Een gouden systeem

Een lezeres belde met goed nieuws: “Ik heb een gouden systeem met EOE-index-opties ontdekt, maar de bank doet alsof ik gek ben. Waarom?” Een lezer uit Badhoevedorp werkt nog druk aan zijn manier om de markt te verslaan en vraagt zich af wat de omzetcijfers betekenen, hoe market makers hun verplichting afdekken en waar je literatuur kan krijgen over de structuur en werking van de Optiebeurs.

Om met het laatste te beginnen: de Optiebeurs geeft, net als de Effectenbeurs, tal van publikaties uit voor particulieren. De meeste zijn gratis. Wie daarna toe is aan wat pittigs, kan in een openbare bibliotheek, grote boekhandel of tweedehands zaak zoeken naar geschikt leesvoer uit het ruime aanbod. Een volgende stap is oefenen op papier met de koersen in deze krant en op Teletekst.

De lezeres van het onfeilbare systeem heeft op eigen houtje een spel ontdekt dat professionele en particuliere beleggers al vele jaren spelen: het regelmatig gedekt schrijven en overrollen van at òf out-of-the-money call-opties op aandelen om zo (onbelaste) optiepremies te incasseren.

Een heldere optie-belegger die dat ontdekt, krijgt een gevoel van verlichting en zou liefst de hele dag voor de tv zitten om zijn slag te slaan. Maar de kans dat iemand iets uitvindt is zeer klein. De vloer en tal van kantoren worden immers bevolkt door lieden die steeds op zoek zijn naar de pot met goud. Als ze iets ontdekken, duurt het niet lang of iedereen grijpt die kans. Dan verdwijnt de winst zeer spoedig.

Welk verschijnsel signaleert die mevrouw en waarom houdt haar bank de boot af? Een voorbeeld. De houder van 100 Koninklijke Olie (koers 150 gulden) schrijft met die stukken als onderpand de call juli met uitoefenprijs 150 gulden (een at-the-money) en ontvangt 470 gulden, een extra onbelast rendement van 3 procent bruto. De schrijver hoopt dat die optie waardeloos afloopt om daarna de oktober of januari te kunnen schrijven; een roll over strategie.

Wanneer Olie 5 gulden omhoog gaat, doet de optie 8,30 gulden. Je kan dan met verlies terugkopen of gewoon maar afwachten of de koers weer daalt voor vrijdag 16 juli a.s. Gaat het niet zo en sluit je niet, dan worden de stukken tegen 150 verkocht. Je loopt dan eventuele toekomstige koerswinsten mis. Geen ramp. Dit is een aardige strategie, mits behendig uitgevoerd.

Doe je hetzelfde in index-opties, dan schrijf je in feite niet gedekt of naked, omdat de index (een mandje van alle aandelen) niet geleverd mag worden na uitoefening. Afwikkeling geschiedt door contante verrekening, pas na afloop van de optie. Nooit tussentijds.

Die slimme mevrouw wil bij een index van 292, 10 calls maart 300 opties (koers 3,20) schrijven en 3.200 gulden incasseren, omdat zij denkt dat de index niet zo ver zal komen. De bank vraagt als dekking 10 maal 4.500 is 45.000 gulden. Aan die eis voldoet zij met een deposito van 50.000 gulden. De dekking loopt op als de koers van de opties omhoog gaat.

Stel dat de EOE 10 punten beter wordt, dan doet de call 300 9,00 gulden en is de marge 52.000 gulden. Dus moet zij 2.000 gulden bijstorten voor een positie die al op een verlies (bij sluiten) van rond de 6.000 gulden staat. Wat doe men in zo'n geval? Afwachten tot de index daalt, met de kans dat de zaak verslechtert, of verlies nemen. Een dilemma waar veel mensen nachten van wakker liggen. Dus een slechte strategie. De bank kent die race tegen de beurs uit ervaring en zegt daarom al gauw: niet aan beginnen. Want er komt wellicht een moment dat er niet meer geld voor de zekerheid is. Dat is slecht voor de onderlinge verstandhouding.

Ook market makers moeten voor geschreven index-opties dekking neerleggen bij hun bank, het clearing member. Zij kiezen uit: contant geld, gekochte EOE-opties, een mandje aandelen dat de index dekt, een onvolledig mandje dat de bewegingen redelijk volgt (een kunst om de juiste selectie te vinden) of Top-5-opties, die de internationals volgen. Een brij van effecten waar een handelaar de hele dag in roert om iets te verdienen. Particulieren kunnen wèl veilig roll over's opzetten, wanneer ze als dekking langlopende index-opties kopen, zoals de call november 1994 290 voor 3100 gulden; zie het koersoverzicht meerjarige opties. Die investering moet men terug verdienen door korte opties te schrijven. Dat lijkt een lastige klus.

De omzetcijfers betekenen het volgende. Als de briefschrijver 1 optie koopt, is er altijd een tegenpartij die dezelfde optie verkoopt (eerder gekocht) of schrijft (nieuw). Je hebt één koper en één verkoper nodig om een transactie van 1 optie tot stand te brengen. In het koersoverzicht telt dat voor 1, dus niet voor 2. Uit de omzet blijkt niet of die twee partijen handelaar of belegger zijn. Ook niet of het gaat om een oude, al bestaande optie of een nieuwe. Dat houdt de beurs heel nauwkeurig bij, maar helaas alleen voor intern gebruik.