Grootmeester Nijboer moet wennen aan zijn nieuwe status; Karpov bijna bij 100ste titel

WIJK AAN ZEE, 1 FEBR. Het scheelde een haar of Miguel Illescas had Anatoli Karpov alsnog opgezadeld met een barrage in de finale van de Hoogovens Matches. Aanvankelijk ontlokte de vierde en laatste partij slechts gemelijk gegeeuw. Wit stond goed, zwart stond goed, en verder stond de stelling stil. Maar Illescas dirigeerde met grote precisie de zwarte stukken naar steeds betere velden. De desinteresse sloeg om in bewondering voor de volharding en inventiviteit van de Spanjaard toen hij in een tumultueuze tijdnoodfase zijn tegenstander naar de rand van de afgrond speelde.

Karpov benadrukte na afloop dat hij juist toen één zet lang de mogelijkheid had gehad om beslissend voordeel te krijgen. Om er meteen ruiterlijk aan toe te voegen dat hij na het missen van die kans verloren had gestaan. De onmogelijk geachte sensatie leek zich aan te dienen, zeker gezien de koele en correcte wijze waarop Illescas met zijn troeven omging. Toch slaagde hij er niet in zijn achterstand van een punt goed te maken. In het zevende speeluur begon zijn vaste hand te haperen en moest hij knarsentandend toezien hoe Karpov zijn nadeel alert wegwiste.

De toernooifavoriet was zichtbaar opgelucht dat hem de slopende spanning van beslissingsvluggertjes bespaard was gebleven. Ook stelde hij zelfvoldaan vast dat hij weer een stapje dichter in de buurt was gekomen van een volstrekt unieke mijlpaal. Deze hoofdprijs was zijn 97ste overwinning sinds hij in 1966 in Tsjechoslowakije zijn eerste internationale toernooi won. Honderd zou natuurlijk erg mooi zijn.

Het open toernooi werd gewonnen door Valery Salov. De beslissende slag sloeg hij zaterdag toen hij mede-koploper Lembit Oll met virtuoze fijnschakerij belaagde tot deze er onder bezweek. In de laatste ronde had Salov aan een remise tegen Piket genoeg om ongedeeld eerste te worden. Met een gedeelde derde plaats eindigde Piket als beste Nederlander. In het slotweekend herstelde hij zich goed van een kleine inzinking. Zijn overwinning met zwart op Azmaiparasjvili was knap. Tegen Salov legde hij zich neer bij remise toen verdere winstpogingen onverantwoord werden.

De Nederlander die het meeste te lachen had was Friso Nijboer. Hij behaalde in 1989 in Wijk aan Zee zijn eerste grootmeesterresultaat. Daarna brak er een periode aan waarin de twee resterende normen maar niet wilden komen. In iets meer dan een maand is het hem nu toch gelukt. Eerst was het raak in Groningen en één toernooi later rondde hij het begeerde trio af. De laatste twee ronden voelde hij zich erg moe en was hij niet meer aan voorbereiden toegekomen. Toch kwam hij ook op zijn tandvlees een heel eind. Nadat hij de kleine Peter Leko met remise had laten wegkomen, wist hij in de beslissende partij met gericht aanvalsspel zoveel druk op Ivan Sokolov uit te oefenen dat deze in de fout ging.

De grootmeestertitel zal voor Nijboer een extra stimulans zijn om enkele zwaktes weg te poetsen, zoals zijn steeds weer terugkerende tijdnood. “Soms zit ik gewoon een beetje te dromen. Ik zal moeten leren me beter te concentreren.” Een grotere discipline bij de verdeling van zijn tijd hoort bij de gehardheid en mentaliteit die voor een grootmeester onontbeerlijk zijn. Zoals Jeroen Piket plagend opmerkte toen Nijboer zijn partij tegen Sokolov liet zien en na de opening mijmerde dat hij niet vond dat hij beter stond: “O, je moet nog wennen? Het zit namelijk zo. Je bent grootmeester, dan stá je beter. Laat hij maar bewijzen dat hij gelijk spel heeft.”