Ondanks opmars koffie blijft Brit in ban van a nice cuppa

Stirring Stuff, a tribute to the British national drink, Ned.3, 20.22-21.05u.

Over thee als de nationale Britse drank zou je boekdelen vol kunnen schrijven. Sterker nog, daar zijn boekdelen mee gevuld. Sinds wanneer thee wordt gedronken, waar hij vandaan komt, de opkomst en de sociologie van het thee-uurtje en nog veel meer, je bent geen pionier als je dat interessant vindt.

Wie iets leuks over thee wil vertellen zit juist met de moeilijkheid dat de sloot vol oude koeien ligt. Daar hebben de makers van de vanavond uit te zenden BBC-documentaire zich heel aardig uit gered. Zo vonden zij veel grappige of curieuze oude filmbeelden en fragmenten uit bioscoopreclames. De hele prehistorie doen zij af in vijf minuten, ongeveer halverwege het programma: reeds de oude Chinezen (etcetera), de Nederlanders waren de eerste Europeanen (etcetera), in Engeland wordt sinds de 19de eeuw (etcetera), klaar. En hups! daar ziet de kijker alweer iets uit de huidige tijd, al is het dan een sociologisch fossiel. Het is de tea-dance op zaterdagmiddag in een groot hotel, waar bejaarden elkaar in een sfeer van vergane glorie vinden om samen de eenzaamheid te verdrijven. Jack en Daisy, bloedserieus maar gelukkig bij thee en cha-cha-cha.

Thee is de universele warmte- en troostbrenger in het Verenigd Koninkrijk. ”A nice cuppa” is misschien niet afdoende, maar wel onmisbaar als je van de trap bent gevallen of een beetje moe begint te worden, als je man op de Falklands moet vechten of er vallen bommen op je stad. “Oh, we drank gallons of tea”, heb ik een Falklands-weduwe horen vertellen om duidelijk te maken wat een moeilijke tijden het waren geweest.

Dat thee in oorlogstijd een extra belangrijke rol speelt wordt in Stirring stuff vooral mooi getoond in het geval van de Tweede Wereldoorlog. Je krijgt de indruk dat de hoofdfunctie van de Women's Voluntary Service, de WVS, een geüniformeerde hulporganisatie, theeschenken was. Een paar hoogbejaarde, keurige dametjes die het allemaal nog zelf hebben meegemaakt vertellen erover, afgewisseld met oud filmmateriaal over de WVS.

Iets heel anders maar ook leuk zijn de beelden uit de bedrijfsruimten van Brooke Bond, een grote theepakker, waar geroutineerd potjes thee in onafzienbare rijen worden gezet, ingeschonken en (met melk erin) geproefd.

De documentaire besteedt bovendien veel aandacht aan het verschijnsel van de tea lady (het Britse equivalent van de koffiejuffrouw) op kantoren. Je ziet hoe in de heksenketel van een internationale valutahandelsfirma, waar tientallen mannen in verscheidene telefoons tegelijk staan te schreeuwen, de twee theedames iedereen precies het goede kopje thee weten aan te reiken, met suiker en melk erin zoals hij dat wil. Helaas gaat die aandacht voor de tea lady wel een beetje lang door. Het opgeruimde volksvrouwtje met schort en permanent, dat vrolijkheid brengt waar gesomberd wordt, en werkelijkheidszin waar glossy advertenties worden gemaakt, ach, dat geloven we wel. En dat die theedames in hun bestaan bedreigd worden door theeautomaten ook. Maar dat in het hele programma gezwegen wordt over de fenomenale opkomst van de koffie, juist ook in Engeland, als concurrerende opkikkerdrank, ja, dat zelfs het hele woord ”koffie” niet valt, dat is toch een beetje gek. Zou de industrie soms hebben meebetaald aan het tot stand komen van deze vrolijke documentaire?