Havel is weer president - maar niet meer dezelfde; Tsjechische president: minder macht, minder gewicht en minder magie

De man die vandaag als symbool van de hoogste staatsmacht terugkeert naar de besneeuwde tinnen van de Praagse burcht is een andere Václav Havel dan degene die daar ruim drie jaar geleden werd geïnstalleerd.

PRAAG, 2 FEBR. In december 1989 was Václav Havel de bejubelde kampioen van bijna alle Tsjechoslowaken, de enig denkbare belichaming van wat er in de veertig jaar lang gemaltraiteerde samenleving nog aan menselijkheid, rechtvaardigheid en fatsoen was overgebleven. De man die vandaag de burcht betreedt doet dat zonder triomf, zoals op 29 december 1989, zonder mandaat van het volk ook, zoals na de presidentsverkiezingen in juli 1990, maar slechts omdat hij wordt getolereerd door 109 afgevaardigden van een Tsjechische volksvertegenwoordiging die hem zijn populariteit misgunt en die zijn politieke ideeën wantrouwt.

Václav Havel is door de politieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren van het voetstuk verdrongen waarop hij, op het oog onaantastbaar, heeft gestaan. Een van de belangrijkste idealen waarvoor hij heeft gestreden, de instandhouding van de federale staat Tsjechoslowakije, verkruimelde tussen zijn vingers. Zijn voortijdige aftreden als federale president, in juli vorig jaar, werd door vele Tsjechen ervaren als de erkenning van een nederlaag.

In de loop van de zeven maanden die liggen tussen dat tijdstip en zijn terugkeer van vandaag is het prestige van Havel steeds verder geslonken. Systematisch werden zijn ideeën en plannen voor een toekomstig Tsjechisch presidentschap genegeerd of van tafel geveegd door zijn grote tegenstander, premier Václav Klaus.

Een referendum over de vraag of de federatie al of niet moest worden opgesplitst kwam er niet, hoewel Havel steeds had betoogd dat dat de enige eerlijke en democratische methode zou zijn. Directe verkiezingen van de Tsjechische president door het volk, die tegelijkertijd als een soort referendum over de nieuwe Tsjechische staat konden worden opgevat, zijn er evenmin gekomen. En de constitutionele bevoegdheden van de nieuwe Tsjechische president zijn in vergelijking met die van zijn Tsjechoslowaakse voorganger rigoureus beperkt. Zo heeft hij niet langer het recht om het initiatief te nemen tot wetgeving. Hij heeft alleen in bepaalde gevallen het recht om wetgeving terug te sturen naar het parlement. Voor het overige omvatten zijn functies alle ceremoniële verplichtingen die bij het presidentschap horen. Het parlement besloot ook dat de presidentiële kanselarij tot een minimum wordt beperkt: een adviseur voor binnenlandse en een voor buitenlandse kwesties, dat is het apparaat waarmee Havel zich tevreden moet stellen.

Vernederend moet voor Havel ook het politieke gesjacher tussen de vier coalitiepartijen zijn geweest over de vraag wanneer de presidentsverkiezingen zouden worden gehouden, door welke vertegenwoordigende lichamen hij zou worden gekozen, en of de coalitie één, danwel meer kandidaten zou aanwijzen. Pas toen de Slowaken een datum voor hún presidentsverkiezingen hadden vastgesteld - en de tijd dus begon te dringen - besloot de belangrijkste Tsjechische coalitiepartner, Klaus' ODS, zijn eis op te geven dat eerst de ruzies over de nieuw te vormen Senaat moesten worden opgelost voordat de president gekozen kon worden.

En toen die verkiezing dan eindelijk vorige week op de agenda van de Tsjechische Kamer van Afgevaardigden stond liet de voorzitter van die Kamer, Milan Uhde (ODS), het "debat' verworden tot een zo onwaardige vertoning als geen enkele zichzelf respecterende democratie aan haar televisiekijkers zou durven voorschotelen.

