Hermans niet boos, wel boos

AMSTERDAM, 2 FEBR. W.F. Hermans is niet boos meer op de gemeente Amsterdam.

Nadat de schrijver vrijdag een brief van burgemeester Van Thijn had gekregen met de mededeling dat hij "zeer welkom' was in de Nederlandse hoofdstad, liet hij gisteren weten "de spons' te willen halen over zijn verbanning uit de gemeentelijke instellingen. “Je moet niet jaar in jaar uit over zoiets blijven doorzeuren,” aldus Hermans. Hij noemde de brief van Van Thijn "niet chique of deftig, maar toch aardig.” Dat er geen excuses of spijtbetuigingen in stonden, deerde hem niet. Het was volgens de schrijver "een vrij sympathieke brief'. Meer wilde hij er niet over kwijt.

Dat wil niet zeggen dat Hermans ook meteen al zijn tanden heeft verloren. Hij is nog wel boos, zo bleek gisteren, maar nu op de uitgevers en verspreiders van de WFH-verzamelkrant. Tijdens de persconferentie over de komende boekenweek die de CPNB gisteren in Amstelhotel had georganiseerd voer hij heftig uit tegen het "gespuis' dat de laatste tijd zonder zijn toestemming werk van hem verspreidt. Hermans noemde hen lafhartiger dan terroristen, omdat die laatsten na hun aanslag tenminste nog de politie bellen om te zeggen dat zij het hebben gedaan. Hij dacht erover met andere schrijvers een knokploeg op te richten die boekhandels binnen zou vallen waar zijn werk illegaal werd verkocht. Ze zouden het dan in stukken scheuren "voor de ogen van de winkelier die met kruimeldiefstal zijn slag denkt te slaan.' Hij richtte een bewogen oproep aan boekverkopers aan niet langer aan de "heling, diefstal en laster' mee te doen. “Bedenk dat de schrijver het materiaal verschaft dat u officieel verkoopt.” Tegen de WFH-verzamelkrant dient morgen een kort geding voor de Amsterdamse rechtbank.

Ook met de CPNB had Hermans nog een paar appeltjes te schillen. Uitvoerig verhaalde hij hoe hij door deze organisatie ter bevordering van de boekverkoop in de loop der jaren was gekleineerd. Toen hij veertig jaar geleden een vroege versie van zijn novelle Het behouden huis vergeefs had ingezonden voor de prijsvraag voor het boekenweekgeschenk, kreeg hij van juryvoorzitter Victor van Vriesland achteraf te horen dat zijn inzending waarschijnlijk helemaal niet bekeken was. "Je denkt toch zeker niet dat ik al die rotzooi lees die wordt ingezonden,” had Van Vriesland hem gezegd. Dat Het behouden huis later toch één van zijn bekendste boeken zou worden, komt volgens Hermans vooral doordat leraren het "cynische, uiterst wrede en pessimistische verhaal' nu op scholen laten lezen. “Geen wonder dat generaties scholieren zo losbandig zijn geworden.”

Ook de lotgevallen van zijn toneelstuk Uitgever Oorwurm was Hermans niet vergeten. Het zou in 1962 op het boekenbal worden gespeeld door Wim Sonneveld, maar dat ging op het laatste moment niet door. “Bekrompenheid was destijds nog troef in de Nederlandse beschaving,” aldus Hermans.

Uit het feit dat de CPNB dit jaar zijn novelle In de mist van het schimmenrijk wel tot geschenk heeft verheven, maakt Hermans op dat er in de CPNB iets ten goede is veranderd. Het boekje heeft de vorm van een dagboek, maar dat is het niet, zo waarschuwde de schrijver. Terwijl dagboeken tot de "laagste, zwak-realistische genres' van de literatuur, behoren, omdat er geen lijn in te ontdekken valt, bevat Het oorlogsdagboek van Karel R., zoals de ondertitel luidt, "alleen maar feiten die de loop van het verhaal voortstuwen naar een noodlottig slot.'