Regering Colombia in het nauw door oplevend geweld

MEXICO-STAD, 1 FEBR. Het opnieuw oplevende geweld lijkt Colombia terug te brengen naar de tijd van drie jaar geleden, toen de drughandelaar Pablo Escobar openlijk de oorlog verklaarde aan de staat. Want opnieuw is het deze leider van het Medelln-cocaïnekartel en één van de rijkste mannen in Latijns Amerika, die nu dood en verderf zaait onder de Colombiaanse bevolking, in een poging de staat op de knieën te dwingen.

Zaterdag ontplofte een met ruim honderd kilo dynamiet geladen auto in het centrum van de hoofdstad Bogotá, een paar straten verwijderd van het presidentiële paleis. Het voorlopige saldo van de terreurdaad is zeventien doden, zeventig gewonden en materiële schade aan zo'n honderd gebouwen. Onder de dodelijke slachtoffers zijn vooral kinderen. Hoewel in het al decennia door intens geweld geteisterde Colombia merkwaardige en voortdurend wisselende allianties van landeigenaren, drugmisdadigers, guerrilleros en leger en politie een bloedig patroon van terreur tekenen, heeft de aanslag van dit weekeinde alle kenmerken van een actie van het Medelln-kartel.

Ruim drie jaar geleden kostte de oorlogsverklaring van Escobar aan de toenmalige president Virgilio Barco honderden mensen het leven. Bij de meeste aanslagen van toen werden op afstand tot ontploffing gebrachte autobommen gebruikt. De aanslagen hielden op, toen Escobar zich in juni 1991 na langdurige onderhandelingen overgaf aan de regering van Barco's opvolger, César Gavria, in ruil voor de belofte niet aan de Verenigde Staten te zullen worden uitgeleverd. Maar intussen gingen de moordaanslagen, de onderlinge afrekeningen en vooral de drughandel gewoon verder.

Escobar ontsnapte ruim een jaar na zijn vrijwillige overgave uit de "gevangenisboerderij' nabij stad stad Medelln. De drugbaron, die toen nog steeds in voorlopige hechtenis zat in afwachting van berechting, motiveerde zijn daad met de bewering dat de autoriteiten hem tegen alle afspraken in wilden laten overplaatsen naar een militaire gevangenis, waar hij kwetsbaarder zou zijn voor zijn wraakzuchtige rivalen van het Cali-kartel. Volgens de regering was het juist Escobar die de afspraken schond, door vanuit zijn gevangenis leiding te blijven geven aan de drughandel en de moordaanslagen.

De publieke vijand nummer één is nog steeds spoorloos sinds zijn ontsnapping in juli vorig jaar. Onderhandelingen via tussenpersonen hebben niets opgeleverd en intussen is de bejaarde pater die bij de aanvankelijke overgave van Escobar bemiddelde, ook al overleden. Escobar kondigde onlangs aan een "guerrilla-leger' te zullen oprichten om daarmee de Colombiaanse staat te bestrijden. Ook dreigde hij met aanslagen op onder andere ambassades in Bogotá. De Verenigde Staten hebben intussen al hun niet-essentiële personeel uit Colombia teruggetrokken en een gedeeltelijk uitgaansverbod voor de overblijvende ambassadefunctionarissen ingesteld. Aan de overige Amerikanen wordt het advies gegeven Colombia voorlopig te mijden.

De opleving van de narcotica-terreur in Colombia bereikt precies het beoogde doel: de regering van César Gavria raakt steeds verder in het nauw. Behalve door de ongrijpbare drugbaron, wordt de 44-jarige president van de Liberale Partij ook geplaagd door een voortsukkelende economie, ernstige tekortkomingen in de energievoorziening van met name de hoofdstad, een van de oudste en hardnekkigste guerrilla's van het continent en wijdverspreide corruptie onder publieke functionarissen. Vorige week kondigde het hoofd van het openbare ministerie, Gustavo de Greiff, de arrestatie aan van 31 huidige en voormalige functionarissen van Bogotá, onder wie oud-burgemeester Juan Martn Caicedo Ferrer, op verdenking van het knoeien met sociale fondsen.

Gustavo de Greiff begint overigens steeds meer de karaktertrekken te vertonen van de roemruchte oud-minister van justitie Rodrigo Lara Bonilla, die zijn verbeten jacht op de drugmafia in 1984 met de dood moest bekopen. In de communiqué's zoals Escobar die laat verspreiden, is De Greiff steevast de bonte hond. Hoewel het "terug bij af'-gevoel in Colombia onvermijdelijk is, lijkt de vastberaden houding van de overheid een winstpunt te zijn. Voor onderhandelingen is nu geen ruimte meer. Een paar maanden geleden kondigde president Gavria al de interne noodtoestand af, waarbij leger en politie grotere vrijheid van handelen hebben gekregen. In een reactie op de aanslag van zaterdag riep de president zijn landgenoten op “de rijen te sluiten om een definitief einde aan de drugsmisdaad te maken”. Gavria begon zijn presidentschap in 1990 met een poging door de dialoog het land te redden van een door terrorisme beheerste anarchie. Na drie jaar is hij sadder and wiser.