EG-kandidaten vragen uitzonderingen

BRUSSEL, 2 FEBR. Zweden, Oostenrijk en Finland willen bij toetreding tot de EG hun strenge milieunormen, hoge sociale bescherming en open democratische traditie behouden. De kandidaat-lidstaten gaan akkoord met een gezamenlijk buitenlands- en veiligheidsbeleid van de (toekomstige) Europese Unie en nemen dus afstand van hun neutraliteit.

Dit bleek gisteren bij de officiële start van de onderhandelingen in Brussel tijdens een plechtige vergadering van EG-ministers van buitenlandse zaken. De Europese Commissie hoopt de onderhandelingen binnen een jaar te hebben afgewikkeld, waarna toetreding op z'n vroegst begin 1995 wordt verwacht. In de kandiaat-landen moeten eerst nog referenda worden gehouden, zodat ratificatie van het toetredingsverdrag ongeveer een jaar op zich zal laten wachten. Gisteren werd het officiële advies van de Commissie over de kandidatuur van Noorwegen gepubliceerd, waardoor ook een spoedig begin van de onderhandelingen met Noorwegen verwacht wordt. De onderhandelingen worden namens de EG gevoerd door Commissaris Van den Broek.

“Wij willen volledig deelnemen aan de gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidspolitiek van de Europese Unie”, aldus de Zweedse minister van Europese en handelszaken Ulf Dinkelspiel. Ook de ministers van de andere kandidaat-lidstaten deden hun best om eventueel wantrouwen op dit punt weg te nemen. Bij sommige EG-landen heerst de vrees voor een "verwatering' van de defensie- en buitenlandse zaken identiteit van de EG nog voordat die goed en wel is gevormd. Oostenrijk, Zweden, Noorwegen noch Finland zijn immers van enig militair bondgenootschap lid.

De Finse minister Pertti Salolainen zei “niet te geloven dat we op grote problemen bij de buitenlandse en veiligheidspolitiek zullen stoten. We delen dezelfde waarden en de algemene doelen in de internationale politiek”. Minister Aloïs Mock noemde de ontwikkeling van een Europees veiligheidsmechanisme voor Oostenrijk “een vitaal belang”. Oostenrijk “verplicht zichzelf tot een verdere ontwikkeling van veiligheidsstructuren zoals in het Verdrag van Maastricht is voorzien”, aldus Mock.

Tegelijk werd duidelijk dat de Gemeenschap met de nieuwe lidstaten op een aantal terreinen overgangsregelingen zal moeten treffen of zich zal moeten aanpassen. Zweden is niet van plan om het staatsmonopolie op de verkoop van alcohol op te geven. Ook vinden de Zweden dat “grenscontroles voor de bestrijding van drugs en veterinaire ziekten, gezien het falen van andere controlemiddelen niet afgeschaft kunnen worden”. Finland wil niet gedwongen worden de nationale normen voor de bescherming van het milieu, de werknemer en de consument af te zwakken. Ook vragen de Finnen om een speciale bescherming voor de arctische landbouw. Zweden en Finland willen tevens hun speciale vrijhandels betrekkingen met de Baltische staten behouden.