Computer als vierde produktiefactor

Wanneer een kalf is geboren, moet een veehouder dat direct telefonisch melden aan de centrale computer die alle kalveren registreert: de voice responder. Niet alleen in de dienstverlening, maar ook op de agrarische bedrijven zelf is de computer geen uitzondering meer; op 20 procent van de bedrijven staat een PC, nog eens 20 procent heeft plannen voor aanschaf ervan.

De procescomputer is in de landbouw aardig ingeburgerd. Hij stuurt en bewaakt eenvoudige processen op de boerderij en levert informatie; hij stuurt de ventilatoren in de aardappelbewaarplaats of registreert de melkgift van Antje 37. Op veel varkenshouderijen is het voeren volledig geautomatiseerd. De varkenshouder kan vooraf het voerschema voor de gehele verblijfsperiode programmeren. Dat levert een enorme arbeidsverlichting op. Zonder deze hulp zou een boer met 1500 mestvarkens met zijn voerkarretje iedere dag drie ton krachtvoer moeten rondduwen en in de troggen scheppen.

De computer kan ook een melkveehouder attenderen op tochtige koeien. Ze dienen dan voorzien te worden van een soort "armband' om de poot; een door de computer uit te lezen stappenteller. Tochtige koeien zijn onrustig en lopen dus meer.

Een meer recente ontwikkeling vormt het opsporen van berige zeugen die kunstmatig moeten worden geïnsemineerd. Alle zeugen in de groep dragen een transponder zodat ze elektronisch kunnen worden geïdentificeerd. De zeugen hebben de mogelijkheid om naar een hekje te gaan waarachter een beer zit. Berige zeugen blijken vaker naar het hekje te komen om naar de beer te kijken en hem aan te raken dan andere zeugen.

Ook het machinepark gaat met z'n tijd mee. Menig trekker is uitgerust met een boordcomputer. Die registreert naast snelheid en toerental bij voorbeeld ook het aantal hectaren dat is bewerkt. Een spuitcomputer registreert hoeveel bestrijdingsmiddel is gespoten. Thuis kan de akkerbouwer de gegevens aftappen met een chipcard en invoeren in zijn managementcomputer.

Een computer met een managementprogramma is slimmer dan een procescomputer. Met een managementcomputer kan een boer gegevens verwerken, sorteren en analyseren. Zo kan de computer bij een melkveehouder, op basis van automatische melkgiftmeting, individuele rantsoenen uitrekenen voor alle koeien en deze gegevens doorzenden naar de krachtvoerautomaat. Een boer kan met een managementprogramma ook de bedrijfseconomische gevolgen berekenen van een beslissing die hij moet nemen.

Bietentelers kunnen het teeltbegeleidingsprogramma Beta kopen, dat alle beschikbare deskundigheid over suikerbietenteelt bevat. Via een vraag- en antwoordspel komt de computer met toegesneden advies. Een ander landbouwprogramma is Milieu-detector. Dit vergelijkt mineralenoverschotten op het bedrijf - de mate waarin het bedrijf het milieu belast - met de overschotten op vergelijkbare bedrijven.

Behalve zijn eigen gegevens heeft een boer ook informatie nodig van buiten zijn bedrijf. Boeren hebben intensieve contacten met toeleverende bedrijven (van mengvoer of gewasbeschermingsmiddelen), met organisaties op het terrein van bestuur en beleid (ministerie of landbouwschap), met dienstverleners (laboratoria of boekhoudbureaus) en met verwerkers en afnemers (zuivelfabriek of veiling). Per jaar worden zo'n 140 miljoen berichten met boeren en tuinders uitgewisseld. Inmiddels doen 7000 boeren dit al via telecommunicatie. Zij laten hun computer contact opnemen met de computer van de voerleverancier, de veiling, de slachterij, of de melkfabriek. Vroeger kreeg een melkveehouder pas enkele dagen na levering per post de laboratoriumuitslagen. Nu ontvangt hij de uitslagen veel sneller op zijn computerscherm. Wanneer er iets is aan te merken op de melkkwaliteit, kan hij nog die zelfde dag maatregelen nemen.

Een onderzoeker van het Landbouw Economisch Instituut zette onlangs alle boeren weer met beide benen op de grond. Alle mooie toepassingen ten spijt, toonde onderzoek aan dat een boer met PC gemiddeld genomen geen hoger inkomen haalt dan een boer zonder PC. De prangende vraag dringt zich dan ook op of een boer wel zo nodig een PC moet kopen. Ir. H. Folkerts van het Agrarisch Telematica Centrum (ATC) in Wageningen heeft hierop wel een antwoord. “De PC vergroot het inzicht en het overzicht. Wanneer we de programma's verder ontwikkelen en verfijnen kan de boer beter analyseren en voorspellen. Ik ben ervan overtuigd dat hij dan wel een beter financieel rendement van zijn PC zal hebben.”

Binnen de sector is nogal wat wildgroei geweest op het gebied van automatisering. Daarom werd vorige maand het ATC opgericht. Deze overkoepelende organisatie gaat zich inzetten voor een goede standaardisatie ten behoeve van een betere gegevensuitwisseling. Daarnaast wil het ATC de informatica in de landbouw stimuleren en proberen de bestaande agrarische videotekstsystemen te integreren in een communicatienetwerk.

Binnen de land- en tuinbouw leeft sterk de gedachte dat de produktie van begin tot einde moet voldoen aan controleerbare voorwaarden. In de varkenssector spreekt men van "een goede bewaking van zaadje tot karbonaadje'. Folkerts wijst erop dat daarmee ook de informatievoorziening binnen de keten belangrijk wordt. Bij elk plantje of dier hoort informatie die verschillende toeleveranciers, boeren, dienstverleners, verwerkers en afnemers nodig hebben. Pas dan kunnen behandelingen en kwaliteitsnormen worden gestandaardiseerd. Een collega van Folkerts verwoordde het als volgt: “Na grond, arbeid en kapitaal wordt informatisering de vierde produktiefactor.”