen heeft gezien kan haar eigenlijk geen ongelijk geven. En ook als je de hele dag de Koran opdreunt, of denkt dat je de Heilige Maagd bent en toch iedere nacht door zeven duivels verkracht wordt, of als je op de Scheveningse Pier een vrouw in haar nekvel pakt en boven de golven houdt terwijl je zegt dat je God en Zeus tegelijk bent, als je zò door wanen in bezit genomen wordt dan heb je toch ten minste in het ziekenhuis recht op een (eigen) ruimte waar dat gewoon is.