Aardgas versterkt economie

Goed nieuws mag in deze tijd van forse economische problemen worden gekoesterd. Opnieuw heeft Nederland een lucratief succesje geboekt bij de aanvulling van zijn aardgasreserves, met een nieuw gasveldje bij het Noordfriese Anjum.

In één klap heeft de Nederlandse Aardolie Maatschappij daarmee net zoveel aan het nationale bezit toegevoegd als de gemiddelde jaarlijkse reserves die in de afgelopen twee decennia werden aangeboord. Met een zucht van verlichting stellen topambtenaren van Economische Zaken vast dat de lichte daling in de totale gasreserves nu is omgebogen. We kunnen nog zeker veertig à vijftig jaar vooruit met ons binnenlands gasverbruik, zelfs bij een hogere economische groei. Belangrijker voor de nationale economie is dat ook de export van deze kostbare brandstof langer kan doorgaan, of met een nog hoger volume.

Kassa dus, voor NAM-aandeelhouders Shell en Esso, maar vooral voor minister Kok van financiën die verreweg het grootste deel van de winst opstrijkt, door het hoge staatsaandeel in de opbrengst van de Nederlandse energiewinning.

Hoe verleidelijk zou het niet zijn een flink deel van de zorgen over de financierbaarheid van de WAO, de AOW en andere verworvenheden van onze welvaart weg te strepen tegen zo'n winst in de Nederlandse kredietwaardigheid en de bestendiging van het nationaal inkomen? Begrippen als het begrotingstekort en de staatsschuld zullen door menige econoom weer wat worden gerelativeerd.

Maar de financieel-economische hoek van het kabinet - Kok, Andriessen en Lubbers zelf - willen vermijden dat de "Hollandse ziekte' van de jaren '70, het potverteren weer zou toeslaan. Het gas moet nu worden verkocht om het nationaal financieel beleid een structureel betere basis te geven. Nederland moet gebruik maken van zijn gunstige positie op de gasmarkt, nu de vraag naar deze schone brandstof in West-Europa hoog is en stijgt.

Twee jaar geleden maakte minister Andriessen op de palm van zijn hand een klein rekensommetje: de gulden is bij een reële rente van 6 procent over 12 jaar in waarde verdubbeld en over 24 jaar 4 gulden waard. Dat is ongeveer de periode die voor de nieuwe exportcontracten van de Gasunie geldt. Omgekeerd is onze gulden door de inflatie over 24 jaar nog maar een kwartje waard. Inmiddels is de rente nog verder gestegen. Conclusie: laat het gas niet in de grond zitten, maar verkoop het. Converteer de waarde, zet het om in harde munt en gebruik het voor vermindering van de staatschuld. Op den duur wordt daardoor de overheid weer betaalbaar en kunnen de belastingen omlaag.

Inmiddels heeft het kabinet nog een tweede bestemming voor een deel van de gasbaten afgesproken: het aardgasbatenfonds waaruit infrastructurele werken als wegen, tunnels, de Betuwe-spoorlijn en de hogesnelheidstrein kunnen worden betaald. Dat draagt bij aan versterking van de economische structuur.

Het gasveldje bij Anjum is op zichzelf slechts goed voor een half jaar binnenlands verbruik, maar het maakt deel uit van het belangrijks streven om de kleine gasvelden bij voorrang tot ontwikkeling te brengen. Die kleine velden dragen nu samen al bij tot bijna de helft van de totale jaarlijkse gasproduktie. Of dat beleid zo succesvol kan blijven als nu, zal voor een groot deel afhangen van proefboringen in het IJsselmeer en nieuwe produktie uit de Waddenzee. Onder de kwestbare wateren ligt de rest van de Nederlandse schat. De keuze ligt glashelder op de Haagse burelen: natuur, milieu en drinkwatervoorziening ongemoeid laten of geld verdienen en een zeker risico op de koop toenemen.