Het staatshoofd van de nieuwe Tsjechische republiek is aldus niet langer omgeven door de magie die hem vroeger boven het politieke gewoel deed uittorenen. Hij zal zich, naar het zich laat aanzien, niet al te onafhankelijk kunnen opstellen van de partij die zijn presidentschap heeft mogelijk gemaakt, en dat ook keer op keer laat merken, de ODS. Maar gegeven het feit dat Havel - tijdens zijn vorige presidentschap weliswaar even partijloos als nu - ooit heeft gezegd zichzelf politiek “links van het midden” te plaatsen, lijkt het niet uitgesloten dat zich in de toekomst conflicten zullen voordoen tussen president en premier, c.q. tussen partijloze president en coalitiepartijen. Klaus heeft zich immers, eerst als minister van financiën, nu als regeringsleider, doen kennen als een man met zeer rechtlijnige economische en politieke ideeën. In zijn territorium zal hij geen rivaal dulden.

Alleen al wegens zijn populariteit onder de bevolking is Havel echter een geduchte rivaal. De komende maanden zal hij waarschijnlijk vooral bezig zijn de grenzen van zijn eigen territorium uit te zetten. Vorige week gaf hij daarvan al een voorproefje toen hij in een vraaggesprek met het Tsjechische persagentschap CTK zei dat de Tsjechische republiek het idee van militaire interventie in Bosnië-Herzegovina zou moeten ondersteunen. Tot dusver had de regering in Praag daarover nog geen duidelijk standpunt bepaald, maar dat zou snel moeten gebeuren, meende Havel.

Wellicht nog wat controversiëler was Havels uitspraak in datzelfde gesprek dat de Tsjechische buitenlandse politiek het naar zijn smaak te vaak over “Tsjechische belangen” heeft. Teruggefloten is Havel nog niet voor dit soort vrijmoedig commentaar - hij was immers nog niet in functie - maar het zal interessant zijn te zien hoe kort de president in de toekomst aan Klaus' politieke lijn wordt gehouden.

Hoewel Havel zelf altijd pleitte voor een Tsjechisch presidentschap dat meer op het Franse of zelfs Amerikaanse model zou zijn geïnspireerd, heeft hij zich neergelegd bij een rol die iets uitgaat boven die van de Duitse bondspresident. Hij heeft dat gerationaliseerd door te zeggen dat Tsjechië nu een normale samenleving is geworden met een functionerende regering. Een staat dus die geen president meer nodig heeft die “de almachtige heerser van het volk” is. Tsjechië treedt, zo zei Havel vorige week, het tijdperk binnen van de “stabiliserende democratie” waarin de president door zijn rol als scheidsrechter en behoeder van de politieke cultuur de garantie vormt voor de stabiliteit van het land.

Maar daarvoor is nodig dat zijn autoriteit als “laatste beroepsinstantie” wordt erkend. Dat moet worden afgewacht. Indien de verhouding Havel-Klaus tekenen zou vertonen van een ongemakkelijke cohabitatie, dan zou het presidentschap van Havel misschien juist wel eens een factor van instabiliteit kunnen gaan worden.

Havel beschouwt het cultiveren van de betrekkingen met Slowakije als prioriteit van zijn presidentschap. Maar ook op dat punt lijkt de liefde van één kant te komen. Vier presidenten wonen de plechtigheden van vandaag in Praag bij, die van Duitsland, Oostenrijk, Polen en Hongarije. Alleen de man die de honneurs als president van Slowakije waarneemt, premier Vladimr Meciar, laat verstek gaan. Hij kondigde vorige week aan deze week drie dagen ziek te zullen zijn. Voor alle zekerheid werd daar later aan toegevoegd dat hij het ook erg druk heeft. Om het protocollaire affront nog wat te verscherpen laten de Slowaken zich vandaag in Praag vertegenwoordigen door Roman Kovác, de man die tot twee keer toe jammerlijk faalde bij de Slowaakse presidentsverkiezingen van vorige week en die bij de volgende ronde niet eens meer mag meedoen.