Er is niets dat Christa Wolf blameert; “Wie te laat komt, wordt gestraft met wantrouwen”.

Het AFP-bericht dat Christa Wolf dertig jaar lang voor de Stasi zou hebben gewerkt (NRC Handelsblad van donderdag 28 januari) was een verpletterende mededeling voor iemand die al heel lang met haar bevriend is. De dag daarop volgde in de rubriek Aanvullingen & Correcties een dementi: het zou slechts om de jaren 1959-1962 zijn gegaan. Zaterdag kwam correspondent J.M. Bik met een vervolg, waarin een aantal dingen beter geordend waren, maar de kop: "Stasi-verleden Wolf en Müller nieuwe schok' maakte duidelijk stemming en nam de omstandigheid dat de een tot het einde toe, de ander slechts in een ver verleden Stasicontacten onderhield "en bagatel'.

Persoonlijk ben ik door de feiten niet zo erg geschokt. Ik kende Christa Wolf in de jaren 1959-'62 nog niet, ja zou, indien de gelegenheid zich had voorgedaan, met een grote boog om haar heen zijn gelopen. Destijds, in 1959, publiceerde ik in het Westduitse tijdschrift Eckart een opstel over Oostduitse poëzie onder de titel "Deutsche Lyrik auf der anderen Seite', waarin ik met de "Literaturbeobachterin' Christa Wolf, redactrice en literatuurrecensente van de Neue deutsche Literatur, ronduit de vloer heb aangeveegd, haar onder meer een "onwrikbare dogmaticus' noemende. Het verbaast mij dan ook in het geheel niet dat zij in die tijd de zo door haar bewonderde Oostduitse staat met informatie over minder "partijgetrouwe' publicisten van dienst heeft willen zijn. Dat lag geheel in haar lijn, fanatiek-gelovige, allerminst opportuniste, die zij toen was: kwaad-doenster uit overtuiging (al kon de Stasi met dat kwaad weinig uitrichten).

Des te meer is het Christa Wolf als verdienste aan te rekenen dat zij, eenmaal zelf romanschrijfster geworden, na enkele akelig recht in de rode leer zijnde geschriften te hebben gepubliceerd zich steeds verder van het DDR-socialisme verwijderde. Een boek als Der geteilte Himmel - in Nederland tot voor kort nog aan de schooljeugd zéér ter lezing aanbevolen en zelfs in een speciale schooleditie verkrijgbaar! - wierp Christa Wolf zelf al twintig jaar geleden ver van zich. In al haar latere werk komt - soms heel direct, soms op meer verhullende wijze, maar voor haar lezers in de vroegere DDR steeds duidelijk herkenbaar - haar groeiende kritische distantie tot het "realbestehende' socialisme van haar land, haar toenemende afkeer van de marxistische denktrant tot uitdrukking. Maar ook schuldbesef jegens degene die zij eenmaal zelf was. En als ik goed lees, vind ik dat ook in haar laatst verschenen boekje Was bleibt. Kortom, het was haar er steeds meer om te doen het verzwegene ter sprake te brengen. Zo werd Christa Wolf in de DDR tot een (niet: de) "moralische Instanz'.

Het is vooral dit wat haar, naar ik telkens weer merk, in het Westen zeer wordt kwalijk genomen. Dat blijkt ook weer uit het artikel van Bik, wanneer hij, kennelijk niet zonder instemming, uitgerekend Frank Schirrmacher van de Frankfurter Allgemeine Zeitung als zegsman kiest. Alsof de positie die Christa Wolf in de DDR innam haar niet was toegevallen. Alsof zij die welbewust had gezòcht, wie weet in het vermoeden van wat daar ooit nog eens voor omwenteling zou plaatshebben! Niet alleen voor Schirrmacher, door Bik niet zonder reden als "scherprechter' geïntroduceerd, maar ook voor allerlei andere Westduitse literatuurcritici telt kennelijk niet de intellectuele en zedelijke moed die deze schrijfster al van vóór 1968 - toen eindelijk in de DDR, in een oplage van achthonderd exemplaren, haar Nachdenken über Christa T. mocht verschijnen - tot aan de ondergang van de Oostduitse staat aan de dag heeft gelegd. Zij kunnen dat als buitenstaanders trouwens niet eens beoordelen. Eenmaal fout altijd fout, zo luidt de moraal van het verhaal. Een in mijn ogen verwerpelijke, strikt immorele moraal. Hoe het zij, wanneer deze Christa Wolf er dan nota bene ook nog voor uit durft komen dat zij niet gelukkig is met de Duitse hereniging en dat zij in wezen socialiste is gebleven, dan vormt dit voor de Schirrmachers - en naar het mij voorkomt ook voor Bik - alleen maar de definitieve bevestiging van hun verdenkingen. Zelf zou ik in hun plaats allereerst hebben gedacht: in elk geval géén "Wendehals', geen draaikont!

