President Rafsanjani richt zich tot het volk van Iran en de wereld; "Iran zal nooit compromissen sluiten'

TEHERAN, 1 FEBR. De politiek van de Islamitische Republiek Iran is en blijft dezelfde - wat de vijanden van de islam ook mogen doen. Iran wil graag samenwerking met andere landen, met uitzondering van Israel “dat een niet-legitieme regering heeft”. De politiek van Iran “is niet gericht op animositeit of vijandigheid. Maar als het om principes gaat, zal ons land nooit compromissen sluiten.”

Met die boodschap richtte president Ali Akbar Hashemi Rafsanjani zich gisteren - aan de vooravond van de zeer bescheiden festiviteiten die de 14de verjaardag inluiden van de Islamitische Revolutie - tot het volk van Iran en tot de wereld. Hij sprak op een persconferentie, waarvoor het ministerie van Islamitische Leiding ook buitenlandse journalisten had uitgenodigd.

De Iraanse president vond het nodig puntjes op een aantal i's zetten omdat er niet alleen buiten maar ook binnen Iran groeiende verwarring bestaat over de koers van zijn regering. Tijdens en direct na de tweede Golfoorlog werd Iran zowel door het Westen als door zijn Arabische buren in de Golfregio in toenemende mate gezien als een bekeerde zondaar. Iran was onder leiding van Rafsanjani thans een gematigd land dat in twee aspecten nuttig kon zijn: als afzetmarkt voor Westerse produkten en als bolwerk tegen mogelijke nieuwe agressieve plannen van de Iraakse president Saddam Hussein.

Maar al snel bleek dat de Islamitische Republiek veel moeilijker te doorgronden is dan de zakenlieden en de diplomaten hadden voorspeld, en zich voor niemands kar laat spannen - zelfs niet ten behoeve van de hoog nodige investeringen.

Enkele dagen geleden maakte een regeringsbron bekend dat de bevolking van Iran thans de 60 miljoen heeft overschreden. Hun wacht een duistere toekomst als de regering de geruïneerde economie niet snel in betere banen kan leiden - waarvoor kredieten van en dus redelijke relaties met het Westen onontbeerlijk zijn. Dat is een absolute noodzaak, nu Iran door zijn massale aankopen van de laatste paar jaar in het buitenland 30 miljard dollar aan kortlopende schulden heeft, dat wil zeggen het equivalent van bijna twee jaar olie-inkomsten. Tegelijkertijd kan geen Iraanse sterveling meer de hollende inflatie bijbenen en bedraagt de werkloosheid ten minste 30 procent.

Daarom moest Rafsanjani zowel aan zijn landgenoten als aan het Westen te kennen geven dat de regering alles doet om de zaken ten goede te keren. Maar tegenover zijn talloze politieke concurrenten en vijanden in het binnenland moest hij zijn islamitische geloofwaardigheid onderstrepen - dat wil zeggen aantonen dat de Islamitische Republiek Iran onveranderlijk op dezelfde koers blijft als voorheen.

De uitkomst van die dubbele boodschap was dat Iran pas bereid is betrekkingen met de VS aan te gaan, als de Amerikanen hun instelling totaal veranderen - iets wat Rafsanjani onwaarschijnlijk achtte. Hij zei dat alle Westerse beschuldigingen aan het adres van Iran, bij voorbeeld over schending van de mensenrechten, de martelingen van politieke gevangenen en zijn overbewapening allemaal een bewijs zijn van de vijandelijke houding van het Westen. “Wij geven slechts een fractie uit van hetgeen onze buren aan bewapening besteden.” Hij reageerde fel op de vraag van een Amerikaanse journalist of het voor Iran niet wenselijk is zijn anti-Amerikaanse retoriek te staken: “Daar is wel degelijk een reden voor. Die heeft zijn wortels in Amerikaanse acties tegen Iran en andere moslim-landen.”

Een Iraanse journalist vroeg over mogelijke tegenstellingen tussen de regering en de Gids van de Natie, ayatollah Khamenei, die immers dinsdag nog zei dat Iran zich nooit met zijn vijanden zal verzoenen, met name niet met de VS. Rafsanjani ontkende dat er tegenspraken zijn: “De Leider en de regering hebben dezelfde politiek, want de Leider van de Revolutie dicteert de politiek. Wij zijn tegen het imperialisme, tegen monopolieposities en tegen agressie, waar ook ter wereld. De Leider kritiseerde de media, die van tijd tot tijd beweren dat de Islamitische Revolutie van haar pad afwijkt. Wij gaan altijd door met de politiek van het begin.”

Volgens de Iraanse president moet de nieuwe Amerikaanse president Bill Clinton aan een aantal voorwaarden voldoen om betere betrekkingen met Iran te krijgen. Zo moet hij zijn imperialistische politiek afzweren, “maar dat is heel moeilijk voor de VS omdat de Amerikaanse politiek onverenigbaar is met de doelen van de Islamitische Revolutie”. Waarom hebben de Amerikanen bij voorbeeld de Iraanse tegoeden bevroren? Waarom voeren zij een vijandige politiek tegenover de Palestijnen? Waarom grijpen zij wèl in Irak en Koeweit in, maar niet in Bosnië, waar de VS doen alsof er helemaal geen probleem is? “Als zij deze politiek opgeven, zijn er geen problemen. Als deze politiek wordt gecorrigeerd, zien wij geen reden om de betrekkingen niet te herstellen. Maar bij de huidige stand van zaken is dat onverenigbaar met onze publieke opinie en de Islamitische Revolutie.”

