Peruca-dam "waarschijnlijk door Serviërs' opgeblazen; Gevaar doorbraak niet geweken

SPLIT, 1 FEBR. In Trilj lijkt deze zondagmiddag er een als alle andere: kinderen spelen op straat, mannen op pleintjes houden zich onledig met een Dalmatische versie van het jeu de boule. Niets wijst erop dat het stadje, net als een reeks dorpen in dit ruige landschap van rotsachtige vlakten en diepe ravijnen, is ontsnapt aan een ramp die nog steeds niet geheel ondenkbaar is: een doorbraak van de Peruca-stuwdam even verder westwaarts, waaraan - naar alle waarschijnlijkheid door terugtrekkende Servische soldaten - tot ontploffing gebrachte explosieven grote, wellicht fatale schade hebben aangericht.

“Wij kunnen niet weten hoe de zaak zich ontwikkelt, de eerste catastrofe is afgewend, maar de dam is nog niet stabiel”, aldus de Britse ingenieur Paul Back, die met twee collega's de dam gisteren inspecteerde. Onmiddellijk na hun aankomst bij de vrijdag door de Kroaten veroverde dam, mogelijk doordat lokale waarnemers van de Europese Gemeenschap in deze Kroatisch-Servische frontzone een staakt-het-vuren organiseerden, zakte het gevaarte op één punt zo'n twee meter in.

Dat is een bewijs dat het hart van de dam, bestaande uit aan weerszijden in beton gevatte klei en grint, wel degelijk deels is weggespoeld in de eerste uren na de explosies, meent Back. Van en naar de dam rijden vrachtwagens af en aan om aan de bovenkant nieuw grint te storten. “Maar het risico zal pas verdwenen zijn als de helft van de vijfhonderd miljoen kubieke meter water uit het stuwmeer is geloosd.” Back schat dat daarvoor twee weken nodig zijn, en het is een gelukkige omstandigheid dat de dam over twee diepe ondergrondse looskanalen beschikt, “een zeldzaamheid bij stuwdammen van deze omvang”.

Helaas hadden de Joegoslavische autoriteiten, die de dam begin jaren zestig optrokken, behalve aan ondergrondse lozing-faciliteiten ook aan de mogelijkheid van een buitenlandse militaire invasie gedacht en de dam voorzien van springladingen. Deze zijn het naar alle waarschijnlijkheid, die vrijdag tot ontploffing zijn gebracht: twee aan de zijkanten en één in een betonnen kanaal in het hart van de dam, op het laagste punt ongeveer zestig meter onder de waterspiegel. “Het lijkt erop, dat door dit kanaal het water naar boven wordt geperst dat aan de zijkant bij de elektriciteitscentrale omhoog borrelt”, aldus Back.

Pag.5: Tudjman belooft Kroaten alvast "bevrijding' Knin

De bevindingen van de Britse experts laten weinig heel van de Servische versie, dat de dam vrijdag beschadigd is door artillerie van de oprukkende Kroaten. Onafhankelijke getuigen van deze gebeurtenis zijn er niet, omdat de vijftig militairen van de vredesmacht van de Verenigde Naties bij de dam de wijk hadden genomen omdat ze zich tussen twee vuren bevonden. Grote kraters in de weg en kapotgeschoten militaire voertuigen van de Serviërs getuigen van Kroatische beschietingen. Maar de schade aan de dam zelf, vooral de inwendige, kunnen niet door artillerie zijn aangericht, menen de Britse deskundigen.

Ofschoon het rond de dam onwezenlijk rustig is - slechts het ruisen van het door de beschadigde sluisdeuren stromende water en het aan- en afrijden van de vrachtwagens is hoorbaar - zijn de Serviërs slechts op vier kilometer afstand, aldus Kroatische bronnen. Beneden in het dal leven de Kroatische dorpelingen ogenschijnlijk gewoon hun leven verder - de Britse ingenieurs laten zich liever niet uit over de vraag of het wijs is deze dorpen niet te evacueren.

“Het is vooral van belang de situatie aan de dam blijvend te observeren”, meent Back, die met zijn collega's vandaag vanuit Split weer teruggaat naar de plek des onheils. Als het alsnog verkeerd gaat, oppert hij, dan zijn er misschien nog negen of tien uur om alsnog evacuaties te organiseren. Voorshands blijven de gevolgen van de schade aan de benedenloop van de rivier beperkt tot wat ondergelopen landerijen. Het anders slome riviertje de Cetina is door de schade en de lozing door de ondergrondse kanalen nu een snelle, bruine aarde meevoerende stroom geworden. Voordat de Cetina na ongeveer veertig kilometer bij Omis in zee uitmondt, zijn er overigens nog twee waterkrachtcentrales die de kracht van het water enigszins kunnen remmen.

De rust bij Peruca moge het gevolg zijn van een wapenstilstand, elders aan het tien dagen door de Kroaten geopende nieuwe front langs de Dalmatische kust is gisteren opnieuw geschoten, aldus waarnemers. Kroaten en Servische eenheden van de “Servische republiek Krajina” (op Kroatisch grondgebied) beschieten elkaar op de laagvlakte nabij Zadar en de vorige week door de Kroaten heroverde Maslenica-brug, maar ook oostelijker bij Drnis, zonder dat het daarbij tot erg veel terreinwinst voor een van beide partijen komt.

De Kroatische president Franjo Tudjman laat niet na de nieuwe Kroatische militaire successen, een verbreking van een jaar wapenstilstand rond de "Krajina', uit te buiten in de campagne van zijn partij, de HDZ, voor de gemeenteraads- en Senaatsverkiezingen volgende week. “Als de Vredesmacht (UNPROFOR, red.) het niet doet, dan doen wij het zelf”, zegt hij zaterdagavond tegen een menigte van ongeveer tweeduizend inwoners van Split, die staan te kleumen op een piazza in Italiaanse stijl in het centrum van deze Kroatische havenstad.

De menigte juicht, en wordt nog enthousiaster, als Tudjman de plaatsen opnoemt die voor “herstel van de Kroatische soevereiniteit” in aanmerking komen: Obrovac, Benkovac, Drnis en Knin. Vooral deze laatste vermelding brengt de handen op elkaar: Knin is immers het centrum van de Servische macht in de Krajina.

De Servische autoriteiten daar, hoewel nu schijnbaar in het defensief, laten zich in de verbale strijd niet onbetuigd. Radio Knin - in Split redelijk te ontvangen - kondigt de "bevrijding' van Zadar aan. “Zadar is nooit Kroatisch geweest”, aldus Servische legeraanvoerders, die verzuimen erbij te zeggen dat Zadar ook nooit Servisch was - hoogstens, zoals talrijke andere steden langs de Dalmatische kust - Joegoslavisch of Italiaans.

Inmiddels leidt de nieuwe strijd alweer tot de in de Joegoslavische burgeroorlog gebruikelijke verplaatsing van bevolking. Aan de Servische kant, schat het Hoge Commissariaat voor de vluchtelingen van de VN, zijn ongeveer zevenduizend mensen op de vlucht voor het Kroatische offensief. De Serviërs van hun kant lijken bezig, de laatste Kroaten uit de dorpen van de Krajina te werken. Honderdzestig dorpelingen uit Popkonje kwamen gisteren aan in de Kroatische havenstad Sibenik, vertrokken - vertelden ze - op uitdrukkelijk advies van de Servische politie, die in hun huizen Servische vluchtelingen wilde onderbrengen.