EMS-spanningen doen rente-sentiment omslaan

ROTTERDAM, 1 FEBR. Afgelopen maand is het sentiment op de financiële markten met betrekking tot de Duitse rente twee keer duidelijk omgeslagen. Leek het begin januari, na de verlaging van de "repo rate' met 15 basispunten, nog slechts een kwestie van tijd voordat de Bundesbank haar officiële tarieven zou verlagen, vorige week hebben uitlatingen van drie raadsleden van de Bundesbank de hoop op een Duitse renteverlaging weer volledig doen verdwijnen. Achtereenvolgens Schlesinger, Müller en Palm benadrukten dat eerst inflatie en geldgroei omlaag moeten alvorens aan een monetaire verruiming kan worden gedacht. Voorts dient de ontwikkeling van de loonkosten geen potentieel inflatiegevaar op te leveren en zal overeenstemming moeten worden bereikt over een adequaat financieringsplan voor de Duitse eenwording. Schlesinger, de president van de Bundesbank, maakte met name bezwaar tegen de beoogde snelle gelijkstelling van de lonen tussen het voormalige West- en Oost-Duitsland. Omdat tegelijk veel hogere inflatiecijfers bekend werden in vier Duitse deelstaten, trokken de financiële markten hieruit de conclusie dat voorlopig niet op een spoedige renteverlaging hoeft te worden gerekend. Hoewel de Nederlandse rente zich de laatste maanden steeds meer los kan maken van de Duitse rente-ontwikkeling, bleven ook hier de koersen onder druk: per saldo bleef het effectief rendement op de 10-jaars benchmark vrijwel onveranderd liggen op 7,1 procent. Hierbij speelde mee dat de Duitse mark weer in de belangstelling is gekomen, en ook tegenover de gulden een stijging liet zien.

De uitspraken van de Bundesbank autoriteiten staan natuurlijk niet op zichzelf, en hebben, zoals eigenlijk al het hele jaar het geval is, een politieke achtergrond. Nu de onderhandelingen in Duitsland over de lonen in de ambtenaren- en metaalsector alsmede de sanering van de overheidsfinanciën moeizaam verlopen, wil de centrale bank de betrokken partijen onder druk houden. Weliswaar is er in het kader van het Solidarpakt een principe-overeenkomst tussen overheid, werkgevers en werknemers inzake overheidsbezuinigingen, investeringsherstel en loonmatiging, maar dit is alleen goedgekeurd door regering en regeringspartijen. Wat voorts meespeelt is dat de centrale bank tegenwicht wil bieden aan de blijvend politieke druk uit binnen- en buitenland (vanwege én de stagnerende Duitse economie én de spanningen in het EMS) om de rente te verlagen.

Hoewel het rente-sentiment is verslechterd, waren er ook positieve cijfers. De Duitse geldgroei met 8,8 procent in december bleek mee te vallen. Hoewel nog boven de nieuwe vastgestelde geldgroeizone van 6,5 procent, lag aan het lagere cijfer vooral een afnemende kredietverlening ten grondslag. Juist de te hoge kredietverstrekking was de Bundesbank vorig jaar een punt van zorg. De inflatie (nu bijna de hoogste van Europa) is mede door de recente BTW verhogingen fors toegenomen, maar de zogenaamde core-inflatie blijft stabiel.

Verwacht wordt dat de prijsstijgingen volgende maand lager kunnen uitkomen, omdat de inflatie vorig jaar februari nog sterk toenam door het stijgen van overheidstarieven. Wat op de achtergrond vooral blijft meespelen bij het positief lange termijn rente-sentiment is de nog steeds sterke recessietendens in Duitsland. Het rentebeeld blijft al met al gemengd, zodat de financiële markten zich opnieuw zullen richten op de Bundesbank vergadering van aanstaande donderdag.

Internationale obligatiemarkten

Aan de ogenschijnlijke rust, die het EMS de afgelopen paar weken kenmerkte, kwam vorige week een einde. De katalysator voor de spanningen moest echter buiten het EMS zelf worden gezocht, namelijk in het Verenigd Koninkrijk. Na enkele teleurstellende cijfers besloot de Bank of England tot een nieuwe verlaging van de "base rate' met één procentpunt en een niveau heeft bereikt van 6 procent. De monetaire verruiming was reeds de vierde na de uittreding van het pond uit het EMS, culminerend in een renteverlaging van 4 procent. Keerzijde van deze monetaire stimulans is de positie van het Britse pond, dat sinds de uittreding ten opzichte van de gulden met 14 procent is gedaald. Ierland verkeerde hierdoor in de ongelukkige situatie dat enerzijds het Ierse punt met handen en voeten aan het EMS was gebonden terwijl anderzijds de Ierse economie in een steeds nadeliger concurrentiepositie verzeild raakte ten opzichte van haar belangrijkste handelspartner, het Verenigd Koninkrijk. Speculanten, sinds september in de zekerheid verkerend dat zij de machtigste partij vormen op de financiële markten, concentreerden zich na de Britse renteverlaging dan ook op een devaluatie van het punt. Sterke regeringsverklaringen en draconische rentemaatregelen (de daggeldrente werd opgetrokken naar 100 procent) ten spijt kon devaluatie van het punt niet worden voorkomen.

Beleggers in Britse obligaties konden door de monetaire verruiming terugblikken op een lucratieve week, temeer daar de renteverlaging vrij onverwacht kwam en bijgevolg nog niet in de koersen was verdisconteerd. De meeste marktpartijen rekenden op een voorzichtige 0,5 procent daling per 16 maart, na de presentatie van de Britse begroting. De Britse 10-jaars rente daalde de afgelopen week met 13 basispunten tot 8,62 procent. De Bank of England kwam dit positieve sentiment zeker niet ongelegen. Zo kon zij woensdag zonder al te grote problemen voor een bedrag van 3 miljard pond aan staatsleningen plaatsen.

Ook de Amerikaanse obligatiemarkt kon terugblikken op een week van koersstijgingen. De 30-jaars rente daalde, ondanks enkele beter dan verwachte macro-economische cijfers, met 10 basispunten tot 7,20 procent.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco