De stille kracht van Bergschenhoek

Hij heet de stille kracht van het kabinet te zijn: dr. Bert de Vries, CDA'er en minister van sociale zaken en werkgelegenheid.

In momenten van politieke hoogspanning houdt hij het sombere hoofd koel en zo heeft hij al driemaal een crisis in het kabinet-Lubbers/Kok weten af te wenden. Ook het "bami-akkoord van Bergschenhoek' bleek de strohalm waaraan Lubbers en Kok zich konden vastgrijpen om te voorkomen dat de coalitie over de WAO zou struikelen.

Omstandig werd De Vries vorige week openlijk in het Kamerdebat geprezen, door respectievelijk premier Lubbers, vice-premier Kok en vooral staatssecretaris Ter Veld. Zij liet weten: “Ik heb De Vries bedankt dat hij voor zo'n belangrijk punt voor de PvdA zo ver wilde gaan”. Dat was niet als doodskus bedoeld, maar direct na deze woorden nam het geroezemoes in de bankjes van de CDA-fractie zicht- en hoorbaar toe. Want daar is opgetogenheid over het ingrijpen van De Vries ver te zoeken.

Menigeen had er vooraf rekening mee gehouden dat de WAO tot een breuk met de PvdA zou leiden en bij sommigen was daarbij de wens de vader van de gedachte. Maar dat uitgerekend De Vries dat (weer) voorkwam en dat dit ten koste van de positie van Brinkman ging, onderstreepte de niet als compliment bedoelde bijnaam die de voormalige fractieleider bij zijn partijgenoten heeft: de achtste PvdA-minister. De kans dat in een kabinet-Brinkman het ministerschap van De Vries wordt voortgezet, is er met het bami-akkoord bepaald niet groter op geworden. (JK)