Frans streven naar meer democratie in Afrika failliet

PARIJS, 2 FEBR. De crises in Zaïre, waar de Franse ambassadeur vorige week door een kogel werd gedood, en in Togo, waar de afgelopen dagen 25.000 mensen voor militair geweld zijn gevlucht naar de buurstaten Ghana en Benin, betekent het failliet van de Franse politiek om in de voormalige koloniën van West-Afrika vreedzame democratisering op gang te brengen.

De Franse regering heeft zich de afgelopen dagen beperkt tot maatregelen om levens van Franse burgers in beide landen te kunnen beschermen. Franse parachutisten werden ingezet bij de evacuatie van circa duizend Franse burgers van de Zaïrese hoofdstad Kinshasa naar Brazzaville, de hoofdstad van Congo, dat tegenover Kinshasa aan de rivier de Zaïre ligt. In Benin zijn Franse parachutisten aangekomen die zonodig kunnen worden ingezet in Togo, waar soldaten van dictator Eyadéma de afgelopen dagen tientallen mensen hebben gedood.

Minister van buitenlandse zaken Roland Dumas waarschuwde dit weekeinde in een krante-interview dat Parijs de economische hulp aan de regeringen van de voormalige Franse koloniën in het westen van Afrika “elk moment kan stopzetten”. Dit dreigement lijkt weinig indruk te maken in Togo en Zaïre, waar Eyadéma en Mobutu geen afstand van de macht willen doen. De door Parijs beoogde democratisering is hier mislukt. Het huidige voorzichtige Franse optreden zal ook van invloed zijn in andere landen zoals Gabon, Congo of Burkina Fasso, waar zich eveneens politieke crises voordoen.

Premier Pierre Bérégovoy hield de leiders van de francofone Afrikaanse landen op een topconferentie in oktober in Libreville, de hoofdstad van Gabon, nog voor dat er “onverbrekelijke banden bestaan tussen veiligheid, democratie en ontwikkeling”. Hij herhaalde daarmee de boodschap van president François Mitterrand die in juni 1990, op de francofone top in La Baule, de autocratische leiders van de Afrikaanse staten opriep tot democratisering. Na een eerste succes in Benin, waar de marxist Kérékou na een "nationale conferentie' het veld ruimde, kwam dit proces tot stilstand.

Eyadéma en andere Afrikaanse leiders die ondanks diepe politieke en economische crises aan de macht willen blijven lijken zich ook minder van Parijs aan te trekken omdat de verkiezingen van eind maart in Frankrijk tot de vorming van een nieuwe rechtse regering zullen leiden. De gaullisten en liberalen hebben geen duidelijke visie op de problemen in West-Afrika. Sommige invloedrijke politici, zoals de gaullist Charles Pasqua, een van de leiders in de campagne tegen "Maastricht', lijken meer te geloven in de traditionele "realistische' politiek van steun aan de plaatselijke machthebbers.

Pasqua, die om de zes weken enkele dagen in Afrika op bezoek gaat (officieel in zijn functie van president van het departement Haute-Seine), zegde de Togolese president, Eyadéma, enkele weken geleden zijn steun toe. Vorige week donderdag schoten militairen van Eyadéma zestien vreedzame betogers in de hoofdstad Lomé dood, terwijl de Franse en Duitse ministers van ontwikkelingssamenwerking met de regering van premier Koffigoh overleg voerden. Dit incident was, evenals de muiterij in Kinshasa, een duidelijk voorbeeld van het ontbreken van de band tussen ontwikkeling en veiligheid.

Een ander teken des tijds was de terugkeer in Frankrijk van de Franse huurling Bob Denard. De 63-jarige oud-militair die de afgelopen tientallen jaren betrokken was bij allerlei duistere acties in Afrika - een geslaagde staatsgreep in de Comoren, een mislukte in 1977 in Benin - ging direct na aankomst gisteren de gevangenis in. Denard, die in Zuid-Afrika woonde, is in Frankrijk tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens zijn actie in Benin. “Ik wil mijn juridische problemen definitief regelen”, zei Denard. De tijd voor militaire avonturiers lijkt voorbij. “Wij gaan niet voor gendarme spelen”, zei minister Dumas.