Discussie literaire bladen niet gebaat bij geheimhouding

De zes beste literaire tijdschriften van Nederland zijn De Gids, Literatuur, Optima, Raster, Tirade en coming woman Lust & Gratie. Dat althans vindt de vierkoppige commissie van het Literair Produktie- en Vertalingenfonds die vorige week aan ruim twintig bladen bekend maakte hoeveel subsidie ze de komende drie jaar zullen ontvangen.

De zes zitten in de zogenoemde A-klasse. Zij krijgen vanaf nu tachtig procent van hun exploitatietekort vergoed, waarbij rekening wordt gehouden met onderlinge verschillen in bijvoorbeeld redactie- en overheadkosten. Veel minder, veertig procent van die onvermijdelijke tekorten, is weggelegd voor tijdschriften in de B-klasse. Hier vinden we, voorzover bekend, Bzzlletin, Maatstaf, De Revisor, Hollands Maandblad, en De Tweede Ronde. Op één auteur gerichte tijdschriften als De Vestdijkkroniek of Over Multatuli krijgen nog drie jaar B-subsidie, daarna is het afgelopen - zij zijn te specialistisch. De vrouwenboekenkrant Surplus, met veel recensies en nauwelijks eigen werk, valt vermoedelijk in de C-klasse, waar de overheid maar twintig procent van de tekorten wil dekken. Misschien ook krijgt Surplus alleen de stimuleringssubsidie van 1250 gulden per nummer; de redactie is boos over de beslissing van de commissie, maar wil niet zeggen hoe die uitviel. Veel misschiens dus, wat het beoordelen van alle waardeoordelen niet gemakkelijk maakt.

Volgens de direkteur van het Literair Produktie- en Vertalingenfonds, Frank Ligtvoet, is op verzoek van enkele uitgevers en tijdschriftredacties besloten niet openbaar te maken wie hoeveel (of niets) krijgt en waarom. Het fonds valt dan wel onder de Wet Openbaarheid Bestuur, maar zo'n verzoek van de tijdschriften zelf om geheimhouding is volgens Ligtvoet een goed gegronde reden om van openbaarheid af te zien.

Toch is die geheimhouding bijzonder jammer. Niet dat iedere belastingbetaler opheldering zal willen over de verdeling van 525.000 gulden per jaar onder de tijdschriften, maar voor de direkt betrokkenen zou een nadere toelichting op zijn minst wenselijk zijn geweest. Hollands Maandblad minder subsidie dan De Gids? Als het al niet anders is, waarom dan in 's hemelsnaam? Alleen de redacties zelf hebben een ongeveer vijfregelige verklaring gekregen bij hun eigen indeling of afwijzing, met het verzoek de inhoud ervan niet verder te vertellen. Ze weten dus ook niet hoe hun direkte collega's of concurrenten beoordeeld zijn.

Geheimhouding prikkelt de nieuwsgierigheid. Gelukkig geven sommige redacties de aan hen toegekende kwalificatie prijs. Inzicht in argumenten en criteria kan immers nuttig zijn, al was het maar om het eigen beleid te toetsen. Of om een heldere discussie op gang te brengen over het belang en de functie van de Nederlandse literaire tijdschriften, en vooral hun aantal. Zelfs bij sommige tijdschrift-redacties vraagt men zich af of er niet veel te veel tijdschriften bestaan, en of er niet meer eens flink gefuseerd moet worden. Dat vindt het Produktiefonds óók - hoe meer tijdschriften, hoe dunnner de spoeling zeggen ze, en er strijden er al te veel om de aandacht van het lezend publiek. Maar met de toekenning van A-, B- en die roemloze C-kwalificaties hebben ze alleen een duw gegeven, zonder dat iemand weet in welke richting.

