Jim Courier etaleert in finale weer zijn oude handelsmerk

MELMOURNE, 1 FEBR. Zijn tennis zal nooit in aanmerking komen voor de schoonheidsprijs maar hij pikt de ballen op de baan sneller op en slaat ze harder terug dan wie ook. Dat handelsmerk etaleerde Jim Courier gisteren weer eens onder tropische omstandigheden in de finale van de Australian Open waarin hij evenals vorig jaar Stefan Edberg versloeg in vier sets: 6-2, 6-1, 2-6, 7-5. Na zijn overwinning nam Courier opnieuw een verkoelende duik in de rivier de Yarra, waar een horde fotografen hem al stond op te wachten. “Die is er niet schoner op geworden”, constateerde Courier, “maar, oh boy, wat voelde dat goed.” Vorig jaar werd die actie door een aantal Amerikaanse verslaggevers dat nog steeds een diepere betekenis zoekt achter zijn in wezen simpele tennis, uitgelegd als een wanhoopsdaad van een man die schreeuwt om erkenning. Zoals ook zijn onafscheidelijke honkbalpet een attribuut is waar de huidige nummer één van de wereld sneller mee wordt geassocieerd dan met zijn geweldige prestaties.

Ook zijn hoofdsponsor Nike heeft het er niet altijd even gemakkelijk mee. Kan het snelle imago van Andre Agassi moeiteloos worden geprojecteerd op een gokstad als Las Vegas, vormt John McEnroe het ideale model in de VS voor een metropool als New York, de plattelandsjongen Courier moet commercieel miljoenen dollars kunnen opleveren in rural America, waar hij moeiteloos wordt herkend als de nice guy next-door. In Australië, waar het nog niet zo druk is als elders in de westerse wereld en het sociale leven allemaal wat trager verloopt, is Courier dan ook mateloos populair. Zoals die ene supporter op Flinders Park nog eens onderstreepte die bij een inzinking van Courier in de vierde set de Amerikaan aanmoedigde met de woorden we are allies Jim, kill him.

Op de Australische sportzender Channel 7 is de kijker de afgelopen weken tussen de beelden van de tennispartijen gebombardeerd met spotjes over Courier van zijn kledingsponsor Nike. Daarin wordt een ontspannen Courier opgevoerd, die op de gitaar speelt, grapjes maakt, zich fysiek afbeult in de gymzaal of in een schommelstoel op de veranda dromerig zijn ogen laat glijden over jeugdfoto's, waarbij hij zich afvraagt hoe dat jochie met de honkbalsokken in hemelsnaam de beste tennisser van de wereld kon worden. Maar ook in die commercials wordt het beeld geschapen van een jongen die alleen maar aan de Lykes Pasco citrusfabriek in Florida waar zijn vader werkt heeft kunnen ontsnappen omdat hij door hard werken - hij lijkt immers geen bijzondere slagen in huis te hebben, is geen groot serveerder - in de miljoenen-wereld van het proftennis terecht gekomen is.

Daar zijn de roem en het geld hem niet naar het hoofd gestegen. In één van de zeer schaarse momenten dat Courier over zijn privéleven praatte vertrouwde hij in afgelopen november het vakblad van de ATP toe: “Mijn leven is door alle publiciteit en dingen die de mensen van je willen een stuk gecompliceerder geworden, maar ook veel eenvoudiger. Het is toch een hele geruststelling te weten dat er financieel nooit meer problemen zullen zijn. Niet meer voor mij en niet meer voor mijn ouders. Mijn familie is voor altijd verzorgd. En ik hoef me in de toekomst ook geen zorgen te maken hoe ik het college-geld van mijn kinderen moet betalen.”

De grote liefde van James Spencer Courier was de honkbalsport. Dat is ook terug te vinden in de manier waarop hij zijn racket hanteert. Zijn achtertante Emma Spencer, een voormalig trainster van een universiteitsteam, bracht hem de eerste slagen van het tennis bij. Zij ijverde er voor dat hij op de tennisakademie van de Koreaanse oorlogsveteraan Nick Bollettieri terecht kwam, waar Agassi de voorkeur genoot. Gisteren behaalde Courier zijn vierde grand-slamtitel, keurig verdeeld over Parijs en Melbourne. Dat hij nog steeds niet helemaal voor vol wordt aangezien als een speler die in de toekomst ook Wimbledon, maar zeker de US Open, wel eens kan winnen deert hem niet. “Naar die praatjes luister ik toch niet. Ik speel voor wat ik waard ben en dan staat er op de baan een jongen met heel wat karakter. Ik speel ieder punt voluit. Zelfs in deze hitte. Het leek vandaag op de baan wel Palm Springs op sommige zomerdagen waarop je niet eens kunt ademen.”

In juni won hij in Parijs zijn laatste toernooi. Wimbledon (derde ronde), de Olympische Spelen (zilver) en de US Open (halve finale) liepen voor hem uit op een teleurstelling. “Ik had te veel gedaan. Voor de normale toernooien bereid ik me ook niet altijd goed voor. Alles moet wijken voor mijn voorbereiding op de grand-slamtoernooien, de enige evenementen waarop het volgens mij gebeurt in het tennis. En natuurlijk de Davis Cup.” Door zijn overladen programma sloeg hij in december het toernooi om de Grand Slam Cup over. Hetgeen hem door de ITF niet in dank werd afgenomen. Afgelopen zaterdag maakte de tennisfederatie in Melbourne bekend dat de hoofdprijs voor het protserige evenement in München is teruggebracht van twee- naar anderhalf miljoen dollar. In plaats daarvan krijgen de winnaars van de vier grand-slamtoernooien van de ITF een bonus van 250.000 dollar. Mits zij in München komen spelen. Hetgeen het prijzenbedrag dat Courier gisteren met de hoofdprijs in Melbourne van 410.000 Australische dollars opstreek dicht in de buurt van een miljoen gulden brengt.

Goed tennis was in de extreme hitte en brandende zon praktisch onmogelijk. Dat werd ook benadrukt door Stefan Edberg die de eerste twee sets iedere timing in zijn slagen miste, zich bij het serveren zo forceerde dat hij tien voetfouten maakte en voor zijn doen onbegrijpelijk zwak volleerde. Courier die onmiddellijk in zijn ritme zat passeerde de regelmatig naar het net oprukkende Zweed links en rechts en had in precies 63 minuten een 6-2, 6-1 voorsprong. Edberg herstelde zich enigszins in de derde set, maar bleef de meeste dubbele fouten en de minste aces slaan en had veel meer moeite zijn servicegames te houden dan Courier. Hij brak de Zweed in de beslissende set op 5-5 en had uiteindelijk nog de grootste problemen in de laatste game, waarin hij over medewerking van de lijnrechters niet te klagen had. Edberg: “De laatste twee punten in de wedstrijd waren eigenlijk het enige waar ik teleurgesteld over ben. Als het zo warm is kun je op dit rebound-ace onmogelijk je beste tennis spelen. Maar dat geldt natuurlijk ook voor Jim. Vooral de eerste twee sets sloeg hij de onmogelijkste ballen. Maar ik ben tevreden. Ik speel, zeker gezien een verkoudheid en een rugblessure dit toernooi, momenteel weer goed.”