Gesjoemel met cijfers

Een nieuw jaar, een nieuwe peso. De introductie van de huidige Mexicaanse munteenheid ging, zoals gebruikelijk hier, gepaard met een lawine van in majeur getoonzette publiciteit. Maar de Mexicanen begrepen er niks van. Als, zo legde de voorlichtingspot geduldig uit, een liter benzine eerst 1220 pesos kostte, dan is dat met ingang van 1 januari 1 nieuwe peso en 22 centavos. En als je eerst 1 miljoen 500.000 pesos verdiende, dan is dat voortaan 1.500 nieuwe pesos. Het hielp allemaal niets, zoals uit reportages op de televisiejournaals bleek.

De verwarring werd des te groter toen er op 1 januari helemaal geen nieuwe pesos bleken te zijn. Dat is op zich geen probleem, omdat de oude munt nog tot eind dit jaar geldig blijft. Maar handig was het niet van de overheid. De oude peso leeft nog volop bij de Mexicaan en een liter melk wordt steevast afgerekend als éénduizendzevenhonderd in plaats van 1,70.

De nieuwe munt paart de logica van een in decimalen in plaats van duizenden uitgedrukte rekeneenheid aan het nieuwe vertrouwen van de Mexicaanse overheid in de economie. Voorbij zijn de tijden van Mexico-schuldenland, zo wil de nieuwe munt zeggen, en met in het verschiet de vorming van één groot Noordamerikaans handelsblok met Canada en de Verenigde Staten is Mexico klaar om te worden erkend als een mondiale economische macht. In sommige publikaties wordt het land al aangeduid als elfde op de OESO-ranglijst, hoewel de Mexicaanse aanvraag tot lidmaatschap van deze organisatie (als eerste land in Latijns Amerika) nog steeds niet is gehonoreerd.

De muntconversie werd mede mogelijk gemaakt door de gestaag dalende inflatie in de afgelopen jaren. Werd in het rampjaar 1982, toen Mexico noodgedwongen de aflossing van rente op zijn schulden moest staken, nog een percentage van 59 gemeten, in 1987 was de geldontwaarding opgelopen tot 131,8 procent. Maar in de daarop volgende jaren van economische groei en sanering van de overheidsfinanciën daalde de inflatie tot 11,9 procent vorig jaar, aldus de Banco de México. Instanties of personen die moeten rekenen met dit officiële cijfer voor de verhoging van hun goederen of diensten, kunnen de Banco de México wel schieten. De werkelijke inflatie in Mexico was vorig jaar zeker twintig procent, klaagde mijn huisbaas, toen we de huur voor 1993 moesten vaststellen. Ja, en de benzine is ook duurder geworden, probeerde zijn echtgenote nog. Maar afspraak is afspraak: het cijfer van de Banco de México geldt.

Natuurlijk heeft mijn huisbaas gelijk, de werkelijke inflatie in Mexico vorig jaar was veel hoger dan 11,9 procent. Snel duurder wordende goederen in de supermarkten en zelfs overheidsdiensten die met percentages van twintig tot dertig tegelijk omhoog gaan, roepen vraagtekens op over de officiële cijfers. In een artikel voor het gezaghebbende dagblad El Financiero beklaagde Financial Times-correspondent Damian Fraser zich vorig jaar terecht over het totale gebrek aan fatsoenlijk cijfermateriaal in Mexico.

De werkelijkheid van de Mexicaanse economie lijkt veel zorgelijker dan uit gefabriceerde inflatiepercentages als 11,9 blijkt. De grootste problemen voor president Carlos Salinas de Gortari en minister van financiën Pedro Aspe is het extreem lage niveau van de lonen en het hand-over-hand toenemende handelstekort met vooral de VS. Het minimum-dagloon ligt momenteel op ruim 14 nieuwe pesos, zo'n 8,50 gulden en minder dus dan het minimum-uurloon in de VS met wie binnen een jaar tijd één gezamenlijke markt tot stand moet zijn gebracht. Die gezamenlijke markt, oftewel Nafta, zal de Mexicanen mogelijk meer banen opleveren, maar zeker een nog groter handelstekort.

Na zijn ontmoeting met Salinas begin deze maand merkte Bill Clinton op dat Nafta voor zijn land vooral voordelen zal brengen, omdat het Amerikaanse handelsoverschot met Mexico nu al ten minste negen miljard dollar bedraagt. Tien miljard, riepen uitgelaten verslaggevers, wat een zure glimlach bij Salinas teweeg bracht. Verwacht wordt dat het totale Mexicaanse handelstekort dit jaar zal oplopen tot 17 miljard dollar. Maar ook dit is, bij gebrek aan betrouwbare cijfers, vooral een educated guess.

Ondanks de maquillage van de cijfers komt de Mexicaanse overheid lof toe voor de redelijk succesvolle sanering van economie en staatsfinanciën in de afgelopen jaren. Privatiseringen zijn een eclatant succes geworden, de belastingquote is meer dan verdubbeld, de overheidsuitgaven lijken onder bedwang en vorig jaar loste Mexico zelfs 7 miljard dollar af op de hoofdsom van zijn buitenlandse schuld, met ruim 90 miljard dollar na Brazilië nog steeds de hoogste in Latijns Amerika. De voortdurend lage lonen hebben niet, zoals in andere landen op het continent, geleid tot een massale verpaupering van de Mexicanen. Onder de bezielende leiding van president Salinas is een programma van infrastructurele werken in gang gezet onder de naam "Solidariteit'. Scholen, wegen, sportvelden, rioleringen, stromend water, licht - in een geforceerd tempo wordt vooral het verarmde Mexicaanse platteland op de valreep nog de twintigste eeuw binnengesleept.

Solidariteit is natuurlijk vooral een politiek instrument dat het imago van Salinas vermoedelijk goed heeft gedaan. Vermoedelijk, want ook voor populariteitspolls, laat staan verkiezingsuitslagen, is in Mexico geen betrouwbaar cijfermateriaal voorhanden. Toch is het niet te wild om te veronderstellen dat Salinas nu met gemak zou kunnen worden herkozen als president. Maar dat mag niet volgens de Mexicaanse grondwet. En in tegenstelling tot al het andere wordt er in Mexico met de constitutie niet geknoeid.