Wie vielen af? Het Tilburgse Sic, dat toch nu en dan lezenswaardige afleveringen maakt. Begrijpelijker is de weigering aan het niet onaardige maar vage Preludium uit Breda, waar men nu overweegt er maar mee op te houden of bij de Provincie geld los te peuteren. Maar waarom kreeg de verrassende Zingende Zaag uit Haarlem niets, waar meer literaire frisheid en enthousiasme uit naar voren springt dan uit Maatstaf, De Gids en De Revisor bij elkaar? De weigering van de commissie om dit veelbelovende tijdschrift de C-status toe te kennen of zelfs maar een stimuleringssubsidie te gunnen behoort tot de onaangenaamste verrassingen.

Het protestantse Woordwerk komt niet in aanmerking, terwijl wel een stimuleringssubsidie is toebedacht aan het Nijmeegse Parmentier dat weliswaar zijn oude omineuze naam Randschrift afschudde, maar verder geen verbeteringen doorvoerde. Het specialistische Indische Letteren voelde de bui al hangen en vroeg gewoon geen subsidie aan. Het inderdaad nauwelijks literaire Propria Cures krijgt na 1 januari geen overheidsgeld meer. Uitgeverij Contacts tijdschrift Atlas, opgericht na zorgvuldig marktonderzoek, wil liever helemaal op eigen benen staan.

De scheefste blikken gaan ongetwijfeld van de B-klasse naar de A-klasse. Niet omdat men in B zoveel inlevert ten opzichte van de huidige situatie want dat valt reuze mee, maar omdat de andere tijdschriften opeens zoveel meer krijgen en de indeling net zo goed heel anders uit had kunnen pakken. Is Optima (jong, prikkelend, van niveau) echt beter dan Maatstaf? Of is het juist Optima's leus "gezichtsbepalend voor de Nederlandse literatuur in de nabije toekomst' die het 'm doet? Wat heeft De Gids dan te zoeken in de A-klasse, en Literatuur? En publiceert De Revisor, ook al is het niet meer wat het was, niet vaak boeiender essays en, jawel, beginnerswerk dan die juist om zijn essays geprezen Gids?

Bij Lust & Gratie was men zelf verbaasd over de A-status. Is dat voorheen lesbisch literaire blad "uitzonderlijk goed", waar De Tweede Ronde met zijn niet altijd actuele vertalingen, maar wel rijkelijke en recente Nederlandse werk slechts "goed' verdient?

De commissie bestond uit Andreas Burnier (als bestuurslid van het Produktiefonds), Doeschka Meijsing (als de schrijfster), Rudi van der Paardt (als de literatuurhistoricus) en Anthony Mertens (de theoreticus en criticus). Zij heeft niet aan de verwachtingen voldaan. Want er is geen algemeen gevreesde top-drie of top-zes van literaire tijdschriften uitgeroepen, met de financiële consequenties. Het sextet dat verkozen werd is minder topklasse dan een team; een doorsnede van wat een land minimaal aan literaire tijdschriften moet hebben. Dat past ook mooi in het streven van het Produktiefonds naar (meer geld voor) minder tijdschriften. In het Nederlands Team voor de komende drie jaar spelen deze tijdschriften: een academisch literatuurhistorisch (Literatuur) , een oud en traditioneel (De Gids), een jong en prikkelend (Optima), een wel niet arbeideristisch maar toch experimenteel en kritisch (Raster), een vrouw (Lust & Gratie ), en een die van dat alles wat heeft (Tirade). Geen Vlaming (de enige die solliciteerde krijgt volgens het fonds al genoeg van de Vlaamse Gemeenschap), en geen zwarte - het toch al niet sterke Black Flash bestaat nog niet lang genoeg om in aanmerking te komen.

De vraag of en wie er uit het Team moet wijken als er een Fries, Vlaams, zwart of B-blad de A-status krijgt komt pas over drie jaar aan de orde. Tot dan toe moet de A-groep zich bewijzen en hebben de B-tijdschriften iets om naar te streven. Dat is op zichzelf niet slecht. Maar welke schrijver zal nog willen publiceren in een tijdschrift dat een B-keusje is?