Nu organisatie van WAO aanpakken

Deze ronde heeft de vakbeweging gewonnen. In de zomer van 1991 waren het vooral FNV en CNV die zich schrap zetten tegen de schandelijke voorstellen om te korten op de uitkeringen van de huidige WAO'ers. Als praktisch de enige economie-hoogleraar die het wat dit betreft altijd met de vakbeweging eens was, mag ik FNV en CNV daar ook wel van harte mee gelukwensen. Veilig zijn nu de bestaande WAO-gevallen, en voor hen heeft de vakbeweging zich dus niet voor niets ingezet.

Ik hoop dat deze grote en belangrijke overwinning de vakbeweging het zelfvertrouwen geeft om een tweede, haast even grote dienst te bewijzen aan de WAO'ers, Nu gaat het erom de WAO niet alleen iets goedkoper maar ook veel beter te maken, en dat zal onvermijdelijk betekenen dat de vakbeweging een aantal heilige huisjes moet verlaten.

Eén van die heilige huisjes is de scholing van WAO'ers. De vakbeweging zelf heeft nog maar een paar maanden geleden op eigen kosten een enqu^ete gehouden om nog eens na te gaan of WAO'ers wel op de hoogte zijn van de mogelijkheden tot scholing. Uit de enqu^ete bleek dat ruim de helft van de WAO'ers wel geïnteresseerd is om scholing te volgen, maar dat bijna niemand weet welke financiën daarvoor bij bedrijfsverenigingen en GMD aanwezig zijn. Van heldere voorlichting over scholing is dus nog niet veel terechtgekomen, maar wel heeft intussen de Federatie van bedrijfsverenigingen een vreemde beperking opgelegd aan de mogelijkheden tot scholing. De bedrijfsverenigingen eisen dat scholing van WAO'ers bij voorkeur moet geschieden door opleidingen die in handen zijn van de CAO-partners, en dat een speciale verklaring noodzakelijk is wanneer men een WAO'er toch naar een andere opleiding wil sturen. Dat lijkt een zinloze beperking van het scala aan mogelijkheden. Waarom mogen WAO'ers niet naar Schoevers, of het ISW, of een opleiding in het reguliere onderwijs, en is het alleen maar goed wanneer de opleiding wordt aangeboden door de officiële vakbeweging en de werkgevers? De vakbeweging zou zo grootmoedig moeten zijn te beseffen dat zij niet de wijsheid in pacht heeft als het gaat om selectie en organisatie van die herscholing.

Een tweede heilig huisje heeft te maken met het al dan niet toelaten van normale verzekeringsmaatschappijen op de markt voor de aanvullende verzekering. Die zaak moet rond zijn voordat het nieuwe systeem met zoveel lagere uitkeringen in werking treedt, en de politiek heeft daarop alvast een heel groot voorschot genomen, maar zonder enige garantie van succes. Integendeel, we moeten daar een hard hoofd in hebben, vooral omdat de vakbeweging vorige week direct het starre standpunt innam dat deze verzekeringen te belangrijk zijn om aan de gewone verzekeringsmaatschappijen over te laten. De FNV deponeerde de dubbele eis dat de aanvullende verzekering uitsluitend thuishoort bij de huidige bedrijfsverenigingen en bovendien voor alle bedrijfstakken algemeen verbindend moet worden verklaard. Wie de verzekering gaat organiseren is dus onduidelijk, evenals de vraag hoe collectief de contracten gaan worden. Bovendien is er nog het probleem of de verzekeraars hun eigen medische keuringen gaan uitvoeren, of zich conformeren aan de WAO-arts. Volgens mr. E.A. Kleijnenberg van de Goudse Verzekeringen, één van de maatschappijen die nu al zeer actief zijn op dit gebied, wordt de premie van een aanvullende verzekering "aanmerkelijk goedkoper' wanneer de verzekeringsmaatschappij haar eigen deskundige artsen kan inzetten om te bepalen in welke mate iemand arbeidsongeschikt is.

De aanvullende verzekering moet een goede dekking bieden, zo goedkoop mogelijk zijn èn - net als bij de autoverzekering - iedere Nederlander moet de kans hebben zich te verzekeren. Dat zijn drie zware eisen, en dan is het niet behulpzaam wanneer de vakbeweging zich nu al ideologisch ingraaft. Dat is niet in het belang van de huidige en toekomstige WAO'ers.

Ten slotte vraagt het belang van de zaak om een praktische, niet-vooringenomen opstelling tegenover de hulp die uitzendbureaus kunnen bieden bij de re-integratie van WAO'ers. Al meer dan twee jaar wordt overlegd hoe uitzendbureaus zoals Randstad en ASB kunnen helpen bij de eerste stappen terug op de arbeidsmarkt van, bijvoorbeeld, ex-verpleegsters die ooit het beroep vaarwel moesten zeggen omdat het allemaal teveel werd, maar nu - misschien omdat de kinderen groter zijn - graag hun vak weer zouden willen opvatten. We weten hoeveel vacatures er zijn in de ziekenhuizen, en hoe belangrijk het is voor de kwaliteit van de zorg dat óók ervaren personeel beschikbaar blijft voor de ziekenzorg. Uitzendbureaus hebben grote ervaring en zouden uitstekend kunnen helpen bij de re-integratie van de tienduizenden ex-verpleegsters in de WAO. Helaas, de bedrijfsverenigingen hebben het sindsdien zo druk gekregen met interne reorganisatie, integratie van de GMD en verweer tegen kritiek van buiten, dat ze geen tijd meer hebben voor dit, destijds notabene door hen zelf aangekaarte, experiment. Onlangs schreef directeur H. Schripsema van de bedrijfsvereniging BVG (verantwoordelijk voor de ex-verpleegsters) dat het slepende experiment met de herintreding van WAO'ers moet wachten totdat diverse nieuwe procedures "goed verankerd zijn in onze uitvoeringsorganisaties'.

Het beste wat hij kon melden aan één van de geïnteresseerde uitzendbureaus was: “uiteraard zullen wij, zodra daar aanleiding voor is wederom contact met u opnemen”. Een kluitje in het riet, in plaats van een mogelijke baan, voor de tienduizenden ex-verpleegsters die thuiszitten met een WAO-uitkering. Met dezelfde prijzenswaardige felheid waarmee de vakbeweging in de zomer van 1991 opkwam voor de puur financiële rechten van de WAO'ers, zou zij nu moeten opkomen voor hun mogelijke kansen op de arbeidsmarkt, door in het bestuur van de BVG de traditionele weerstand tegen commerciële uitzendbureaus te overstijgen en de afgebroken gesprekken met Randstad, Start en andere uitzendbureaus onmiddellijk te hervatten.

Al deze onderwerpen: scholing van WAO'ers, de aanvullende verzekering voor de toekomst, en het inschakelen van uitzendburaus bij de re-integratie, vragen om een open opstelling in het belang van de WAO'ers. Dat geldt ook voor de belangrijke vraag hoe de nu verplichte herkeuringen van WAO'ers worden gedaan. Bij dat alles hebben de uitvoerende organisaties alle deskundige hulp nodig die ze maar kunnen krijgen, en die in Nederland o.a. aanwezig is bij verzekeraars (ook voor de keuringen!) en uitzendbureaus. Met vereende krachten kan de uitvoering van de WAO een stuk beter worden, maar als sociale partners vooral proberen om bestaande machtsposities te blijven verdedigen ziet het er na het succes van vorige week voor wat betreft het geld, toch weer somber uit voor wat betreft de kwaliteit.