Ierse punt is het slachtoffer van politieke tweespalt in Europa

ROTTERDAM, 1 FEBR. Niet de valutahandel, en zeker niet het Ierse economische beleid, maar de politieke scheiding der geesten in de EG is verantwoordelijk voor de val van het Ierse punt. Dat is de eerste conclusie die moet worden getrokken uit de devaluatie van de Ierse munt met tien procent in het afgelopen weekeinde. Sinds het vertrek van het Britse pond uit het Europese Monetaire Stelsel (EMS) in september vorig jaar, stond de Ierse munt onder een voortdurende druk. Zeventig procent van de Ierse export gaat naar Groot-Brittannië, en het Ierse bedrijfsleven sloeg de waardedaling van het pond sterling verontrust gade.

De Britse autoriteiten hielden daar geen rekening mee. Het wegvallen van het Europese keurslijf voor het pond sterling maakte immers de weg vrij voor een geleidelijke renteverlaging van 12 procent in september naar zeven procent begin vorige week. Het inflatiegevaar dat een lager pond sterling met zich meebracht, woog voor Downing Street blijkbaar op tegen de impuls die de lagere rente moest geven aan de economie.

De Britse houding stond daarmee al haaks op wat tot nu toe doorging voor de continentaal-Europese visie op het monetaire beleid. Intussen handhaafde de Bundesbank haar politiek van inflatiebestrijding, waarbij een kleine recessie op de koop toe wordt genomen. In dat beleid van hoge - met name korte - rente is tot nu toe geen enkele beweging gekomen. Deels uit overtuiging, deels uit noodzaak, wordt het Duitse beleid door de overgebleven EMS-leden gevolgd.

Britse groei versus Duitse monetaire stabiliteit. Deze scheiding der geesten op het gebied van de binnenlandse economische politiek, groeide vorige week uit tot een ravijn. Tot verrassing van de internationale geld- en kapitaalmarkt sneed de Britse regering nogmaals een vol procent van het rentetarief af, waardoor de rente nu met zes procent het laagst is sinds vijftien jaar. Het pond sterling reageerde zoals verwacht. Vannacht kelderde het pond sterling verder op de Aziatische markten, na vorige week al fors in waarde te zijn gedaald. Nu wordt nog geen 2,67 gulden voor de Britse munt gerekend, een historisch diepterecord.

Het Ierse punt staat met één been in het Verenigd Koninkrijk, met het andere in continentaal Europa. Het uiteendrijven van de Europese en de Britse economische politiek bracht de Ierse munt in een spagaat die onmogelijk vol te houden was. Woensdag verkochten handelaren voor omgerekend een miljard gulden aan Ierse munten, donderdag en vrijdag werd naar schatting nog meer verkocht. De verhoging van de daggeldrente naar 100 procent, voorheen een effectieve maatregel tegen speculatie, bleef ditmaal niet zonder binnenlandse consequenties. Ook de commerciële Ierse banken zagen zich nu gedwongen om de tarieven hoog op te schroeven, en dat is onder de huidige economische omstandigheden in Ierland moeilijk houdbaar.

De devaluatie van het Ierse punt met tien procent is op zichzelf al dramatisch voor het EMS. Bedreigender is dat de valutahandel, na te zijn stukgelopen op de verdediging van de Franse franc door de Bundesbank, nu wederom is beloond voor speculatie tegen het EMS. Het punt sloot vrijdag nog op ruim 2,94 gulden. Vanmorgen opende de munt op nog geen 2,73 gulden. Elke miljoen gulden die in het in de wind gaan tegen het Ierse punt werd gestoken, leverde de handel een winst op van circa 67.000 gulden in vier dagen. De Ierse straf, een daggeldrente van 100 procent die speculatie tegen moest gaan, is al in deze winst ingecalculeerd. Voor de valutahandel, die over een goede neus beschikt voor sluimerende politieke tweespalt, is dat wellicht reden genoeg om de speculatie tegen individuele munten als de Deense kroon en de Franse franc met frisse moed te hervatten.