Strafbaarheid euthanasie slechts formeel

DEN HAAG, 1 FEBR. Morgenmiddag heeft na twintig jaar discussie eindelijk het definitieve debat plaats in de Tweede Kamer over de nieuwe euthanasieregeling.

Gisteren deden de Nederlandse bisschoppen in een brief aan de leden der Tweede Kamer voor de derde keer in 15 maanden een oproep om actieve levensbeëindiging niet alleen strafbaar te houden maar ook daadwerkelijk in alle gevallen tot strafvervolging over te gaan. Het standpunt van de bisschoppen heeft als ontegenzeggelijk voordeel dat het glashelder is. Zoals bisschop Bär van Rotterdam gisteravond zei in de actualiteitenrubriek Brandpunt: “Het leven aan iemand ontnemen, is het leven aan iemand ontnemen”. En dat mag dus niet.

Toch zal de oproep van de katholieke kerkelijke leiders de parlementaire besluitvorming in dit stadium nauwelijks meer beïnvloeden. Vorig jaar april werd bij een debat over het regeringsstandpunt inzake de euthanasieregeling duidelijk dat CDA en PvdA tot een compromis gekomen zijn, waar beide partijen mee kunnen leven.

Euthanasie is op basis van artikel 293 van het Wetboek van strafrecht nog immer strafbaar - er staat twaalf jaar gevangenis op - maar in de praktijk worden medici zelden of nooit veroordeeld. Het CDA heeft gedurende de hele geschiedenis van de euthanasiewetgeving gehamerd op de strafbaarstelling van euthanasie en hulp bij zelfdoding. Een niet-confessionele Kamermeerderheid en, zoals afgelopen week weer uit een NIPO-onderzoek bleek, de meerderheid van de Nederlandse bevolking is voorstander van afschaffing van die strafbaarstelling. De christendemocraten hebben door hun sleutelpositie in de Kamer steeds weten te voorkomen dat de strafbaarstelling van euthanasie en hulp bij zelfdoding werd opgeheven.

De huidige coalitie besloot in het Regeerakkoord dat voordat de euthanasiekwestie geregeld kon worden eerst een uitgebreid onderzoek nodig was naar de “medische praktijk inzake euthanasie”. Dat gebeurde door een commissie onder leiding van de toenmalige procureur-generaal bij de Hoge Raad prof.mr. J. Remmelink. Inmiddels werd tussen de artsenorganisatie KNMG en Justitie een meldingsprocedure afgesproken die de zorgvuldigheidsvereisten vastlegt waaraan medici moeten voldoen wanneer zij euthanasie toepassen of hulp verlenen bij zelfdoding. Uit de praktijk blijkt dat artsen die zich aan die zorgvuldigheidseisen houden, geen vervolging te duchten hebben door het OM.

De nu voorliggende regeling beoogt die procedure vast te leggen per algemene maatregel van bestuur in de Wet op de Lijkbezorging. Zo blijft aan de ene kant de strafbaarheid formeel overeind, geheel volgens de wens van het CDA, terwijl in de praktijk naar de wens van de PvdA euthanasie is toegestaan. Zoals D66-woordvoerder Kohnstamm vorig jaar zei: “De PvdA heeft de praktijk, het CDA het principe.”

Overigens zal ook Kohnstamm morgen plaatsnemen achter de regeringstafel omdat de Kamer gelijktijdig met het regeringsvoorstel zal spreken over het initiatiefwetsontwerp van D66 dat al dateert van 1984. D66 beoogt praktijk en wetgeving met elkaar in evenwicht te brengen door de medische beroepsgroep uit te sluiten van de strafbaarstelling in artikel 293. De behandeling van dat wetsvoorstel, dat aanvankelijk kon rekenen op steun van een Kamermeerderheid van PvdA, VVD en D66, werd opgeschort toen het kabinet-Lubbers II in 1986 alsnog kwam met een eigen wetsvoorstel waarin de strafbaarstelling voor medici onverkort werd gehandhaafd. Toen in het voorjaar van 1989 tenslotte beide wetsvoorstellen tegelijkertijd in de Kamer behandeld werden, viel het kabinet over het reiskostenforfait. De troebelen rond de WAO-kwestie de afgelopen veertien dagen hebben zo bezien bijna geleid tot een herhaling van de geschiedenis.

Vorig jaar werd tijdens een debat over het regeringsstandpunt duidelijk dat alle oppositiepartijen, zij het om uiteenlopende redenen, tegen het wetsvoorstel zullen stemmen. De kleine christelijke fracties SGP, GPV en RPF kwamen met een motie waarin de wens was neergelegd om de wettelijke norm van een verbod op euthanasie ook in de praktijk na te leven. Die motie werd alleen gesteund door de indieners en door het VVD-Kamerlid Franssen, die lid is van de Hervormde Gemeente van Nederhorst den Berg. Ook een voorstel van Groen Links om de strafbaarheid van euthanasie onder strikte voorwaarden op te heffen, werd vorig jaar afgestemd. Toen werd ook duidelijk dat één lid van de CDA-fractie, Van Leijenhorst, zich niet kan vinden in de nu voorgestelde regeling. Hij zal naar wordt verwacht tegen de regeling stemmen.

Net als vorig jaar zal het debat zich morgen waarschijnlijk toespitsen op de vraag of de beoogde meldingsregeling voor euthanasie (levensbeëindiging op uitdrukkelijk verzoek) tevens van toepassing mag zijn op levensbeëindiging zonder verzoek. Het onderzoek van de commissie-Remmelink wees uit dat artsen in 1990 in circa 1.000 gevallen het leven van patiënten hadden beëindigd zonder dat er sprake was van uitdrukkelijk verzoek. Het gaat hierbij met name om bijvoorbeeld coma-patiënten en “zwaar defecte pasgeborenen”. Het regeringsvoorstel wil deze categorieën nadrukkelijk wel onder de meldingsregeling brengen om ook deze gevallen toetsbaar te maken voor de rechter. Een motie van D66 om deze twee kwesties niet gezamenlijk in een regeling onder te brengen kreeg vorig jaar alleen de steun van D66, VVD en Groen Links.

Ook psychiatrische patiënten vormen een groep die moeilijk valt onder te brengen in de voorgestelde regeling omdat niet in alle gevallen is vast te stellen of zij in staat zijn “hun wil te bepalen”. Afgelopen vrijdag concludeerde de Geneeskundige Inspectie voor de Geestelijke Volksgezondheid in een rapport dat de geldende meldingsprocedure voor wat betreft de categorie psychiatrische patiënten tekort schiet. De inspectie wil in overleg met de artsenorganisatie KNMG de meldingsprocedure verder uitwerken zodat ook euthanasie bij deze groep patiënten achteraf toetsbaar wordt.