Debâcle rondom de WAO

Het bizarre WAO-debat in de Tweede Kamer heeft één ding volstrekt duidelijk aangetoond: de politici in dit land hebben geen enkele visie op de toekomst van de sociale zekerheid. Het zou daarom ook een vergissing zijn te denken dat het geforceerde compromis van CDA en PvdA een eind maakt aan de discussie.

Het Kamerdebat leverde ook een illustratie van de perversie van een parlementaire democratie die uitsluitend op meerderheidsbeslissingen is gefundeerd. Wanneer, zoals in dit geval, vooraf niet iets van consensus is gevonden, wordt het een gevecht van allen tegen allen, een zogenaamde "vrije kwestie' waaraan het machtswoord van de minister-president spoedig een eind maakt.

De fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid, Wöltgens, vindt dat het vertoonde machtsspel tussen minderheden nu eenmaal tot het wezen van onze democratie behoort. De geachte afgevaardigden waren naar eigen zeggen beurtelings bezig met schaken en dammen, met als inzet de bestaanszekerheid van meer dan 900.000 arbeidsongeschikten en van de nog ongetelden die na de "bestaande gevallen' zullen komen. Metaforen kunnen soms heel onthullend zijn. De beeldspraak kan overigens de omvang van het debâcle niet verhullen.

In tegenstelling tot wat de emeritus-hoogleraar bestuursrecht, P. de Haan, hierover in deze krant schreef, is het bereikte compromis zowel onrechtvaardig als ondoelmatig. Het vervangt de ene onrechtvaardigheid - bevriezing van de WAO-uitkering voor mensen die al arbeidsongeschikt zijn en zich daarom niet meer kunnen bijverzekeren - door een andere, de rechtsongelijkheid tussen bestaande en toekomstige gevallen. Het is ook ondoelmatig, omdat het arbeidsongeschikten die tot de eerste categorie behoren afschrikt van herintreding in de arbeidsmarkt.

De belangen van werknemers en uitkeringsgerechtigden zijn niet meer veilig bij de politieke partijen. De taak om die belangen te beschermen valt toe aan de vakbeweging, die opnieuw in de verdediging wordt gedrongen. Zij zal proberen via de CAO-onderhandelingen de gaten die de politiek in de WAO heeft geschoten te repareren.

Het kabinet heeft echter al duidelijk gemaakt dat het van plan is collectieve regelingen van de WAO-verzekeringen via de CAO te zullen blokkeren. Minister De Vries beraadt zich nog op de vraag of hij CAO's waarin een complete herverzekering wordt afgesproken wel algemeen verbindend zal verklaren. Het is immers niet de bedoeling dat de kosten voor de uitgeklede WAO door collectieve herverzekering worden afgewenteld op de arbeidskosten van de bedrijven.

Dit betekent dat de vakbeweging waarschijnlijk de middelen zullen worden onthouden om via collectieve onderhandelingen de werknemers afdoende te beschermen tegen het risico van inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid. Ik kan niet goed inzien hoe de nieuwe opzet van de WAO kan bijdragen aan een beter evenwicht tussen collectief en individueel gedragen kosten voor de sociale zekerheid, zoals staatssecretaris Ter Veld beweert. Het ziet er eerder naar uit dat de lasten en risico's worden afgewenteld op de meest kwetsbare groepen.

Het WAO-debat zou wel eens een voorproefje kunnen zijn van de discussies die ons nog te wachten staan als een werkelijk structurele wijziging van het sociale zekerheidsstelsel aan de orde komt. Zo'n discussie is onvermijdelijk, omdat het tot nu toe aan een strategie op lange termijn heeft ontbroken en er geen enkele visie is ontwikkeld op een stelsel dat op den duur wel houdbaar en betaalbaar is. De politiek heeft zich steeds beperkt tot ad hoc oplossingen van financiële problemen die worden veroorzaakt door uit de hand gelopen voorzieningen.

Op het ogenblik leeft in sommige kringen de gedachte dat een ministelsel of basisstelsel de definitieve oplossing zal bieden. Dat zou een systeem zijn dat bovendien beter past bij de individualisering van de samenleving. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de mensen zich particulier of collectief, via CAO-regelingen, kunnen bijverzekeren. Maar net als bij de WAO zal dat een illusie blijken, omdat de kosten te hoog uitvallen. De keuzevrijheid zal beperkt blijven na opheffing van de verplichte solidariteit die zorgt voor een spreiding van risico's en lasten.