Duizenden mensen gaan zonder advies de WAO in

DEN HAAG, 2 FEBR. Tien tot vijftien procent van de kandidaten voor de WAO of de AAW wordt arbeidsongeschikt verklaard zonder dat de instantie die hierover moet oordelen, de Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD), een definitief advies heeft uitgebracht.

Dit blijkt uit een onderzoek dat de Toezichtkamer van de Sociale Verzekeringsraad heeft laten uitvoeren. De mensen die zonder definitief advies in WAO of AAW terechtkomen, worden in afwachting daarvan volledig (dat wil zeggen: 80 tot 100 procent) arbeidsongeschikt verklaard, zodat ze recht krijgen op de hoogste WAO-uitkering die voor hen mogelijk is. Volgens een globale schatting van de GMD zelf gaat het om 12.000 tot 18.000 mensen per jaar, op een totaal van ongeveer 120.000 keuringen.

Volgens een woordvoerder van de GMD blijkt ongeveer de helft van deze mensen bij de definitieve beoordeling niet of slechts gedeeltelijk arbeidsongeschikt te zijn. De gemiddelde overschrijdingstermijn bij de keuring bedraagt twee maanden. De werknemer die alsnog wordt goedgekeurd, raakt zijn WAO-uitkering kwijt en moet bij zijn voormalige werkgever of elders aan het werk, dan wel de WW in.

De schuld van de vertraging bij de adviezen ligt volgens de onderzoekers van de Sociale Verzekeringsraad bij de GMD en bij de bedrijfsverenigingen. In het laatste geval gaat het zowel om de bedrijfsverenigingen die hun werkzaamheden aan het GAK hebben uitbesteed als om de zelfstandig administrerende organisaties.

De behandelingsduur in de periode waarin iemand nog niet arbeidsongeschikt is verklaard, duurt te lang, zo heeft de Toezichtkamer vastgesteld. Iemand kan maximaal een jaar in de Ziektewet zitten. Aan het einde daarvan moet hij volgens de regels gekeurd zijn en moet zijn vastgesteld in hoeverre hij arbeidsongeschikt is en dus hoe hoog zijn uitkering mag zijn. Dit voorschrift wordt dikwijls niet nageleefd. De oorzaak daarvan is vaak dat bedrijfsverenigingen niet, zoals afgesproken, de zieke werknemer na zes maanden alvast bij de GMD aanmelden. De Toezichtkamer, die belast is met de controle van de uitvoeringsorganen, heeft inmiddels haar “ongerustheid” over de situatie uitgesproken.

Naar alle waarschijnlijkheid zal de Toezichtkamer donderdag besluiten een onderzoek te doen naar de vraag in hoeverre bestuur (vakbonden en werkgevers) en directie van de uitvoeringsorganen maatregelen nemen of hebben genomen om aan de te late advisering door de GMD een einde te maken.

Pag.3: GAK en GMD werken niet goed samen

Een conclusie uit het onderzoek is dat de naleving van samenwerkingsafspraken tussen bedrijfsverenigingen en GAK enerzijds en GMD anderzijds “een steeds groter knelpunt” wordt. Voor een deel is dit te wijten aan het fusieproces waarin GMD en GAK zijn verwikkeld en de onduidelijkheid over de maatregelen die de politiek neemt om het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid terug te dringen.

Ook de GMD zelf heeft aangegeven dat de oorzaak van het probleem moet worden gezocht in de slechte samenwerking met de bedrijfsverenigingen en in beperkte mate ook met administratieve tekortkomingen te maken heeft. De slechte samenwerking wordt als een “structureel” probleem ervaren. Terwijl de werkvoorraad bij de GMD toeneemt, wordt de informatie-overdracht van bedrijfsvereniging naar medische dienst steeds slechter.

Volgens de GMD is het wachten op besluiten over de zogenoemde geïntegreerde gevalsbehandeling. In zo'n situatie heeft één arts van meet af aan te maken met de zieke werknemer en verdwijnt de tussentijdse overdracht van bedrijfsvereniging naar GMD. Met een dergelijk model, onderdeel van de toekomstige reorganisatie van de sociale zekerheid die staatssecretaris Ter Veld voor ogen staat, wordt op enkele plaatsen al geëxperimenteerd.