Weigering zich te verlagen tot niveau van werkvolk; Voetbal is amusement. Een kwestie van smaak

DEVENTER, 1 FEBR. Hoe sterk Ajax de laatste weken speelt valt moeilijk te meten. Je bent zo sterk als de tegenstander toelaat, is een oude wijsheid in de sport. Alleen duidelijk is dat de Ajacieden opvallend doeltreffend zijn gaan voetballen. Veertienmaal scoorden ze de laatste drie wedstrijden tegen respectievelijk Dordrecht '90, Vitesse en Go Ahead Eagles, met als voorlopig hoogtepunt gisteren de grootste overwinning (6-0) van het seizoen in Deventer op laatstgenoemd elftal.

De toename van de productie zal de Ajacieden sterken in hun overtuiging dat de landstitel weer binnen bereik is, dat PSV over twee weken in eigen stadion te verslaan is. Dan doet het er in Amsterdam waarschijnlijk niet toe welke waarde aan Ajax' laatste wedstrijden wordt toegedicht. Hoe groot bijvoorbeeld de kracht is waarover Go Ahead gisteren tegen Ajax beschikte.

Voor de buitenstaander kan dat een twistpunt zijn. Zeker als trainers aan zulke kwesties weer eens een subjectieve draai geven. Met hun analyse schiet je meestal toch al weinig op. De verliezende coach is geneigd het zwakke spel van zijn elftal toe te schrijven aan het sterke spel van de tegenstander. En de winnende coach weigert per definitie in te zien dat de kracht van zijn spelers ook te maken zou kunnen hebben met de machteloosheid van de andere partij. Zonder geluk wint bovendien geen enkele sportman.

De psychologie van de sportwedstrijd is even ondoorgrondelijk als fascinerend. Maar met name in voetbal menen de winnende trainers altijd gelijk te hebben. Ze poneren stellingen alsof "het lezen' van een wedstrijd wetenschap is. Ze gaan er domweg aan voorbij dat de man op de tribune met zijn eigen zintuigen heeft kunnen waarnemen wat er op het veld gebeurt. Een slecht schot, blijft een slecht schot, evenals een slechte pass, welke uitleg de trainer of de betrokken speler er na afloop ook aan geeft. Voetbal is amusement. En amusement is een kwestie van smaak. En niet van verstand van voetbal.

Waarom deze uiteenzetting? Omdat ook voetbalverslaggevers - met of zonder verstand van voetbal - zich wel eens de hersens pijnigen over het waarheidsgehalte van een voetbalwedstrijd. Voordat ze het weten is hun visie op het duel, hun eigen simpele waarneming, ontkracht door de analyse van de gediplomeerde voetbalkenner. Dan schijnen ze - in het ergste geval - ineens naar een andere wedstrijd gekeken te hebben.

Laten we de tactische verklaringen van de respectieve trainers na afloop van Go Ahead - Ajax daarom eens achterwege laten. Voor iedereen in de Adelaarshorst, het al decennia lang sfeervolste stadion van Nederland, moet duidelijk geweest zijn dat Ajax sterk speelde. Balvaardig, geconcentreerd, gedisciplineerd, snel en dwingend. Soms kunstzinnig. Daar tegenover stond een elftal dat nerveus, met ontzag voor het Grote Ajax, technisch beperkt, langzaam en voorzichtig speelde. Ook dat zal geen opzienbarende conclusie zijn.

De Go Ahead-spelers wilden voetballen, zoals Ajax. Begrijpelijk. Ze wilden laten zien dat ze konden voetballen, meevoetballen. Wat is er aangenamer voor een voetballer de evenknie te mogen zijn van een Ajacied? Maar ze beschikken gewoon over te weinig balvaardigheid. Eenvoudigweg over minder kwaliteit - zie het verschil tussen de clubs in status, geld en talent, zie de verschillen op de ranglijst. De Ajacieden speelden daarnaast zo "scherp' dat ze de Deventer spelers met al hun relatieve beperktheden geen kans gaven een aangespeelde bal te controleren, laat staan precies af te geven aan een medespeler. De Amsterdammers dwongen hun tegenstanders fouten te maken. Dat was en is Ajax' grote en bekende kracht.

Een mogelijk antwoord van Go Ahead had opportunisme kunnen zijn, of zoiets als vechtvoetbal. Maar kennelijk ligt dat niet in de aard van deze spelers, zichzelf te verlagen tot werkvolk. Misschien waren ze verlamd door de zenuwen. Trainer Versleijen zei na een week van opladen wel een ontlading verwacht te hebben. Vergeefs. Geen bezieling, vond hij, zoals in de uitwedstrijd die maar met 3-1 werd verloren.

Het eerste Ajax-doelpunt was illustratief voor de wedstrijd. Een "steekpassje' van Alflen op Bergkamp had nooit die lading gekregen als Go Ahead-speler Schennink in het strafschopgebied de bal niet met zijn schoenpunt van richting had veranderd, waardoor medespeler Steinmann de bal miste en Bergkamp vrij voor het doel kwam. Dat had 0-1 tot gevolg en het ongeluk waarvoor het elftal van Go Ahead zo had gevreesd.

Een oorverdovend ontploffend bommetje voor de tribune van de Ajax-supporters, waar tegenwoordig niemand meer van opschrikt laat staan aanstoot aan neemt, luidde een Ajax-show in. De Go Ahead-spelers zouden de meest aandachtige toeschouwers worden. Overmars maakte weer diepe indruk. Nu weer als linksbuiten. Links en rechts passerend, met de linker en rechter voet gemakkelij voorzettend. En razendsnel. Een soort Piet van der Kuil, Ajacied, 24-voudig international in het midden van de jaren vijftig. Het mag niet lang meer duren dat de 19-jarige Gelderlander in het Nederlands elftal speelt.

Het doelpunt van Edgar Davids, ook steeds nadrukkelijker aanwezig, bekroonde het superieure spel van Ajax en het einde van het Deventer verzet. Bergkamp zette met een subtiele voetbeweging Davids aan het werk. Deze omspeelde eenvoudig Steinmann en versloeg doelman Ensink volgens de te verwachten - maar daarom zo indrukwekkend - stiftbal.

Het verweer in de tweede helft van Go Ahead was zo mogelijk nog aandoenlijker dan in de beginfase. Ajax vergrootte de voorsprong dank zij De Boer, Jonk en Vink (tweemaal), maar had met tien doelpunten verschil moeten winnen. De toeschouwers bleven zo lang mogelijk zitten. Hoewel de strijd snel was beslecht, keek het publiek uit vol verwachting uit nieuwe hoogstandjes. Geen strijd, dan maar zoveel mogelijk doelpunten, en zo mooi mogelijk. Dat is wat de kijker wil. Wat zou een analyse van een voetbaldeskundige daar nog aan kunnen toevoegen?