Welnu, als iemand die in 35 jaar de vroegere DDR en haar bewoners goed en steeds beter heeft leren kennen, iemand die daaraan vele kostbare connecties zowel met kritische collega-schrijvers als met kritische medechristenen heeft overgehouden, wil ik graag kenbaar maken dat er in mijn ogen niets is wat de huidige Christa Wolf als mens of als schrijfster discrediteert.

Over de intrinsieke waarde van het door haar geschrevene wil ik geen oordeel uitspreken. Maar wel wil ik hier graag signaleren dat voor critici als Frank Schirrmacher die waarde alleen daarom al niet groot mag zijn, omdat de morele impetus ervan hem tegenstaat. Die moet dus met alle kracht als pretentie, vàlse pretentie uiteraard, aan de kaak worden gesteld. Zou dit niet de eigenlijke reden zijn waarom hij het tegen Die Zeit voor de verklaard-amoralistische Heiner Müller heeft opgenomen? Een "waardevrije' literatuur - dat is je ware! Hoezeer leven wij in het tijdperk van no-nonsense en postmodernisme, in het "einde van de geschiedenis'... De auteur is literair essayist en dichter. Naschrift van onze correspondent in Bonn J.M. Bik: In het artikel op de kunstpagina (23 januari) stond uitdrukkelijk vermeld dat Christa Wolf noch Heiner Müller in hun Stasi-contacten ooit iemand nadeel had berokkend.

De aangehaalde Schirrmacher had in de Frankfurter Allgemeine gewaarschuwd voor een te snelle veroordeling van Wolf en Müller en het weekblad Die Zeit, dat zoiets volgens hem had gedaan, gekritiseerd. Dat Schirrmacher niet gelooft in al dan niet zelfgekozen “nationale gewetensfuncties” van schrijvers, is een ander verhaal.

Wolfs vertelling Was bleibt, die zij in 1979 zegt te hebben geschreven en die na de Oostduitse omwenteling is gepubliceerd, handelt over de alomvattende greep van de Stasi op de DDR en Wolfs leven in haar toenmalige woning aan de Oostberlijnse Friedrichstrasse. Wolf (63) was kandidaat-lid van het centraal comité van de SED en staatsprijswinnares. Toen Oostduitse schrijvers tegen de inval van het Warschaupact in Tsjechoslowakije protesteerden (1968) bleef zij stil. Niemand betwist echter dat zij na haar dertigste gaandeweg meer kritische afstand tot de SED nam.

Maar het lijkt niet zó vreemd dat er nu verbazing over is ontstaan dat zij twee weken geleden - ruim twee jaar na de Duitse eenwording en de publikatie van Was bleibt - zei dat zij zich overvallen voelde door het bekendworden van haar korte Stasi-IM-status (1959-'62) en zich zelfs haar zelfgekozen agenten-naam "Margarete' van toen (haar tweede voornaam) niet meer had herinnerd. Die verbazing leeft niet alleen bij Westduitsers. De Oostduitse auteur Erich Loest, zelf een slachtoffer van SED en Stasi, reageerde bijvoorbeeld ook nogal sceptisch (Welt, 22 januari). Namelijk met een variant op het bekende woord van Gorbatsjov: “Wie te laat komt, wordt gestraft met wantrouwen”.