Eredoctoraat

Op de opiniepagina van NRC Handelsblad van 25 januari wekt prof. H.H. van den Kroonenberg de indruk dat ik toegepaste wetenschap niet als wetenschap beschouw, en dat het inleveren van mijn bul in verband met het eredoctoraat van de heer A. Heijn dus ook geen passend gebaar zou zijn geweest. Afgezien van het feit dat hier een practical joke achter school teneinde de aandacht op een groot, ander probleem te vestigen, is sprake van een ernstig misverstand. Toepassingen van de psychologie worden elk jaar weer met de doctorstitel bekroond, en terecht, en ook ik ben allerminst vies geweest van dergelijke bezigheden (zoals ergonomie).

Er is echter een groot verschil tussen het ontwikkelen van goede toepassingen en het feit dat de heer Heijn, zoals mevrouw N. Kroes (Nijenrode) herhaaldelijk heeft gezegd, de streepjescode ingang heeft doen vinden. Bovendien is die constatering volgens mijn informatie niet juist: de code is gentroduceerd door een in Amsterdam gevestigd bedrijf; de heer Heijn was voorzitter van een commissie die zich beraadde over de vraag hoe en waar de code zou kunnen worden ingevoerd. Aan de hand van het criterium dat Van den Kroonenberg en Nijenrode lijken te hanteren, moeten nog duizend ondernemers spoorslags in de doctorsstand worden verheven.

Overigens kom ik inderdaad in de verleiding, bij de huidige stand van zaken meer voorvoegsels in te leveren. Er is niets tegen eerbewijzen, maar men geeft de prijs voor de beste voetballer van het jaar toch ook niet aan een schaatser? M'n rijbewijs wil ik houden.