Bonn: kritiek na devaluatie punt onjuist

BONN/ PARIJS, 2 FEBR. De Duitse minister van financiën, Waigel, ontkent dat zijn land te weinig heeft gedaan aan verdediging van het Ierse punt, dat in het weekeinde met 10 procent werd gedevalueerd.

Volgens hem heeft de Bundesbank op zichzelf “in ruime mate” voldaan aan haar verplichting om de Ierse munt binnen het Europees Monetair Stelsel (EMS) te helpen verdedigen.Dat het punt toch moest devalueren heeft volgens Waigel niet te maken met de Duitse rentepolitiek, maar met het feit dat Groot-Brittannië vorig jaar uit het EMS is gestapt en vorige week de rente heeft verlaagd.

Op Ierse verwijten dat Duitsland vorige maand de Franse franc binnen het EMS veel sterker heeft verdedigd, had Bundesbank-president Schlesinger zich eind vorige week al verweerd. Hij wees erop dat de Bundesbank, die waakt over de stabiliteit van de D-mark, de “ankermunt” in het EMS, ook een (groter) Europees belang dient als zij met een hoge rente het gevaar voor Duitse inflatie beperkt.

In Duitse kranten en aan de beurs in Frankfurt wordt bij dit “gelijk” van Schlesinger aangetekend dat de Ierse verwijten steekhoudend zijn en dat de vierkante steun van de Bundesbank voor de franc natuurlijk vooral door het grotere politieke belang van de Frans-Duitse samenwerking en de rol van de as Parijs-Bonn in de EG moet worden verklaard. Schlesinger zit hier “tussen de duivel en de blauwe zee”: hij steunt de franc weliswaar, maar keerde zich vorige week openlijk tegen een door kanselier Kohl en president Mitterrand voorzichtig bepleite eerdere (dan in '99) start met de Europese monetaire unie. Van een snel Frans-Duits monetair verdrag om speculatie tegen de franc tegen te gaan wilde hij evenmin weten.

De regering in Bonn en de Bundesbank pleiten al jaren voor een realistische herschikking van de koersverhoudingen om spanningen binnen het EMS tegen te gaan. Maar zij weten dat zo'n operatie om politieke redenen moeilijk valt te verwerkelijken. “De trend in de EG is nu eenmaal dat altijd op de doorsnee en met compromissen wordt beslist”, zei Schlesinger vorige week.

Volgens financiële deskundigen in Parijs heeft de crisis in de Europese monetaire samenwerking die het afgelopen weekeinde leidde tot de devaluatie van het Ierse punt, een politiek en economisch aspect.

Het politieke gezicht van de monetaire crisis bestaat volgens premier Bérégovoy uit de “golf van speculaties die voortkomt uit de wil het EMS en de Frans-Duitse betrekkingen te vernietigen”. De Franse oud-premier Raymond Barre zei afgelopen weekeinde op het World Economic Forum in het Zwitserse Davos dat de “convergentie van de aanvallen (tegen het EMS) duidelijk aantoont waar deze vandaan komen”. Een voormalig staatssecretaris van het Amerikaanse ministerie van financien David Mulford bevestigde in zekere zin deze visie toen hij in Davos zei dat het EMS “niet is aangepast aan het eind van de Koude Oorlog, aan de veranderingen in de wereld en Europa en aan de Duitse vereniging”.

Door de devaluatie van het Britse pond en de Italiaanse lire, die beide - officieel tijdelijk - het EMS hebben verlaten, en de daarna gevolgde devaluaties in Spanje, Noorwegen, Finland, Zweden en nu dus Ierland zijn er twee Europa's ontstaan, volgens de Fransen: de EMS-landen met een streng regime en een Europa van lage rentes en mogelijkheden tot nieuwe groei, dat wordt aangevoerd door Groot-Brittannië.