Doelman De Ron voelt zich verraden door PSV-collega's

EINDHOVEN, 1 FEBR. Romario sprak van “een schandaal” na de 3-0 thuis-nederlaag tegen RKC. En Gerald Vanenburg had het over “een drama”. PSV-doelman Wim de Ron had zich zijn seizoendebuut ook heel anders voorgesteld.

Niet dat de verwachtingen van De Ron zo hoog gespannen waren. Hij wist natuurlijk ook dat de Eindhovense ploeg al maanden zwalkt. Bij het begin van de winterstop hadden ze daar met de selectie nog uitgebreid over gesproken en ook de vedetten hadden deemoedig aan zelfkritiek gedaan. De opbouw moest beter, de vier middenvelders moesten zich beter aan hun opdrachten houden, er moest geconcentreerder worden gevoetbald. Wat waren ze het eens geweest.

PSV was op zoek naar de vorm. Dat wist De Ron, dat wisten alle PSV'ers. Maar intussen stond de landskampioen halverwege de competitie wel weer vijf punten vóór op de naaste concurrentie. De ploeg had zich gekwalificeerd voor de lucratieve Champions League. Ook in het KNVB-bekertoernooi had PSV zich bij de laatste acht geplaatst. Wie spreekt er dan van crisis? De turbo die hapert. Een luxe-probleem.

De nederlaag in de allereerste competitiewedstrijd van het nieuwe jaar - nota bene tegen Volendam, nota bene kansloos met 3-1 - was een domper geweest. Een waarschuwing ook. Maar toch niet meer dan dat. Weer had de selectie in groepsgesprek schuldbewust het hoofd gebogen. Een ploeg die slecht voetbalt én weigert te werken, die moet wel verliezen, zelfs van middenmoters. Dat sprak vanzelf. Weer was er beterschap beloofd.

De Ron wist dan ook niet wat hem overkwam zaterdagavond. De 23-jarige vervanger van de geblesseerde Hans van Breukelen had zich volslagen machteloos gevoeld. Sinds hij als 15-jarige jongen naar Eindhoven was gekomen, had hij nog nooit in één wedstrijd drie goals te verwerken gekregen. Ruim drie jaar was het geleden dat PSV op eigen veld had verloren in de competitie. Vijftien jaar geleden was het dat de club zo'n pak slaag had gehad.

Hij had zijn longen uit zijn lijf geroepen. Om te corrigeren. Om te stimuleren. Coaching beschouwt hij met zijn reactievermogen, zijn rust en zijn snelheid als zijn sterkste kanten. Maar dat had allemaal niks uitgehaald. Geen moer. Hij vloekt eens hartgrondig. Hij had net zo goed kunnen proberen een overstroming te bezweren. “Het was verschrikkelijk.”

De Ron trof geen blaam. “Maar was schiet je daarmee op?” Bij het eerste doelpunt werd hij met een lobje gepasseerd door zijn eigen gelegenheidslibero Van Aerle. De tweede goal had André Hoekstra maar voor het intikken, nadat Heintze tegen Marco Boogers in de fout was gegaan. Bij de derde treffer stonden niet minder dan drie RKC'ers vrij voor doel na een vrije trap van Jalink. Marco van Hoogdalem koos de linkerhoek.

Waar de PSV-doelman achteraf maar niet over uit kon, was dat de ploeg zo gruwelijk futloos had gespeeld. Zo tam, zo slap, om van te walgen. “Als het voetballen niet lukt, dan blijf je toch in elk geval werken. Maar sommige spelers waren niet vooruit te branden. En het werd alleen maar erger. Als de wedstrijd nog een kwartier langer geduurd had, was het 8-0 geweest.” De Ron voelde zich verraden door zijn teamgenoten. Zoals ook trainer Hans Westerhof zich in de steek voelde gelaten door zijn spelers. Met holle ogen en een wit weggetrokken gezicht beende hij mechanisch het veld af. In zijn wedstrijdanalyse klonk hevige teleurstelling, zelfs verbittering door.

“We dachten dat we tegen Volendam het dieptepunt hadden bereikt”, zei de man die zijn ploeg normaal nooit afvalt. “Maar het kon dus nog erger. Niet alleen technisch en taktisch, ook mentaal was het elftal vreselijk slecht.” Dat vond Westerhof nog het allerergste, “niet te toleren”: dat de ploeg “zo makkelijk het hoofd op het slagblok had gelegd”.

Opnieuw had de Eindhovense club vijf van zijn basispelers moeten missen: Van Breukelen, Koeman, Popescu en Ellerman door blessures, Van Tiggelen door een schorsing. De as van de defensie werd dus een gelegenheidsformatie. Maar Westerhof vond dat deze handicap onmogelijk als excuus kon gelden. Niets kon zo'n wanprestatie rechtvaardigen. Intern zou daar nog een hartig woordje over worden gesproken, kondigde de PSV-trainer aan.

Ook de spelers hadden er stevig de pest in. Stuurs, dwars en nijdig stapten ze naar het spelershome, kankerend op de instelling van “sommige spelers”. Maar wie ze daarbij op het oog hadden, hielden ze wijselijk voor zich. Romario sprak over vier, vijf spelers die zich zo zeker wanen van hun basisplaats dat ze lui en vadsig zijn geworden. Spelers die ook niet meer bezeten zijn van winnen. Vervang ze maar door gretige, jonge gasten uit het tweede elftal, luidde zijn ongevraagd advies.

Welke spelers lenen zich als zondebok? Linskens, Numan, Faber en Heintze speelden met de minste bezieling. Maar hun matheid verspreidde zich al snel als een virus over het elftal. Daar kwam bij dat Van Aerle na zijn eerste misgreep steeds wankelmoediger ging spelen en dat Vanenburg nog altijd op zoek is naar zijn vorm en dat Kieft nog kampt met de naweeën van een blessure en dat Romario zijn schaarse kansen niet verzilverde. Die malaise was zo breed en alomvattend, dat er niets meer viel te redden. Er kon eenvoudig niets meer goed gaan. Elke actie, elke beweging, elke vertwijfelde ingreep was tot mislukken gedoemd.

Ook door het publiek was de totale ineenstorting niet meer te keren. Nog nadat RKC 2-0 had gescoord klonk het bijna wanhopig van de tribunes "kom op PSV, kom op PSV'. Maar nadat de Waalwijkers hun derde goal hadden gemaakt, was de rek uit de loyaliteit van de toch al niet verwende Eindhovense aanhang. Aanvallen van RKC werden luid keels toegejuicht. Missers van PSV'ers werden afgestraft met een striemend gefluit.

Onder boe-geroep van het publiek moest ook De Ron het veld verlaten. De Ron die geen fout gemaakt had, die alert had gekeept. Supportershoon is zelden selectief.