Een letter verschil

NU DE POLITIEKE kruitdampen rondom het WAO-debat enigszins zijn opgetrokken, komt er weer oog voor de inhoud. Hoe de negatieve financiële gevolgen van de wetsvoorstellen zoveel mogelijk te voorkomen, vragen werknemers of hun vertegenwoordigers zich af, terwijl particuliere verzekeraars het antwoord al klaar hebben. Niet het voorkómen van arbeidsongeschiktheid staat centraal in de discussie, maar het voorkomen van financiele achteruitgang als gevolg van arbeidsongeschiktheid. De Nederlander blijft nu eenmaal graag verzekerd en een markt van vier miljard gulden ligt open.

Dat de ingreep in de WAO zou leiden tot een systeem van bijverzekeren, is van het begin af aan voorzien. De-collectivisering van de WAO betekent de verschuiving van verantwoordelijkheden naar de particuliere sector. Een goede weg, want daarmee wordt een financiële prikkel geïntroduceerd voor een beleid dat is gericht op preventie en reïntegratie. Immers, hoe minder arbeidsongeschikten, hoe lager de premie. Deze prikkel kent de huidige WAO nauwelijks. Integendeel, het manco van de WAO-oude-stijl was dat het risico kon worden afgewenteld op het collectief. Het resultaat van deze afwenteling, beter gezegd van de zoek geraakte verantwoordelijkheid, is bekend: ruim 900.000 mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

DE WIJZE WAAROP nu wordt gesproken over bijverzekeren stemt echter somber. Nog even en de trieste conclusie van de WAO-operatie zou kunnen zijn dat het netto-resultaat niet meer is dan een verschuiving van de premielasten van de collectieve naar de particuliere sector. Met als bijkomend effect voor de werknemer dat hij in het gunstigste geval de eerstkomende jaren voor een polis met dezelfde voorwaarden meer zal moeten betalen. Of, als de vakbond goed voor zijn leden heeft onderhandeld, de werkgevers zitten opgezadeld met extra loonkosten. Het lijkt op de situatie van twee jaar geleden toen voor CAO-partijen wettelijk de mogelijkheid is geschapen opnieuw te onderhandelen over de ziektewetuitkeringen. Ook toen is per saldo niets veranderd doordat in het particuliere traject hetzelfde werd afgesproken als in het wettelijke.

Dit dreigt te gebeuren als aanvullende WAO-verzekeringen onderdeel gaan uitmaken van het CAO-overleg. Dat de vakbeweging dit als belangenorganisatie probeert, is begrijpelijk. In die zin doet de verbazing van de bewindslieden van Sociale Zaken vreemd aan. Dit was te voorzien. Iets anders is of aan deze wens van de vakbeweging moet worden toegegeven. Een probleem daarbij is dat de belangen van particuliere verzekeraars en vakbonden voor een deel synchroon lopen. Verzekeraars zijn voor lage premies gebaat bij zo groot mogelijke collectiviteiten, de eerste offertes uit de verzekeringswereld wijzen daar ook op. Nu wordt gespeeld met de gedachte het keuringsregime van de bedrijfsverenigingen over te nemen, dreigt er helemaal niets anders over te blijven dan een geprivatiseerde WAO.

VOOR MINISTER De Vries van sociale zaken is er alle aanleiding om de algemeen verbindend verklaring van CAO's opnieuw aan de orde te stellen. Werkgevers zouden het echter niet zo ver moeten laten komen. De aanvullende WAO hoort niet thuis in het CAO-overleg, maar op het niveau van de ondernemingen, waar het beroep op de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ook kan worden tegengegaan. Daar was het ook om begonnen.