Straathoekhangen in de McDonald's

De hormonen gieren door je lijf. Je bent vijftien. “Waar spreken we vanavond af?”

In de McDonald's op de Amsterdamse Nieuwendijk drommen de rijen voor de kassa's. Een oudere dame met haar vriendin. Het scherpe gejengel van een kind. Veel jonge gezichten. Twee jongens wier ouders ooit uit Marokko kwamen bestellen een Big Mac en patat en nog een McChicken voor de laatste honger. Op hun sportschoenen veren ze de trap op naar boven.

Een gonzende ruimte onder neonbuizen. Overal jongeren. Ze praten en hangen, en zuigen hun cola's. Lange haren, korte haren, geschoren schedeltjes. De stijlen gemengd, en ook de kleuren. De twee jongens zetten hun dienbladen neer op een tafel bij een bak met plastic planten. Hun ogen dwalen door de ruimte. Kruimels hechten zich in het dons van hun bovenlip. Twee blonde meisjes aan het tafeltje tegenover hen hengelen hun Franse frietjes naar binnen. Trage bewegingen, blik op oneindig. Ze zijn zich zeer bewust van die zoekende jongensogen.

Vroeger kwamen ze hier dagelijks, vertellen de meiden. Ze blozen, opgeschrikt uit hun stille spel. Nu komen ze minder. “Sinds we verkering hebben eigenlijk niet meer zo”, zegt Vera. “Je bent er toch niet meer zo op uit, hè.” Haar gezicht vlamt opnieuw, terwijl haar vriendin de kaken openspert om haar chicken-burger te lijf te gaan.

Amsterdam is een stad van McDonald's. Elf filialen (meer dan welke andere plaats in Nederland), 1700 zitplaatsen en 200.000 bezoekers per week. Het Hollandse management van de Amerikaanse junkfood-keten doet er alles aan om de explosieve groei van het bedrijf in ons land te blijven bevorderen. Twee jaar lang is er gedokterd aan een zogeheten "groenteburger'. Een vegetarische plak tussen een broodje zodat “de trend van het zorgvuldiger en gezonder eten in Nederland ook in het McDonald's-menu wordt weerspiegeld”.

Sinds 4 januari is de groenteplak in de handel. “Getver”, huivert Vera. Nee hoor, ze komt hier voor een "lekkere vette hap'. En ook voor iets anders. “Je kunt hier rustig zitten. Er wordt niet op je gelet.” Onder alle jongeren in de helverlichte ruimte klinkt hetzelfde geluid. McDonald's is een plek waar je ongestoord kan zitten. Hangen, lonken, onder elkaar zijn. Dé plaats waar je elkaar ontmoet. Zo lijkt de McDonald's op wat het Lieverdje begin jaren zestig was. Op de bruine jeugdsoos van tien jaar later. Of, nog later, het kraakcafé.

De punk van toen zou voor geen goud een stap in deze "imperialistische gaarkeuken' hebben gezet. De jongeren van nu hebben er geen enkel probleem mee. Zij dragen geen bepaalde kleding, hebben geen ideologie, geen ideaal. “Hippie en punk waren subculturen met een duidelijk herkenbare stijl, in afwijking van wat door de rest als normaal werd beschouwd”, zegt de cultuurpsycholoog Tom ter Bogt. En het waren meestal de relatief hogere klassen die in de subculturen terechtkwamen. Ter Bogt: “Nu lijkt alles door elkaar te lopen. Ze zien er allemaal even vrolijk uit.”

Toch wordt McDonald's wel degelijk bezocht door een bepaalde groep jongeren, meent hij. Vaak laag opgeleid, werkloos, vaak van nieuw-Amsterdamse afkomst, concludeerde de wetenschapper in een onderzoek onder McDonald's-jongeren. De gezelligheid in de McDonald's is het nieuwe straathoekhangen. De activiteit van "doing nothing', zoals de Britse socioloog Paul Corrigan vijftien jaar geleden de toenmalige Engelse arbeiderswijken beschreef.

Als de Nieuwendijk 's avonds hol is en uitgestorven, staat voor de deur van McDonald's een drukke kluwen. Ze praten en lachen en lonken nog steeds. Dan maakt zich een groep uit de kluwen los en trekt richting "Korsakov' aan de Lijnbaansgracht. Dè nieuwe dancing voor tieners. Op de vloer dezelfde geblokte tegels als bij McDonald's. De aankleding wat meer shabby, meer "kraak-avantgarde'. Vulling pluist uit de plastic krukken, kippegaas is voor de poster gespannen. Jongens en meisjes schuifelen, wangen tegen elkaar, op de maat van een droeve Neder-reggae: “Oehoe, is dit alles? Is dit alles wat er is?”