Dekker hoopt dat Hillary Clinton hem binnenkort belt

DEN HAAG, 1 FEBR. “Ik hoop dat Hillary mij nog eens belt.” Prof.dr. W. Dekker, voorzitter van de Raad van Commissarissen van Philips en de naamgever van het plan dat de Nederlandse gezondheidszorg beter op poten moest zetten, is terug in Den Haag. Vanochtend deed hij daar een goed woordje voor een nieuw tijdschrift voor management in de gezondheidszorg, één dag nadat onder leiding van de Amerikaanse first lady Hillary Clinton over noodzakelijke veranderingen in de VS is gesproken, mogelijk à la Dekker.

"Bereidheid tot verandering' heette het advies van de commissie-Dekker (19870 over drastische veranderingen in de Nederlandse gezondheidzorg. De staf van president Clinton blijkt dezer dagen veel voor het plan-Dekker te voelen. Prof.dr. W. Dekker lacht bij de opmerking dat uitgerekend in de VS iets gaat gebeuren met zijn plan, waarin één basisverzekering en meer marktwerking trefwoorden waren. “Het is interessant om te zien dat dat in Amerika wordt opgepikt. Dat is leuk en ik denk dat dat ook de andere leden van de commissie toch enig genoegen zal doen. De doorsnee Amerikaan zou er een stuk beter van worden.”

Wist u dat er in de VS belangstelling voor uw plan bestond?

“Nee. Een paar maanden geleden heb ik wel gehoord dat men in Amerika naar het project keek. Ik zou me kunnen voorstellen - ik heb ook erg veel contacten in Amerika - dat men vandaag of morgen misschien nog iets wil weten of wat dan ook....”

Is het plan wel zo geschikt om in de VS uit te voeren?

“Ik denk dat je in de Verenigde Staten toch een beter klimaat hebt voor wat wij hebben voorgestaan: wat meer werking van de markt en wat meer onderlingeconcurrentie.”

Maar in Nederland moest er meer marktwerking in de gezondheidszorg komen, dat was een van de pijlers van uw rapport, terwijl in de VS de marktwerking juist teruggedrongen moet worden.

“Dat is zo. In Amerika is de gezondheidszorg van overheidswege weliswaar niet totaal losgelaten, maar is er erg weinig overheidsbemoeienis. Wij hebben gezegd dat dat er in Nederland minder overheidsbemoeienis moest komen, omdat er hier te veel is. In Amerika is het klimaat voor marktwerking beter dan in Nederland. Daar moet het natuurlijk wel een beetje de andere kant op. Het rapport van ons voorziet eigenlijk in die mogelijkheden.”

Hoe heeft u de afgelopen jaren tegen de discussie rondom het plan-Simons aangekeken?

“Nou, ik aarzel, omdat ik probeer daarvoor een woord te vinden wat aan de ene kant niet te kwetsend is en aan de andere kant toch weergeeft wat ik erover denk. Als je op een gegeven moment een goed plan hebt, wat ook is ervaren en besproken als een goed plan, dan doet het natuurlijk wel pijn als je dat helemaal ziet verzinken in een politiek moeras. Het plan-Simons? Ik ken geen plan-Simons, ik ken alleen dingen die de heer Simons naar voren brengt en die hij dus verder wil uitwerken, wat dan weer op weerstanden stuit en dan wordt het weer teruggedraaid. Ik vind het een betrekkelijk chaotische boel. En als je dan ziet dat er weer een nieuwe commissie is ingesteld, onder voorzitterschap van de heer Biesheuvel, om nu weer het een en ander te gaan uitzoeken, ja, zo blijven we aan de gang.”

Over staatssecretaris Simons wil hij zich niet uitlaten, zegt hij heel nadrukkelijk in zijn toespraak, direct na het vraaggesprek. “Ik zal mij daarvan weerhouden. Het is zo dat de heer Simons en ik elkaar nog nooit ontmoet hebben en het is mijns inziens niet fair een oordeel te vellen over iets of iemand wiens gedragslijn aan het onbegrijpelijke grenst zonder hem eerst daarover persoonlijk te hebben kunnen spreken.” Toch geeft hij een toelichting. Hij kwalificeert het beleid van de laatste jaren als “totaal onbegrijpelijk”. Er zijn allerlei schoten afgevuurd, er was een hoop gedoe over premies, verzekeraars zouden profiteurs zijn, kortom, van een goede atmosfeer die nodig is om complexe zaken als grote veranderingen in de gezondheidszorg te regelen, is geen sprake geweest.

De bereidheid tot verandering in de gezondheidszorg is bij alle partijen absoluut aanwezig geweest, zegt Dekker. “Daar is geen gebruik van gemaakt, dat moment heeft de overheid voorbij laten gaan.”