Na het punt

DE STRIJD OM HET BESTAAN in het wisselkoersmechanisme van het Europese Monetaire Stelsel (EMS) heeft een nieuw slachtoffer geëist. Dit weekeinde gooide Ierland de handdoek in de ring en devalueerde het Ierse punt met maar liefst tien procent. Het EMS begint overeenkomsten te vertonen met Darwins evolutietheorie en de overleving van de sterkste. Het monetaire darwinisme heeft tot gevolg dat slechts een kern van harde munten overblijft en dat de zwakke munten over de rand worden geduwd in het ravijn van devaluatie of zwevende koersen.

In vijf maanden tijd is het EMS, dat tussen 1987 en 1992 de Europese munten zo succesvol bij elkaar hield, uiteengerafeld. De Italiaanse lire en het Britse pond werden in september 1992 uit het wisselkoersmechanisme gedwongen, de Spaanse peseta en de Portugese escudo devalueerden. Wie volgt? Nu de speculanten, de financiële handelaars en kasbeheerders van institutionele beleggers en grote ondernemingen, al zo vaak de smaak van winst hebben geproefd, zullen ze ongetwijfeld hun pijlen op nieuwe slachtoffers richten.

Voor iedere gedevalueerde munt gelden specifieke omstandigheden, maar de chronische crisis in het EMS heeft twee diepere oorzaken. De eerste is de Duitse eenwording, die de Bundesbank vanaf eind 1990 dwingt tot een hardvochtig beleid van hoge rente. Dat is toegesneden op de situatie in Duitsland en op de noodzaak de inflatie te beteugelen in het ankerland van het EMS, maar het komt bijzonder slecht van pas in landen die een lagere rente nodig hebben om weer te groeien of in landen waar de economische toestand een lagere rente rechtvaardigt. De tweede oorzaak is het Verdrag van Maastricht, dat een gemeenschappelijke munt tegen het einde van de eeuw in de EG beoogt. De centrale banken van de landen met een harde munt voelden er niets voor om hun monetaire degelijkheid op te offeren op het altaar van een onzekere Europese munt. Voordat politici over enkele jaren onverantwoordelijke stappen zouden nemen, hebben ze aangekoerst op een monetaire scheidslijn. Deze is met de hulp van de financiële markten inmiddels getrokken.

DE WEG NAAR de monetaire unie zoals uitgestippeld in Maastricht, is bezaaid met slachtoffers. Aanvankelijk leek het streven van de Bundesbank gericht op de vorming van een kerngroep die de Duitse monetaire discipline kan opbrengen. Maar nadat president Mitterrand en bondskanselier Kohl vorige week opriepen tot versnelde monetaire eenwording - een oproep die Nederland getuige uitlatingen van premier Lubbers in het weekeinde steunt - heeft de Bundesbank de hakken nog dieper in de grond gezet. Helmut Schlesinger, de president van de Bundesbank, heeft duidelijk gemaakt dat pas sprake kan zijn van monetaire eenwording als Duitsland zijn zaken op orde heeft. Daarmee wordt de gemeenschappelijke munt vooruit geschoven naar de volgende eeuw.

Dit is een gevaarlijke strategie, want zo lang zal Frankrijk zijn beleid van "franc fort' niet volhouden. Maar als Frankrijk afhaakt en de franc devalueert, betekent dat het einde van het EMS. Dan resteert een D-mark-blok in Europa en heeft de poging tot monetaire eenwording schipbreuk geleden. Dit brengt een gevaar met zich mee voor het voortbestaan van de Europese Gemeenschap nu vanaf 1 januari de gemeenschappelijke markt is verwezenlijkt. In een open handelsblok kunnen landen niet met wisselkoersen gaan stunten om hun concurrentiepositie te verbeteren, want dat leidt tot interne handelsconflicten waarop de EG niet is voorbereid.

HET EINDE van de EG is een onaanvaardbare prijs voor het Duitse monetaire beleid. Nauwere monetaire samenwerking tussen de kerngroep van de EG - Duitsland, Frankrijk, Denemarken en de Benelux - en renteverlaging in Duitsland zodra de voorwaarden zich daarvoor aandienen, vormen de beste garantie om de Europese toekomst veilig te stellen.