Handel in kunst moet men niet heiligen

LAREN, 1 FEBR. De Haagse kunsthandelaar Ivo Bouwman en zijn Amsterdamse collega drs. Loek Brons benaderen hun vak nogal verschillend, zo bleek afgelopen zaterdag op een debat over de kunsthandel, onder leiding van Ad 's Gravesande in het Larense Singer Museum.

Bouwman, gespecialiseerd in Haagse School en Impressionisme, vertegenwoordigt als toonbeeld van respectabiliteit de traditionele kunsthandel. Brons, gespecialiseerd in Magisch Realisme, is de onconventionele nieuwkomer in het vak; moeilijk te plaatsen, ware het niet dat hij in korte tijd eenvoudigweg een plaats veroverd heeft. De voormalig eigenaar van een keten textielzaken die - zo vermeldt de uitnodiging - nog enige tijd Franciscaner monnik is geweest, koestert het "drs.' dat nu aan zijn naam voorafgaat. Bouwman wordt al langer serieus genomen en had daar geen academische titel voor nodig. Gespreksleider 's Gravesande memoreerde nog even dat Bouwman ooit binnenhuisarchitectuur had gestudeerd, maar “nooit verder was gekomen dan de inrichting van zijn eigen huis.”

Het viel Bouwman zaterdag moeilijk zijn gesprekspartner met het familiaire "Loek' aan te spreken. Tot twee keer toe besloot hij na een korte stilte om aan die voornaam toch nog maar een achternaam toe te voegen. Brons hield het de hele avond op een goedmoedig "Ivo' en stond ook inhoudelijk een rechttoe rechtaan aanpak voor. In de stelling dat kunst handelswaar is (door Bouwman zuinigjes als een "moeilijk vraagstuk' omschreven) kon hij zich wel vinden. Dat kunstwerken soms met een aura omgeven worden, achtte Brons geen bezwaar. “Maar het verkopen van kunst moet niet geheiligd worden. Als je kunsthandelaar bent, moet je je schilderijen gewoon als handelswaar behandelen.” Voor een uitverkoop met sterk in prijs verlaagde aanbiedingen schrikt Brons niet terug. Met een door vrouw Miep geserveerde kop erwtensoep in de hand kunnen cliënten op de jaarlijkse verkoop-presentatie van de Collectie Drs. Loek Brons koopjes verschalken. Over de prijzen hoeft daarbij geen enkel misverstand te bestaan, die staan duidelijk aangegeven.

Daarmee diende zich onmiddellijk een volgend discussiepunt aan: ondanks herhaaldelijk aandringen van 's Gravesande wilde Bouwman geen bedragen noemen. “Ik schreeuw die niet van de daken.” Zo niet Brons, die zich herinnerde eens in paniek te zijn opgebeld door een kunsthandelaar die een verkeerde prijs had genoemd. Dat zou hem niet overkomen. “Een prijs schept gewoon duidelijkheid. Waarom zou je daar geheimzinnig over doen?” Dat had volgens Bouwman met discretie te maken: “Misschien heeft meneer Brons toch een andere clientèle dan ik.”

Ook de vraag hoe kennerschap en handelspraktijk zich tot elkaar verhouden, leverde verschillende inzichten op. Brons meent dat "verkopen een kunst op zich is', en ziet de handelaar ook als een entertainer die zijn klanten informeert en warm maakt voor bepaalde kunstwerken. Bouwman bekende het verkopen "een afschuwelijke zaak' te vinden. Van de verkoop van een werk van Jan Sluyters aan het Van Gogh Museum had hij onmiddellijk spijt: “Het geeft me hooguit rust dat het schilderij daarmee niet meer op de markt komt. Want steeds als ik zie hoe de prijs van een werk dat ik in mijn bezit heb gehad weer omhoog is gegaan erger ik me groen en geel dat ik het ooit heb verkocht.”

In tegenstelling tot Bouwman maakt Brons geen scheiding tussen zijn privé-collectie en werken die voor verkoop bestemd zijn. “Ik stel een prijs, en bij schilderijen waaraan ik gehecht ben ligt die wat hoger. Merkwaardig genoeg zijn het steeds de schilderijen die je eigenlijk niet kwijt wilt die je als eerste verkoopt.” Een verschijnsel dat ook Bouwman bekend voorkwam.

Deze raakte pas goed op dreef toen het veilingwezen ter sprake werd gebracht. “De veiling heeft een winstmarge van 25 procent zonder enig risico te hoeven nemen. Ze verdienen zowel aan de inbrenger als de koper van een kunstwerk. En als ze een fout maken, zijn ze daar niet eens op aan te spreken. Via de kleine lettertjes in de voorwaarden weten ze zich er uit te draaien.” Als voorbeeld gaf Bouwman een dubieus werk van Odilon Redon dat Christie's weigerde terug te nemen “terwijl ze een fout hadden gemaakt door de belangrijkste expert niet te raadplegen”. Volgens Bouwman zijn de mensen "gek gemaakt' door de veilingen. “Ze hebben een periode met waanzinnige prijsstijgingen achter de rug. Maar als de markt keert zijn ze opeens niet thuis.” Om daar met ongekende felheid aan toe te voegen: “Nou, het is ze gegund dat het slecht gaat!”