Draaien en lassen (1)

Op cursussen wordt onderhandelaars wel geleerd ervoor te zorgen dat de tegenpartij tegen het licht in moet kijken. Dus zaten de elf vakbondsvertegenwoordigers gisteren in de eerste ronde van het CAO-overleg in de metaal- en elektrotechnische industrie te knipperen met hun ogen.

Dat bleef zo, ook nadat de gastheren van de werkgeversvereniging FME de ramen op de twaalfde verdieping van hun nieuwe hoofdkantoor in Zoetermeer lieten blinderen. Aanleiding vormde toen niet langer het felle licht van buiten, maar “de armzalige voorstellen” van de FME, zoals werknemerskopman N. Broers ze noemde.

Tusssen het oproken van bijna een half dozijn grote gematteerde sigaren door vond voorman J.L. van den Akker van de zevenkoppige werkgeversdelagatie voldoende adem elke poging tot WAO-reparatie te pareren. Zelfs een onderzoek naar de eventuele mogelijkheden van reparatie via het bedrijfstakpensioenfonds wees hij gedecideerd van de hand. “Wat Den Haag bezuinigt op de WAO, komt ten principale niet in aanmerking voor reparatie via de CAO”, hield hij zijn opponenten voor. Het viel de werknemers rauw op het dak.

Zo zorgden de gaten die het kabinet vorige week in de WAO schoot meteen voor enig sfeerbederf. Dat is ongebruikelijk in zo'n eerste ronde in het overleg over een nieuwe CAO, want doorgaans behelst die niet veel meer dan het draaien van verplichte nummertjes, waarin partijen nog eens mondeling toelichten wat ze elkaar schriftelijk al hebben laten weten. Dus beklemtoonde de Industriebond FNV nog eens zijn uitgangspunt "loon vòòr werk', hamerde de Industrie- en voedingsbond CNV nog eens op het belang van "kwaliteitsafspraken', waarschuwde de Unie BLHP nog eens dat "doemdenken niet nodig' is, en pleitte de VHP Metalektro nog eens voor een CAO met zo veel mogelijk individuele keuze-elementen ("CAO à la carte').

Tegenover de vier vakbonden heeft de FME aan werkgeverszijde sinds jaar en dag het alleenvertoningsrecht. En ook Van den Akker bereed gisteren zijn stokpaardje. Het zit, herhaalde hij, structureel fout met de winstgevendheid in de sector en daarom is uiterste terughoudendheid ten aanzien van de loonkosten absolute noodzaak. “Geen winst is geen werk.”

De CAO "grootmetaal' geldt voor ongeveer duizend bedrijven. Circa achthonderd daarvan zijn aangesloten bij de FME, dat een tachtigtal brancheorganisaties overkoepelt. Daar zitten Philips en Hoogovens niet bij. Die regelen hun CAO-zaakjes zelf. Maar Begeman, Fokker, VMF Stork, Nedcar en Daf (om er enkele te noemen) horen er wel bij. De resterende twehonderd metalektro-bedrijven zijn ofwel niet georganiseerd, ofwel aangesloten bij de ondernemersorganisatie CWM.

Dit CWM verenigt middelgrote en kleinere industriële bedrijven, die zich zo'n veertig jaar geleden afsplitsten van de toenmalige Metaalbond, een voorloper van de FME. De afgelopen jaren is de lucht tussen FME en CWM wat opgeklaard. Dat heeft erin geresulteerd dat de CWM voor en tijdens het CAO-overleg wordt geconsulteerd door de FME. Een volwaardige plaats aan de onderhandelingstafel streeft het CWM niet na. Qua representativiteit kan men niet op tegen de FME, en zolang deze het maar uit zijn hoofd laat het "vakbondstientje' - inmiddels opgelopen tot 30 piek - via de CAO te regelen (zodat ook de niet-FME-leden het af zouden moeten dragen), heeft men daar vrede mee.

Het overleg in de metaal- en elektrotechnische industrie gaat trouwens niet over één CAO, maar in feite over vijf CAO's. Daar is eerst de zogenoemde basis-CAO voor alle 200.000 werknemers in de metalektro. Verder zijn er aparte CAO's voor het hoger personeel, voor het functieclassificatiesysteem, voor de regeling voor vervroegd uittreden en voor de financiering van allerlei scholigs- en opleidingsprogramma's.

De FME wil hierover donderdag, in de tweede ronde, graag de echte onderhandelingen openen, maar de vakbonden willen eerst het WAO-gat dichtlassen.