President Rafsanjani denkt dan ook niet dat er nieuwe wegen zijn voor samenwerking. “Wij merken nog steeds de vijandigheid van de VS.” En wat de handel met de VS betreft, die werd nooit echt stilgelegd. “Handel hangt af van wat beide landen nodig hebben. Maar dat heeft geen echte invloed op de relaties. Alles hangt af van de politiek van de VS.”

Over de aanschaf van nucleaire wapens zei hij: “Wij zullen die atoombommen en chemische wapens nooit kopen, want wij beschouwen ze als onmenselijk. Die verhalen zijn politiek gemotiveerd.” Maar over mogelijke Iraanse fabricage van die wapens zei hij niets. Hij stelde wel dat Iran zich blijft keren tegen het vredesproces in het Midden-Oosten “omdat wij denken dat Israel de Arabische staten niets zal bieden.”

Hij ontkende dat Iran zijn Islamitische Revolutie exporteert. “Dat zegt u nu wel, maar die term kennen wij helemaal niet. We hebben niet zoiets als de export van de revolutie. Wij hebben niet één militair in Soedan. Wij geven wat ontwikkelingshulp aan Soedan en wij drijven handel met hen. In Palestina zullen wij op alle mogelijke manieren de mensen helpen. We hebben altijd herhaald dat wij naar gerechtigheid voor de onderdrukten streven.”

Hij moest lachen toen de rellen vorige zomer in onder andere de stad Mashad ter sprake kwamen. “Er zijn helemaal geen rellen geweest, dat is allemaal Westerse propaganda. Er waren wat problemen omdat mensen illegaal hadden gebouwd en de burgemeesters dat probeerden te stoppen. Het is helemaal niet zo vreemd dat mensen dan bij elkaar komen. Er waren wel mensen op de been, maar er waren geen politieke rellen.”

Over het doodvonnis tegen de Britse schrijver Salman Rushdie zei Rafsanjani: “Daar is een islamitisch vonnis over geveld, een fatwa door een hoge islamitische wetsgeleerde, een mujtaheed. Dat vonnis kan niet gewijzigd worden, want helaas is de leider die het vonnis heeft uitgesproken, overleden. Het is een zuiver technische kwestie. De mujtaheed kan beslissen het vonnis al dan niet te veranderen. Maar hij is niet meer onder ons en hij kan het vonnis dus niet wijzigen.” De aangekondigde conferentie van volgende week over Rushdie wordt volgens Rafsanjani door een niet-regeringsorganisatie georganiseerd. “Zij zijn precies zoals in het Westen vrij om conferenties te houden. Het hangt van de regeringen af of dat de betrekkingen zal verslechteren. Het is helemaal niet nodig om zo'n propaganda tegen een fatwa te maken.”

Veel categorischer was de president over de (sterk verminderde) handelsbeperkingen van het Westen tegen Iran: “Wij zijn het daar niet mee eens. De Westerse landen hebben vanaf het begin van de Revolutie geprobeerd ons beperkingen op te leggen. Maar wat wij nodig hebben, kunnen wij tòch wel kopen. En wat wij niet nodig hebben, kopen wij niet.”

Moet iedereen dus veranderen behalve Iran? “Van ons hoeven ze helemaal niet te veranderen. Maar er zijn bepaalde problemen, zoals de Palestijnse kwestie. Dat is een islamitische zaak. En de Amerikanen hebben ons onderdrukt. Dan is het logisch dat wij van hen een andere politiek verlangen. Geeft u één voorbeeld waarin wij de VS hebben onderdrukt.”

Wat zijn dan nu, na 13 jaar, de verworvenheden van de Islamitische Revolutie? Rafsanjani: “Wij hebben veel problemen, maar de mensen steunen ons wegens onze successen. U zou eens moeten zien hoe gelukkig de mensen zijn als ik ergens naar toe ga. Ze verwelkomen mij en de Revolutie.” Één van de belangrijkste verworvenheden is volgens hem “dat Iran nu alleen staat en onafhankelijk is”. Ook buiten Iran is de Revolutie succesvol. “Maar de anderen geven ons niet de vrijheid onze boodschap door te geven. In Algerije hebben 70 tot 80 procent van de mensen gekozen voor de islamitische staat. Dit is één van de successen van de Revolutie.”

Het einde van de tweeëneenhalf uur durende persconferentie kwam na de vraag van een Duitser wanneer Iran ophoudt zijn politieke gevangenen te martelen. “Ik vraag de journalisten de gevangenissen te bezoeken. De gevangenen worden hier heel anders behandeld dan in het Westen. Ze kunnen naar huis, hun familie bezoeken. Martelingen gebeurden alleen tijdens het tijdperk van de sjah. Ikzelf ben toen 24 uur aan één stuk door gemarteld. Er zijn hier helemaal geen politieke gevangenen, het zijn handelaars in drugs of terroristen. Probeer rechtvaardig te zijn, dan zult u uw woorden inslikken. Kijk eens naar de landen ten zuiden van ons, hoe zij hun politieke gevangenen behandelen. Maar jullie in het Westen hebben wel prima relaties met hen, jullie verkopen hun vliegtuigen. Wat de mensenrechten betreft, kan het Westen nog wat van Iran leren.”