Defensie wil soldaat vaker achter zijn studieboeken zien; "Door de controle op het studeren ben ik nu bijna monteur'

Soldaten studeren onder begeleiding. Enkele weken geleden begon in Oirschot en Schaarsbergen een drie jaar durende experiment om meer dienstplichtigen en vrijwilligers achter de studieboeken te krijgen. Het moet hun kans op een "gewone' baan vergroten.

OIRSCHOT, 2 FEBR. In een klein gebouw op de Generaal Ruyter van Steveninck kazerne in Oirschot studeren sinds enkele weken soldaten onder begeleiding. Op grote borden aan de muur wordt van iedereen bijgehouden hoe ver hij is met zijn studie. Begeleiders controleren regelmatig de vorderingen van de soldaten en roepen degenen op het matje die op het schema achterlopen.

Behalve in de Generaal Ruyter van Steveninck kazerne is er sinds begin januari ook in de Generaal Winkelman kazerne in Nunspeet een "educatief centrum' te vinden. Een derde wordt binnenkort geopend op de Oranje kazerne in Schaarsbergen. Het is een experiment dat voorlopig drie jaar gaat duren. Als in deze proeftijd blijkt dat de studenten blijven komen - een woordvoerder van het ministerie van Defensie gaat dan uit van zo'n driehonderd studenten per jaar die ook daadwerkelijk hun diploma's halen - krijgen meer kazernes een educatief centrum.

Het studiecentrum is vooral bedoeld voor dienstplichtigen en vrijwilligers die maar een beperkt aantal jaren in het leger zijn. Defensie wil de militairen door hen te laten studeren een grotere kans bieden op een baan bij terugkeer in de maatschappij. Maar ook beroepsmilitairen kunnen via het educatief centrum opleidingen volgen.

Door het studeren en het volgen van opleidingen te stimuleren hoopt Defensie ook te voorkomen dat militairen zich vervelen en de kroeg opzoeken. Bovendien, en dat is een derde belangrijk argument voor het initiatief, moet Defensie na de afschaffing van de dienstplicht in 1998 per jaar 9.300 BBT'ers (militairen voor Beroeps Bepaalde Tijd, vrijwilligers die voor een aantal jaren tekenen) werven om de landmacht op peil te houden. “Goede arbeidsvoorwaarden zijn daarom een must”, meent commandant A. Wolff van het educatief centrum in Oirschot.

De BBT-ers zullen naar verwachting voornamelijk lager geschoolden zijn die weinig gemotiveerd waren om te studeren en weinig zullen verdienen wanneer ze in het bedrijfsleven gaan werken. In het leger krijgen deze BBT'ers een hoger loon en door de strenge begeleiding bij het volgen van een studie kunnen ze toch een diploma halen. De kosten van de studie worden bovendien vergoed. Technisch specialist O. Jongenelen is BBT'er. Hij zag studeren na de LTS niet meer zitten en bovendien “zat er geen druk achter om te gaan werken”. Hij besloot voor zes jaar te tekenen. “Door de strenge controle op studeren in het leger ben ik nu bijna monteur.”

Een educatief centrum verzorgt niet zelf cursussen maar helpt bij het zoeken naar een passende bestaande opleiding bij bijvoorbeeld LOI of PBNA. Chauffeursopleidingen, een opleiding voor het middenstandsdiploma, maar ook modecursussen en tuinaanleg behoren tot het studieaanbod.

Door de herstructurering binnen de krijgsmacht vrezen veel beroepsmilitairen te worden ontslagen. Sinds de opening van het studiecentrum doen steeds meer militairen daar een beroep op om zich voor te bereiden op hun terugkeer op de arbeidsmarkt. Adjudant Hermens, voorlichter van de Oirschotse kazerne: “De meeste beroepsmilitairen zijn nooit in de "gewone' maatschappij werkzaam geweest, hebben niet in het bedrijfsleven gewerkt. Zij zijn hier op jonge leeftijd binnengekomen. Ook hebben er maar weinigen een diploma waarmee ze buiten het leger aan de bak kunnen komen.” Deze beroepsmilitairen vragen vooral naar sollicitatiecursussen, omdat ze nooit hebben hoeven solliciteren voor een baan, en cursussen beveiliging. “Het is niet zo dat hen dit nu het leukste beroep lijkt”, aldus Hermens, “maar die baan eist een mentaliteit die militairen ook hebben en biedt hun dus de meeste kans op werk.”

Een begeleider helpt de soldaten bij hun studiekeuze, de inschrijving voor een opleiding en het maken van hun huiswerk. Binnen elk peloton isook een mentor die de militairen moet stimuleren om aan een studie te beginnen. Luitenant R. Heus is zo'n mentor. “Als een nieuwe lichting binnenkomt, vertel ik de jongens meteen over de studiemogelijkheden, anders vervallen ze in de gewoonte om elke avond de kroeg in te duiken.”

De commandanten hebben ook meer mogelijkheden gekregen om de soldaten vrij te geven als er binnen hun eenheid niets te doen is. “Maar commandanten kunnen moeilijk toegeven dat dat zo is, misschien omdat ze zichzelf dan overbodig voelen”, oppert Heus. “Mijn commandant vindt doorstuderen een goede zaak en geeft me daarom een halve dag per week vrij om mijn Nima A cursus te doen”, zegt daarentegen dienstplichtige G.J. de Bruin. “Daardoor heb ik 's avonds vrij, hoef ik niet meer te studeren.”